Dat goede hotel vind je ook met een app wel

Het gaat niet goed met de gedrukte reisgids. Alleen goedkope stedengidsen doen het nog goed. De bedreiging komt vooral van gratis reis-apps.

Nepalese kinderen bekijken een reisgids van Lonely Planet. In 2012 werden 3.100 Lonely Planet-gidsen in winkels verkocht, in 2011 nog 5.100. Foto: Bert Spiertz/Hollandse Hoogte

De boekenkast met rijen vol blauwe Lonely Planet-kaften. Wild door de Trottergids bladeren naar kaart 3C om restaurantje 338 te vinden. Romantisch is het zeker. Maar hoe lang kan het nog?

Het gaat niet goed met de verkoop van reisboeken. De omzet uit verkoop aan consumenten daalde in 2012 met 3 procent van 14,7 naar 14,3 miljoen euro, blijkt uit interne cijfers van de uitgeversbranche. Cijfers van eerdere jaren zijn niet beschikbaar, maar uitgevers spreken van een dalende trend. Vorig jaar werden er in Nederland ongeveer een miljoen reisboeken verkocht.

De meeste uitgevers praten er liever niet over. Verkoopcijfers zijn „vertrouwelijk” of „concurrentiegevoelig”, zeggen ze. Dave van Westing van de ANWB, die wel inzage in de cijfers wil geven, kan wel een reden voor de geheimzinnigheid bedenken. „Te confronterend.”

Ook de persvoorlichter van Lonely Planet wil liever niet gedetailleerd op vragen ingaan. Hoeveel gidsen het bedrijf verkocht is lastig te zeggen: veel gidsen worden via internet besteld. Met de in winkels verkochte gidsen ging het in ieder geval niet goed: 3.100 vorig jaar tegenover 5.100 in 2011. Marktleider Unieboek-Het Spectrum (van onder meer de Rough Guide, Capitool- en Marco Pologidsen) zag de omzet van 3,7 miljoen euro vorig jaar met een half miljoen teruglopen.

Dat is de reden dat Unieboek-Het Spectrum „strenger is geworden met bestemmingenbeleid”, laat uitgever Vera Wolf weten. „Neem Tunesië, dat ging heel lang heel goed, maar die bestemming is nu minder populair. Ik wil daar best een gids voor maken, maar alleen als er een markt voor is.” Ook de ANWB laat weten „al blij te zijn als we met een gids break even kunnen draaien. Al doen reisboeken het in vergelijking met andere boeken nog goed”, aldus Van Westing.

Belangrijkste oorzaak, zeggen de uitgevers: de crisis. We gaan vaker op vakantie, maar korter en minder ver, blijkt uit onderzoek van NBTC-NIPO, een gezamenlijk initiatief van TNS NIPO en het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC). Dat is terug te zien in de verkoop van reisboeken: dure, dikke landenboeken zijn uit, kleine goedkope stedengidsen doen het goed. Van de toptien reisboeken in 2012 zijn er zes stedengidsen. Van de 100%-stadsgidsen van Parijs en New York werden er vorig jaar meer dan 7.000 verkocht.

Daar komt bij dat uitgeverijen kampen met een meedogenloze concurrent, waar nauwelijks mee te concurreren valt. Internet.

Dat is niet altijd zo geweest. Ooit maakte internet vliegen goedkoop en bracht het verre bestemmingen en onbekende steden in Europa dichterbij. Dat was goed voor de verkoop van reisgidsen. René Bego van Mo Media, uitgever van de 100%-serie: „Dankzij internet bestaan wij.”

Maar sinds de komst van smartphones en tablets zijn uitgevers van reisboeken in het defensief gedwongen. Veel gidsen hebben de stap naar een digitale versie of app gemaakt. Het nadeel: de kosten zijn hoog en de ontwikkelingen gaan snel. Vera Wolf van Unieboek-Het Spectrum: „Eerst dachten we: over een paar jaar gaat iedereen met een gsm op pad. Toen kwam de iPad. Nu heeft Samsung weer een tussenmaatje. Zie op al deze devices maar eens een product aan te bieden dat draait.”

De App Store van Apple en Google Market van Android puilen uit van de gratis alternatieven. Kaarten in reisboeken zijn statisch en vaak hopeloos verouderd, terwijl iedereen met een smartphone met Google Maps zijn exacte locatie overal ter wereld kan bepalen. Hotel- en restaurantrecensies staan op internet, inclusief de dagschotel. Er zijn taalapps met spraakherkenning, die zinnen in tientallen talen kunnen vertalen. Handig als je een Chinese taxichauffeur uit moet leggen waar je naartoe wil. Veel van die apps kun je ook offline gebruiken. Dat moet ook wel, in landen als China of Rusland betaal je zomaar bijna tien euro per MB voor een internetverbinding.

Uitgevers van reisboeken zoeken het vooral in de combinatie reisgids-reisapp. Het idee: reizigers kopen een ‘inspiratief’ boek van een stad en krijgen daar een app gratis bij. Het boek lees je thuis of in het vliegtuig en de app leidt je vervolgens met GPS door de mooiste plekken van de stad. En uitgevers boren andere markten aan, die weinig meer met papier te maken hebben. Zo verhuurt de ANWB vakantiehuisjes en begon Unieboek-Het Spectrum website On Track, waar GPS-wandel- en fietstochten worden verkocht. Lonely Planet maakt tegenwoordig zelfs televisieseries.

De reisgidsen hebben één enorm voordeel ten opzichte van de duizenden gratis reisapps: reputatie. In juli vorig jaar werd bekend dat de BBC – die Lonely Planet in 2007 voor 160 miljoen euro kocht – in ruim vijf jaar tijd bijna 60 miljoen euro af heeft moeten schrijven op het bedrijf. Toch is Lonely Planet „zeer succesvol”, zei BBC-directeur John Smith destijds. „Het merk Lonely Planet is niet in waarde uit te drukken.”

Bij een gratis app voelen we niks. Terwijl wij, reizigers, jaren met een Lonely Planet op pad zijn geweest en aan het merk gehecht zijn geraakt. Reismerken zijn gekoppeld aan positieve herinneringen en daarom ijzersterk. Uiteindelijk, hopen de uitgevers, moet dat vertrouwen ons overhalen om in de App Store toch maar voor een betaalde versie te kiezen.