Wegbereider van nieuwe generatie

Nederlands kampioen Niels Kerstholt ziet het niveau van shorttrack in Nederland stijgen. „Het pad naar de wereldtop is korter geworden.”

Niels Kerstholt aan de leiding op de 1.000 meter bij de NK shorttrack. Achter hem van links naar rechts: Freek van der Wart, Sjinkie Knegt en Daan Breeuwsma. Foto Robert Vos

Twee vingertjes aan het ijs, scheef hangend in de bocht. Als oudste shorttracker van de nationale ploeg voelt Niels Kerstholt (29) letterlijk de hete adem van de jeugd in zijn nek, maar geïmponeerd is hij allerminst. Ook Sjinkie Knegt, regerend Europees kampioen en gezegend met beduidend meer talent dan Kerstholt, komt er niet langs. Geklopt op bravoure, bluf, brutaliteit en branie.

„Die houding van hem is letterlijk goud waard”, zegt bondscoach Jeroen Otter over Kerstholt, die gistermiddag met grote overmacht zijn zesde nationale shorttracktitel haalde. „Niels stond laatst bij een World Cup aan de start met Kwak Yoon-Gy en Viktor Ahn, twee van de beste shorttrackers ter wereld. Dan kijkt hij ze aan met een blik van: zo jongens, jullie moeten tegen Niels, hè? Dat is zijn grootste talent.”

Aan vertrouwen ontbrak het hem nooit. Maar als shorttracker in een land van langebaanschaatsers vocht Niels Kerstholt het grootste gedeelte van zijn lange carrière een eenzame strijd. Een eeuwigheid onderweg naar de wereldtop. Maar altijd trof hij Chinezen, Canadezen of Koreanen die sneller, slimmer of behendiger waren dan hij.

Anderhalf jaar geleden liet hij het plotseling los. Ging hij drie maanden feesten. Met zijn vriendjes de Utrechtse kroegen in. ,,Ik heb tien jaar lang alleen maar gevochten, gevochten, gevochten. Het was best een ondankbare taak. Je kunt wel Nederlands kampioen worden, maar het vergt heel veel energie als je tien jaar vecht zonder beloning, met weinig geld, zonder erkenning. Mensen die van een afstandje naar mij keken dachten: het gaat hem nooit lukken, dat gat met de top dichten. Misschien was ik een beetje dom, maar ik bleef er in geloven.”

Het sociale intermezzo was precies wat de shorttracker nodig had, bleek na zijn terugkeer op het ijs. „Ik genoot weer van de sport. Dat was ik een beetje kwijtgeraakt tussen 2006 en 2010. Nu bruis ik weer van gretigheid.”

Hoe anders ziet de Nederlandse shorttrackwereld er uit, iets meer dan een jaar voor de Spelen van Sotsji. Naast Kerstholt hebben – alleen al bij de mannen – intussen ook drie ploeggenoten een olympische nominatie op zak: Knegt, Freek van der Wart en Daan Breeuwsma. Het viertal won de afgelopen twee EK’s goud op de aflossing, Knegt werd vorig jaar Europees kampioen, Kerstholt zelf tweede. Kerstholt merkte het in de Jaap Edenhal: ,,Het niveau op de NK is nu zó hoog. Als ik nu de titel haal, zegt me dat iets. Dat was in het verleden wel anders.”

Hij maakte de ommezwaai van zijn sport in Nederland van nabij mee. Vier jaar geleden trok hij naar Los Angeles om zijn techniek bij te schaven; in Nederland was voor hem onvoldoende kennis voorhanden.

Maar de komst van Jeroen Otter als bondscoach, na de Winterspelen in Vancouver (2010), betekende de echte doorbraak. „Een goede coach, goede begeleiding en een groep met veel talent. Het pad naar de wereldtop is korter geworden omdat wij nu meer goede shorttrackers hebben. Daardoor trainen we op hoger niveau. Ik heb af en toe dagen dat ik me niet lekker voel, maar dan moet ik toch mee.”

Mee in de slipstream van Van der Wart, Breeuwsma of Sjinkie Knegt, de publiekslieveling. Kerstholt zag de jonge Fries komen als opvolger, iemand die het shorttracken jarenlang kan domineren. „Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat Sjinkie mij voorbij was. Dat hebben de media zo gebracht. Ik heb ook dingen geleerd van een talentje als Sjinkie. Topsport is altijd maar doorgroeien.”

De eenzame shorttracker werd een wegbereider voor een nieuwe generatie. Maar de onderlinge concurrentie is soms moordend. „We moeten vechten met elkaar, je moet af en toe ruzie krijgen tijdens wedstrijden. Zoals Sjinkie die vorig jaar helemaal los ging tijdens het NK omdat hij het ergens niet mee eens was. Maar we beseffen allemaal dat we het met elkaar moeten doen, willen we de Koreanen, de Chinezen en de Canadezen eraf rijden.”

Over twee weken volgt de eerste echte test van het seizoen: de EK in Malmö, waar de Nederlanders een berg aan medailles verdedigen die vorig jaar in het Tsjechische Mlada Boleslav werden geoogst. „We moeten weer het podium kunnen halen”, zegt Kerstholt. Hij ziet vooral concurrentie van de ,,fop-Rus’’ Viktor Ahn, die onder de naam Ahn Hyun-Soo drie keer olympisch goud haalde voor Zuid-Korea. Hij zal in Sotsji een belangrijke Russische troef zijn.

Maar Kerstholt laat zich niet intimideren, door wie dan ook. „Ik wil zoveel mogelijk finales rijden en winnen. Als ik over een jaar in de finale sta, op de Spelen, zal ik niet denken: ik heb de finale gehaald, wow. Nee, ik zal gewoon doorgaan. Alleen dan heb je kans op medailles.”

    • Rob Schoof