Demotie wordt langzaam bespreekbaar

ICT-bedrijf Capgemini heeft de discussie over demotie gisteren nieuw leven ingeblazen. Vijf vragen over een beladen arbeidsmarktbegrip.

Foto Rien Zilvold

1 Wat wil Capgemini?

Topman Jeroen Versteeg van ICT-bedrijf Capgemini domineerde gisteren het nieuws. Hij wil dat ouder personeel vrijwillig tot 10 procent van het loon inlevert. Omdat er „een scheefgroei is tussen de marktwaarde van mensen en hun salaris.” Demotie moet bespreekbaar worden meent hij, juist om te voorkomen dat werknemers ontslagen worden. Hij wil ouderen minder betalen en jonge talenten beter belonen – loon naar werk, niet naar leeftijd.

2 Hoe valt dat idee van demotie?

In feite is demotie het tegenovergestelde van promotie. Daarmee wordt meteen de negatieve associatie verklaard die veel werknemers en de vakbonden met het woord hebben. In de meeste organisaties krijgen werknemers er jaarlijks automatisch een periodiek bij. Op basis van leeftijd verdienen zij zodoende steeds meer. Maar of hun productiviteit ook gelijke tred houdt met die salarisgroei is maar de vraag. Als ouderen te veel verdienen voor wat ze opleveren zouden ze een stap terug moeten kunnen doen, ook financieel. Afspraken daarover vallen onder de noemer demotie. Maar de Algemene Werkgeversvereniging Nederland (AWVN), die bedrijven adviseert in cao-onderhandelingen, wil omwille van de negatieve klank liever af van die term. De afspraken passen wat AWVN betreft immers in een bredere ontwikkeling die erop gericht is werknemers langer en gezond inzetbaar te houden.

3 Bestaat het al in Nederland?

Volgens AWVN zijn het afgelopen jaar maar in 6 van de 385 cao-akkoorden expliciet afspraken gemaakt over demotie, meestal alleen op basis van vrijwilligheid. Wat opvalt is dat het met name om bedrijven gaat in de financiële dienstverlening, zoals ABN Amro en SNS Reaal. De bank-verzekeraar heeft het beladen onderwerp zelfs al jaren in de cao staan. Voor zover het cao-partijen lukt om afspraken te maken zijn ze er vooral op gericht om de stap terug te verzachten. Zo biedt de cao voor onderzoeksinstellingen werknemers die een lagere functie accepteren gedurende maximaal 2 jaar compensatie. Het eerste jaar wordt tweederde van het verschil tussen het oude en het nieuwe salaris gecompenseerd, het tweede jaar eenderde. De pensioenopbouw blijft gekoppeld aan het oude salaris.

4 Waarom wordt het nauwelijks toegepast?

Demotie is één van de laatste arbeidsmarkttaboes. Hoewel de afgelopen jaren al door verschillende beleidsadviseurs en politici, waaronder voormalig CDA-minister Donner (Sociale Zaken) bepleit, heeft Den Haag er niets over te zeggen. Werkgevers en vakbonden maken in cao’s afspraken over beloning. Om werknemers aan zich te binden was het voor werkgevers verleidelijk om salarissen te laten stijgen met de leeftijd. Nederland kende immers lange tijd allerlei mogelijkheden om werknemers vervroegd uit te laten treden zodra het salaris uit de pas begon te lopen.

Meest voor de hand liggend was de inmiddels afgeschafte VUT-regeling. Maar ook de WAO en WW-uitkering werden in het verleden vaak oneigenlijk gebruikt als glijbaan naar het pensioen. Nu dat door bezuinigingen steeds moeilijker wordt en de pensioenleeftijd verder opschuift, ondervinden werkgevers de gevolgen van hun beloningsbeleid. Vakbonden die al veel verworven rechten van met name oudere werknemers hebben zien afbrokkelen staan niet te trappelen dat beloningsbeleid nu te herzien.

Zolang vakbonden nog niet instemmen, kan Capgemini alleen maar individuele afspraken maken. De ondernemingsraad stemt wel met de plannen in. Medewerkers hangt nu ontslag boven het hoofd, tenzij zij via scholing hun marktwaarde weten te vergroten.

5 Hoe is het in andere landen?

In Scandinavische landen is demotie eigenlijk niet nodig omdat werknemers niet zo’n steile loonontwikkeling doormaken als in Nederland. Dat komt onder meer omdat men daar geen traditie kent van vervroegd uittreden. In België en Frankrijk zijn de mogelijkheden om eerder te stoppen nog steeds talrijk en dat zie je terug in de salarisstijging aan het eind van de loopbaan.

Landen als Japan, de VS en het Verenigd Koninkrijk kennen wel een traditie van demotie. Doordat ouderen bij en na ontslag weinig bescherming genieten is hun onderhandelingspositie ook zwakker. Als gevolg verdienen Britse ouderen op hun 65ste 30 procent minder dan hun Nederlandse collega’s, becijferde het Centraal Planbureau in 2009.