Waar gaat Midden-Europa heen?

Ooit gehoord van Tomio Okamura? Deze Tsjechische senator (met een Japanse vader) wilde deze week meedoen aan de eerste rechtstreekse presidentsverkiezingen in zijn land. Hij stelde zijn kandidatuur in het teken van de strijd tegen corruptie en nepotisme, waarover in Tsjechië veelvuldig schandalen uitbreken.

Maar het ministerie van Binnenlandse Zaken in Praag sloot hem uit. De adressenlijst van de 50.000 kiezers die voor zijn kandidatuur tekenden, zou fouten bevatten. Okamura tekende protest aan en vroeg om uitstel van de verkiezingen. Het grondwettelijk hof deed vrijdag uitspraak. Of Okamura gelijk heeft, liet het hof nog in het midden. Maar de verkiezingen gaan vrijdag en zaterdag gewoon door (de tweede ronde is over twee weken). En hij mag niet meedoen. De negen overgebleven kandidaten toonden zich tevreden, al bekende een van hen, ex-minister van Buitenlandse Zaken Karel Schwarzenberg, te hopen dat de legitimiteit van de verkiezing er niet onder lijdt. Juist nu de president, eenmaal direct gekozen, een sterkere figuur kan worden.

Net als in Polen en Hongarije, de buurlanden die in 2004 tegelijk lid werden van de Europese Unie, is het politieke systeem in Tsjechië volop in beweging. Regelmatig komen Tsjechische ministers en parlementariërs in opspraak door corruptie, en de politieke verhoudingen zijn instabiel. In zestien jaar regeerde alleen de sociaal-democratische premier Milos Zeman (nu kandidaat-president) vier jaar, van 1998 tot 2002. In de andere twaalf jaar passeerden negen kabinetten. De president heeft officieel beperkte bevoegdheden, maar scheidend president Václav Klaus speelde een voorname rol, die Hubert Smeets in deze De Wereld belicht. Niet in de laatste plaats door zijn argwaan tegen de Europese Unie.Niet-euroland Tsjechië hoort steevast bij de scherpste critici van verdere Europese integratie. Het is een Midden-Europees land dat een plaats zoekt aan de rand van de EU.

In Polen, dat meer groei kent en stabielere instituties heeft, vindt premier Donald Tusk het juist tijd te beslissen of het land tot de eurozone wil toetreden. Hij maakte onlangs duidelijk dat het niet alleen gaat om technische criteria, maar om een politieke zijnsvraag: Polen moet uitmaken of het tot „het hart van Europa” wil behoren, „waarvan de euro het midden is”, of liever een „randstaat” wil zijn met een eigen munt. Tusks eigen keuze is wel duidelijk: hij wil naar het hart.

In Hongarije, waar reizend correspondent Marloes de Koning nu verblijft, lijkt premier Viktor Orbán juist de andere kant op te gaan: naar de rand. Hij krijgt vaak kritiek Hongarije een meer autoritaire inrichting te geven en botst geregeld met de EU. Vrijdag blokkeerde het Hongaarse grondwettelijk hof een nieuwe kieswet die volgens critici Orbáns eigen partij, het nationalistische Fidesz, zou bevoordelen.

Zet de Europese integratie door in Midden-Europa, of winnen de stromingen die nationale trots combineren met argwaan tegen ‘Brussel’ (dat zij vaak zien als een soort opvolger van ‘Moskou’)? Dat is een belangrijk thema dit jaar.