Een club is niet hetzelfde als de Mac

De eigenaar van club Trouw, Olaf Boswijk, strijdt voor vrije openingstijden. Donderdag beslist Amsterdam of zijn club 24 uur open mag.

Nederland, Amsterdam, 07-11-2012 Olaf Boswijk is the mastermind behind Trouw and one of Amsterdam’s most influential nightlife figures. Leading the way as club owner, dj and booker, PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2012

Redacteur Cultuur

Olaf Boswijk (34) is oprichter van de Amsterdamse club Trouw – de tweede die hij succesvol maakte na 11, de club die de leegte vulde die Mazzo, Roxy en It achterlieten. Boswijk heeft zich jarenlang hard gemaakt voor het vrijgeven van de openingstijden. Dat lijkt nu te gaan lukken. Donderdag neemt de gemeenteraad een besluit over drie clubs die in aanmerking komen voor een vierentwintiguursvergunning. Als die vergunning er komt, kan er dag en nacht worden gedanst in het oude krantengebouw aan de Wibautstraat in Amsterdam.

Boswijk wilde altijd al ‘iets doen met muziek’. Voor het conservatorium vond hij zichzelf niet goed genoeg, dus deed hij na het gymnasium in Alkmaar een opleiding aan de School for Audio Engineering in Amsterdam. Via een carrière als programmamaker bij ID&T’s Dance Radio rolde hij het Amsterdamse nachtleven in. Trouw ziet hij als toevluchtsoord, voor een zo divers mogelijk publiek.

Gefeliciteerd, Trouw mag waarschijnlijk dag en nacht open.

„We zullen echt wel eens 24 uur doorgaan, maar we gaan geen nieuwe Berghain worden. Die technoclub in Berlijn begint op zaterdagmiddag en gaat door tot maandag. Dat zit nog niet zo in onze uitgaanscultuur. Berlijn kent al honderd jaar vrije openingstijden, wij zijn dat gewoon niet gewend.”

Waarom dan toch die strijd om extra uren?

„Als een avond als ‘Trouw op Zondag’ te gek is, moesten we stoppen om drie uur. Nu kunnen we langer door. We hebben ook plannen voor een Nachtmuseum. Je hoeft er niet voor naar het museum, je hoeft er geen extra kaart voor te kopen, maar het is wel kunst middenin een club.”

Waarom willen jullie dat?

„Met dit plan hopen we nog dichterbij ons uiteindelijke doel te komen: een stad in een stad te worden. Een plek waar je vierentwintig uur per dag kunt komen voor eten, drinken, concerten, clubavonden, een nachtbazaar, of wat we dan ook maar verzinnen.”

Waarom heeft Amsterdam dat nodig?

„Ik vind dat we in een verwarrende tijd leven door de economische crisis, de voedselindustrie, energie, en noem maar op. Ik zou Trouw willen zien als een plek waar mensen die problemen kunnen ontvluchten en zich kunnen gedragen zoals ze willen. Zich kunnen laten inspireren. Door allerlei ruimtes kunnen dwalen. En hopelijk met een beter gevoel weggaan dan ze binnenkwamen. Dus op een bepaalde manier zie ik Trouw wel als toevluchtsoord. Dat klinkt heel pretentieus, maar ik mis zoiets best wel in Nederland.”

Hoe bedoel je dat?

„Uitgaan is een soort mainstream lifestyle geworden, ik heb het idee dat het tien jaar geleden meer om de muziek ging. Vroeger hoorde je heel toevallig via een vriendje dat Derrick May, een van de grondleggers van Detroit techno, kwam draaien in Amsterdam. Dan ging je daar naartoe, stond je in de rij en dan hoopte je maar dat je binnenkwam. Nu is het een blik op je iPhone: wat is er zaterdag in Trouw? Ho, vet, klik, ik koop een kaartje, zet het op Facebook en nodig mijn twintig vrienden uit.”

Wat is daarop tegen?

„Op het moment dat een evenement wordt aangekondigd via Facebook, weet je binnen een paar uur of het evenement uitverkocht raakt. En dat is best wel sneu, want er zijn soms echt te gekke avonden op fantastische locaties die niet lopen. De dynamiek van sociale media domineert voor mijn gevoel heel erg. Maar het heeft ook voordelen. Je ziet nu meer cross-over in muziekstijlen. Vijf jaar geleden bleef je als dj in je eigen hokje zitten, alleen de echte fans kwamen naar je toe. Maar op Facebook zie je gewoon waar andere mensen mee bezig zijn en kan je dus ook door elkaar geïnspireerd raken.”

Hoe zouden jullie de sociale media dan inzetten?

„Het liefst zou ik er helemaal mee stoppen.”

Stoppen?

„Ja, ik zit zelf niet meer op Facebook. Het was ook een discussie binnen de club. Trouw heeft in principe nog twee jaar te gaan voordat we het pand moeten verlaten. Voor die tijd zie ik ons niet stoppen, daarvoor zijn sociale media een te groot onderdeel van onze maatschappij en onze doelgroep. Maar ik vind de manier waarop nu wordt uitgegaan soms niet meer leuk. Sommige mensen vinden dat ze het recht hebben om binnen te komen alleen omdat ze een kaartje hebben gekocht. En dan achteraf mailen: die dj heeft er echt geen reet van begrepen. Die mensen beschouwen clubben een beetje als naar de McDonald’s gaan. Zo van ‘er zit een haar in mijn hamburger, ik wil een nieuwe!’ Terwijl het juist gaat om de wisselwerking met het publiek. Vroeger creëerde je als club een thuishaven. Dat vind ik veel leuker en sympathieker.”

Wat moet het publiek toevoegen?

„Sfeer, diversiteit. Het zou te gek zijn als hier de meer excentrieke types van de stad komen. Een plek waar ook homo’s, travestieten, lilliputters en weet ik veel wie komen. Want dat bestaat bijna niet meer in Amsterdam. Iedereen heeft tweedehandskleding gemixt met H&M of American Apparel, we rijden allemaal op racefietsjes, we gaan allemaal naar dezelfde koffietentjes. De diversiteit is heel ver te zoeken.”

Hoe wil je die diversiteit terugbrengen?

„Door te filteren aan de deur. Gebrek aan kennis van het programma is een reden om iemand te weigeren, staat al op de deur. Dat was in het begin vooral om corpsballen en vrijdagmiddagkantoorborrels te weren. Het is in Nederland heel normaal om na je werk in pak op de fiets naar de kroeg te gaan en dan om één uur strontbezopen nog even af te pilzen in de club. Maar wij vinden het helemaal niet leuk als mensen hier in pak op de dansvloer staan. Ze zijn wel welkom als ze ook iets willen bijdragen.”

Zoals wat?

„Met een open blik binnenkomen, oprecht luisteren, met aandacht. Wij willen een soort universele sfeer creëren waaraan je iets moet bijdragen, niet waarvan je alleen iets moet nemen. En hopelijk doen we het zo goed dat die corpsbal de volgende keer zich in het programma verdiept, zijn jasje uittrekt en gaat dansen op die muziek – dat is de uitdaging.”

Hoe gaan jullie dat doen in Trouw?

„We doen alleen dingen waar we zelf in geloven. Het is namelijk ook heel erg een tijd waarin mensen haarfijn aanvoelen of een merk of een bedrijf oprecht en authentiek is. Daarom serveren we alleen eten wat we zelf lekker vinden en waarvan we geloven dat het goed is voor de wereld waarin we leven. En daarmee proberen we iets anders uit te stralen dan de winstmaximalisatie van het gemiddelde bedrijf. We doen ook niet mee aan de marketinggekte die heerst rondom drankmerken. We verkopen niet onze ziel om maar te zorgen dat mensen zich volstouwen met Jägermeister of Red Bull. We volgen ons hart, vanuit een soort enthousiasme voor muziek. We proberen wel eigentijds te zijn, maar we willen niet alleen maar inspelen op hypes. Als we een Larry Heard kunnen boeken die twintig jaar geleden baanbrekend was, doen we dat ook. Ik heb liever dat ik over tien jaar terugkijk op een plek die mensen echt heeft geïnspireerd, dan dat ik veel geld heb verdiend.”

    • Rolinde Hoorntje