Wielrennerij staat stijf van onrecht

Wielrenners zijn onderworpen aan het tuchtrecht in hun sport. Bij dopinggebruik rammelt dat flink, schrijft John Kroon. Eerst straffen, het vonnis komt later wel.

In 1969 stond België op zijn kop. Eddy Merckx was in de Ronde van Italië op doping betrapt. Hij plengde tranen zo vochtig dat ze bijna uit de televisietoestellen lekten die dit verdriet van België vertoonden. Merckx moest de roze leiderstrui uittrekken en de volgende straf die dreigde, was uitsluiting van deelname aan de Tour de France in dat jaar.

Het Belgische parlement ging er zich mee bemoeien en de minister van Cultuur schreef een boze brief. Een diplomatieke rel tussen België en Italië was geboren.

Het einde van het liedje was dat Merckx zijn zonden werden vergeven. Belangrijkste beweegreden: hij was niet eerder op doping betrapt (nadien nog tweemaal).

Merckx won dat jaar de Tour en groeide uit tot vijfvoudig winnaar. Lance Armstrong, daarentegen, is geen zevenvoudig Tourwinnaar meer. Hij is teruggebracht tot nulvoudig winnaar. Merckx is in de adelstand verheven, hij is baron, Armstrong is de fietsende zondebok.

Doping is van alle tijden. Het is de moraal die is veranderd.

De jurist Gerke Berenschot somde in zijn scriptie Schendt dopingbestrijding mensenrechten? op wat er met Merckx zou zijn gebeurd als de hedendaagse regels op hem van toepassing waren geweest. Hij zou twee jaar zijn geschorst en zou dus noch de Tour de France van 1969 noch die van 1970 hebben gewonnen. Net zo min als de Giro van 1970. Toen Merckx in 1973 nog eens werd betrapt, zou hem, volgens het nu geldende regime, een levenslange schorsing zijn opgelegd. Schrap dan ook uit zijn palmares: nóg een Tourzege, nóg een overwinning in de Giro, een wereldtitel en eerste plaatsen in de Ronde van Vlaanderen, Luik-Bastenaken-Luik en tweemaal Milaan-Sanremo.

Exit Merckx. Joop Zoetemelk was dan vast geen eeuwige tweede geworden. En nadien trouwens ook geen eerste. Want volgens de wielerwetten die nu vigeren, had Zoetemelk als recidivist in 1979 ‘levenslang’ geschorst moeten worden en had hij in 1980 dus niet de finish als Tourwinnaar kunnen passeren.

Politieke steun voor sporthelden, zoals voor Merckx, het komt vaker voor. In 2011 stuurde de toenmalige Spaanse premier Zapatero een tweet de wereld in, waarin hij kwetterde dat er geen enkele legale reden was om Alberto Contador te vervolgen, de renner bij wie een beetje clenbuterol was aangetroffen.

De trias politica houdt soms moeilijk stand als via een sportheld-in-opspraak ook de eer van de natie in het geding is, en dat komt misschien doordat het recht in de sport vaak een kromme indruk maakt.

Wielrenners zijn onderworpen aan het tuchtrecht dat in hun sport geldt, en als het om dopingzaken gaat, rammelt dat flink. Dit is al na te gaan bij lezing van de dopingreglementen zelf. Voor de vaststelling dat sprake is van een overtreding „kan één bewijsmiddel volstaan”. Van een „onomstotelijk vaststaand bewijs” hoeft geen sprake te zijn.

Artikel 11 van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens stelt: „Een ieder die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, heeft er recht op voor onschuldig gehouden te worden, totdat zijn schuld krachtens de wet bewezen wordt in een openbare rechtszitting, waarbij hem alle waarborgen, nodig voor zijn verdediging, zijn toegekend.”

Met die waarborgen is het voor de wielrenner slecht gesteld. Hij kan in een procedure de methode waarmee bij hem doping is aangetoond, of zou zijn aangetoond, niet aanvechten. Alleen vormfouten kunnen hem helpen bij zijn verdediging. Laboratoria zijn blijkbaar feilloos.

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens biedt in artikel 8 ieder het „recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven”. Zet dat af tegen het systeem van de whereabouts, dat sporters verplicht voor elke dag van een jaar aan te geven waar ze op een bepaald uur zullen verblijven. Het doel is dat sporters dagelijks, zon-, feest- en vakantiedagen niet uitgesloten, aan een controle kunnen worden onderworpen. Wie driemaal de fout ingaat met de whereabouts, kan worden geschorst alsof hij doping had gebruikt. En nee, met die straf wacht de tuchtcommissie niet tot het vergrijp via een enkelvoudig bewijs ‘vaststaat’. Eerst straffen, het vonnis komt later wel.

Zijn die straffen proportioneel? Kijk ter vergelijking naar die vrachtwagenchauffeur die voor de vierde keer in twee jaar dronken achter het stuur werd betrapt en daarna van de rechter drie maanden niet mocht rijden. Of die truckrijder die een dodelijk ongeluk had veroorzaakt: twaalf maanden ontzegging van de rijbevoegdheid; vóórwaardelijk.

De rechter houdt rekening met het beroep van de dader. Niet als je vak wielrenner is en je onder het tuchtrecht valt. Die renner krijgt al bij het eerste vergrijp onvoorwaardelijk twee jaar ontzegging van de fietsbevoegdheid in wedstrijdverband. Twee jaar van een professionele loopbaan, die meestal niet meer dan tien, vijftien jaar duurt. De race-fietsende recidivist kan het helemaal schudden. Hij krijgt een beroepsverbod voor het leven.

John Kroon is redacteur van NRC Handelsblad. Een uitgebreidere versie van dit artikel verschijnt volgende week in wielertijdschrift De Muur.