Banken blij: minder reserves

De bankenlobby heeft het voor elkaar: de strenge regels die toezichthouders oplegden worden weer versoepeld.

Redacteur Financiën

Gaat de financiële wereld weer terug naar de tijd van vóór de bankencrisis? Die tijd waarin prominente Amerikaanse zakenbanken zoals Lehman Brothers onverantwoord veel risico’s namen – en vervolgens omvielen en door de belastingbetaler moesten worden gered?

Zondag kwam de internationale toezichthouder op de financiële markten, het zogenoemde Basels Comité voor Bankentoezicht, met een opmerkelijke aankondiging die op z’n minst te denken geeft. Het comité besloot, unaniem, om een mondiaal plan om de bankensector veiliger te maken op een van de belangrijkste punten af te zwakken: banken mogen straks weer méér risico’s gaan nemen. De achterliggende gedachte: als de geldstromen naar bedrijven en particulieren weer op gang komen, kan dit de economische misère verzachten.

Vooraanstaande economen, zoals de Belg Paul de Grauwe, zien er een onheilspellende ontwikkeling in. Hij zei gisteren in een reactie dat de toezichthouder een knieval heeft gemaakt voor de banken. „De machtige bankenlobby prevaleert over toezichthouders en het maatschappelijk belang.” De bankensector heeft twee jaar lang een intensieve lobby gevoerd om de versoepeling af te dwingen.

Na de bankencrisis besloten nationale bankentoezichthouders en topfunctionarissen uit de sector in 2010 dat er nooit meer zo’n ontwrichtende crisis mag uitbreken. Regels zijn aangescherpt, bijvoorbeeld die met betrekking tot de liquiditeit van banken. Banken moeten een minimale hoeveelheid liquide middelen bezitten, zodat ze het een tijdje kunnen uitzitten in geval van een bankrun of anderszins opdrogend krediet.

In het oorspronkelijke plan uit 2010 was de definitie van ‘liquide middelen’ streng: alleen staatsobligaties en bij centrale banken geparkeerd contanten mochten daartoe worden gerekend. Maar nu mogen ook goud, gebundelde hypotheken (zogenoemde securitisaties) en aandelen van solide bedrijven daaronder worden meegenomen.

Het is een duivels dilemma waar het Basels comité afgelopen zondag voor stond: strengere regels voor banken zijn zonder meer noodzakelijk, maar belemmeren ook de kredietverlening, en dus economisch herstel. Althans, dat was het betoog van de banken. Het comité was aanvankelijk sceptisch: de toezichthouder zag in de klaagzang een teken dat de banken weinig hadden geleerd van de crisis en veel bij het oude wilden laten. Maar de crisis duurt nu al zo lang, dat ze zich blijkbaar ook in Basel zorgen maken over de effecten van streng toezicht op de economie.

Dat is een belangrijke verschuiving in het beleid tot nu toe. Maar is het ook een gevaarlijke, zoals De Grauwe betoogt? Het comité ontkende gisteren dat het een knieval heeft gedaan. In een verklaring zegt het: „Het akkoord is een teken van onze toewijding om ervoor te zorgen dat banken voldoende liquide middelen aanhouden, en centrale banken niet opnieuw als lender of last resort moeten optreden.”

De liquiditeitseisen worden inderdaad versoepeld, maar niet onvoorwaardelijk: zo mogen aandelen van bedrijven worden meegerekend, maar alleen tegen een korting van 25 procent op de marktwaarde. Het Bazel-III plan bevat bovendien ook nog andere belangrijke regels die niet zijn versoepeld. De regel die bijvoorbeeld eisen stelt aan het minimale eigen vermogen dat banken moeten aanhouden.

In Nederland zal de gewijzigde regelgeving vermoedelijk positief door banken worden ontvangen. Ze kunnen er makkelijker hypotheken door financieren. Goed voor de huizenmarkt dus. In elk geval eventjes. De Grauwe blijft somber. Hij vreest dat nu juist de basis wordt gelegd voor nieuwe bankencrises. Wat destijds de oorzaak van de crisis was – het nemen van (te) grote risico’s – laat zich nu niet zomaar veranderen in een medicijn tegen diezelfde crisis.

    • Chris Hensen