Brieven

Kunst moet voor het hele volk zijn

Arjo Klamer zegt in de vrijdagkrant dat kunstliefhebbers van hun „subsidiegewenning af moeten komen” en bereid moeten zijn hun waardering voor de kunsten „in klinkende munt uit te drukken”. Met andere woorden: mensen moeten zelf maar betalen voor kunst. Daarmee sluit Klamer zich aan bij een sterke stroom in de Nederlandse politiek die sinds de jaren negentig denkt dat privatisering de grote oplossing is voor alle maatschappelijke problemen. Weg met de subsidies dus – behalve dan om de banken te redden.

Kunst wordt door Klamer in dezelfde hoek geplaatst als drugs (mensen zijn er verslaafd aan, er treedt gewenning op) en wordt een product dat maar moet leren zich commercieel staande te houden op de vrije markt. Zoals in het hedendaagse universitair onderzoek moeten mensen „creatief zijn” om geld te vinden voor hun eigen liefhebberijen. Klamer zegt wel dat kunst in het „algemeen belang” is, maar blijkbaar mag het geen publiek geld kosten. Enkel de elite heeft nog het privilege om betrokken te zijn bij kunst.

Want dat is wel de consequentie van Klamers visie: het oude kunstbeleid, dat gericht was op het betrekken van grote groepen mensen bij kunstdoor het betaalbaar en (dus) toegankelijk te houden voor iedereen, wordt nu weggevaagd. De kloof tussen ‘kunstliefhebbers’ en anderen wordt daarmee alleen maar groter. Kunst op eigen benen betekent vooral: goede kunst voor wie het zich kan veroorloven en plat commercieel vermaak voor de massa. Wie daar tegen is, is niet hopeloos conservatief, maar verdedigt de kwaliteit van het leven van mensen die het minder goed hebben. En goede kunst, natuurlijk.

Mark Coeckelbergh

Filosoof Universiteit Twente

De jacht is noodzakelijk

Daan Remmerts de Vries wil ons in doen geloven dat de jacht alleen maar tot excessen leidt (NRC Weekend, 5 januari). In navolging van Marianne Thieme pleit hij voor afschaffing van de jacht. Als beheerder van één van de grootste landgoederen van ons land denk ik dat enige nuance op zijn plaats is.

Jacht is bij het beheer van het landelijk gebied inclusief bossen en natuurterreinen een essentieel beheerinstrument. In gebieden waar de jacht niet wordt uitgeoefend omdat de wetgever of de eigenaar dat verboden heeft, zijn de dieren aan de goden overgeleverd. Juist omdat we in een dichtbevolkt land leven kan de natuur het zelf niet af.

Als de jager wordt uitgebannen zullen bepaalde dieren goeddeels verdwijnen terwijl andere dieren veel te sterk zullen toenemen. Sinds de invoering van de Flora- en faunawet is de jacht langs de grote rivieren verboden. Wie zorgt nu nog voor de hazen in de uiterwaarden als deze onderlopen? Door de jacht te verbieden verliezen veel mensen hun betrokkenheid bij de natuur. En zonder betrokkenheid is er geen draagvlak voor het natuurbeleid.

Albert Schimmelpenninck

Rentmeester Stichting Twickel

Je struikelt in dit land tegenwoordig over wild

Daan Remmerts de Vries wordt niet gehinderd door enige veld- of feitenkennis over de jacht, anders dan wat hij op televisie ziet. Zijn taalgebruik is weinig gekuist. Het is ongepast om jagers weg te zetten als criminelen en moordenaars.

Ik pak er één element uit. Je struikelt in dit land over het wild. De aantallen nemen enorm toe. Sinds ik in Friesland woon, nu veertig jaar, is het aantal overwinterende ganzen ongeveer verviervoudigd. De hazenstand is al jaren stabiel. Als ik op een maartse ochtend van Sneek naar Leeuwarden trein, tel ik westelijk van de spoorlijn ongeveer dertig hazen. Twintig jaar geleden hadden we in onze hele regio geen reeën; tegenwoordig zitten ze aan de rand van Sneek. Ganzen vormen een plaag.

Culinair gezien kan de jacht alleen maar gunstig gewaardeerd worden: het levert de hoogste kwaliteit scharrelvlees op. Dat driekwart van de bevolking zich tegen de plezierjacht zou verzetten, bewijst voornamelijk de ondeugdelijke onderzoeksopzet.

Iets meer respect voor zorgvuldig werkende jagers zou op zijn plaats zijn.

Dr. Jan A. Schulp

Bioloog en wildeter, Sneek

Hulpgeld naar vrouwen!

Het hoofdredactionele commentaar van 4 januari over de moord op Ananat, de vrouw die in India overleed na een groepsverkrachting, besluit met: „Wat voor India geldt, is op veel meer landen in de wereld van toepassing. Vrouwenrechten bestaan dikwijls slechts in theorie. Of ze bestaan niet. Anno 2013 is dat dieptreurig”.

Deze dieptreurigheid is op veel meer landen van toepassing, inclusief landen waar onze ontwikkelingshulp naartoe gaat. Het wordt hoog tijd dat wij daar iets aan doen.

Stop de huidige vorm van ontwikkelingshulp aan landen waar vrouwenrechten slechts in theorie bestaan, of waar ze helemaal niet bestaan. Stop ook de ontwikkelingshulp aan projecten van mannen voor mannen, bijvoorbeeld aan de belachelijke klasjes waarin mannen leren dat vrouwen mensen zijn. Dit willen ze helemaal niet leren, want daar hebben ze voor hun gevoel geen voordeel bij. Steek het geld dat vrijkomt in onderwijs voor uitsluitend vrouwen en meisjes en in projecten van vrouwen voor vrouwen.

Vrouwenrechten moeten speerpunt en voorwaarde nummer één worden voor ontwikkelingshulp. De enige kans voor ontwikkelingslanden om zich echt te ontwikkelen, is immers gelegen in de emancipatie van de vrouwen. Zolang vrouwen geen rechten hebben en aan de meest weerzinwekkende (lijf)straffen worden onderworpen, blijven ontwikkelingslanden achterlijke landen. Ik zou willen dat er een uitgesproken voorkeursbeleid voor vrouwen komt, zoals er eeuwenlang een onuitgesproken voorkeursbeleid voor mannen is geweest. Dat beleid heeft de positie van de vrouwen voor geen millimeter verbeterd – integendeel.

Adriënne van Diepen

Aduard

Niet alleen thuiswerken

Het artikel over thuiswerken was eenzijdig (NRC Weekend, 5 januari). De revolutie die we meemaken, is dat je niet meer per se op de zaak, op kantoor hoeft te werken. Je kunt ook elders werken – natuurlijk thuis, maar ook in de trein of op het strand. Het idee dat je op kantoor moet zijn om te werken, is een versleten paradigma. Werken komt los van de oude begrenzingen in tijd en plaats.

Deze nieuwe manier van werken vraagt om een nieuwe manier van leidinggeven. Onderzoek toont aan dat de productiviteit stijgt als ook de verantwoordelijkheid voor het werk toeneemt. Als baas let je op de output, en niet op de gemaakte uren. Dat is waar het om gaat: het wordt flexibeler, dynamischer.

Dion Kotteman

Den Haag

    • Jan A. Schulp
    • Dion Kotteman
    • Albert Schimmelpenninck
    • Adriënne van Diepen