‘Viktator’ Orbán kan tegenspel niet meer negeren

Op twee punten heeft de oppermachtige premier Orbán bakzeil moeten halen. Zijn tegenstanders putten hier hoop uit.

boedapest. - Twee nederlagen in een paar weken bewijzen dat de Hongaarse premier Viktor Orbán niet onaantastbaar is. Ook voor de Viktator, zoals tegenstanders hem wegens zijn autoritaire neigingen noemen, bestaan grenzen.

Vrijdag verwierp het Constitutioneel Hof de nieuwe kieswet, die de kans zou hebben vergroot dat zijn partij Fidesz ook de volgende verkiezingen, gepland voor 2014, met een grote meerderheid zou winnen. Drie weken eerder trok de regering onder druk van massale studentenprotesten bezuinigingen op onderwijs en de invoering van collegegelden in.

De oppositie begint het nieuwe jaar daardoor in een juichstemming. De socialisten onderhandelen met verschillende kleine en nieuw opgerichte oppositiepartijen over samenwerking tegen Orbán. De twee capitulaties door de regering geven hun hoop op het gezamenlijk winnen van de volgende verkiezingen.

De regering van Orbán ligt al sinds haar aantreden 2,5 jaar geleden onder vuur van mensenrechtenorganisaties. Zij botste hard met de Europese Commissie, onder meer over persvrijheid. De kritiek was dat de democratie in hoog tempo werd uitgehold en dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in gevaar was.

Tot nu toe hebben demonstraties van Hongaren en kritiek van de oppositie weinig uitgehaald. De regering steunt op een tweederde meerderheid in het parlement en voerde in hoog tempo en zonder overleg wetswijzigingen en een omstreden nieuwe grondwet door. Alleen onder zware druk van Brussel, en op momenten dat politieke turbulentie de wisselkoers van de forint negatief beïnvloedde, bond Orbán soms in.

Nu de regering over de helft van haar termijn is en de volgende verkiezingen in zicht komen, lijkt die onverstoorbare houding te veranderen. De steun voor Orbán en Fidesz neemt in peilingen af, hoewel Fidesz nog altijd de grootste partij is.

De afbrokkelende steun komt hoofdzakelijk door de tegenvallende economie. Orbán had beloofd een miljoen banen te scheppen. Die zijn er vooralsnog niet gekomen.

Fidesz heeft er nu meer belang bij „een voorzichtig en democratisch gezicht te laten zien”, denkt politiek commentator Attila Mong. Mong verloor in 2010 zijn baan bij de publieke omroep toen hij zich uitsprak tegen de nieuwe Mediawet. Hij studeert nu in de Verenigde Staten.

Invoering van collegegeld had de partij veel stemmen kunnen kosten, zegt Mong. „Het is gevaarlijk om jonge kiezers en daarmee hun ouders tegen zich in het harnas te jagen.”

Uit de reactie van Fidesz op de uitspraak van het Constitutioneel Hof spreekt meer politieke calculatie dan respect voor de juridische macht, analyseert Szabolcs Hegyi. Hij is lid van de juridische mensenrechtenorganisatie TASZ die tegen de verplichte kiezersregistratie protesteerde.

Het is volgens Hegyi bovendien de vraag of het Constitutioneel Hof zich zo onafhankelijk van de huidige macht blijft opstellen. Binnen een half jaar gaan twee van de vijftien rechters met pensioen. Het parlement wijst hun opvolgers aan. Dit zijn politieke benoemingen die de machtsbalans binnen het Hof naar Fidesz kunnen doen omslaan.

Eerdere wijzigingen van het kiesstelsel, waaronder herindeling van de districten, zijn wel ingevoerd en pakken naar verwachting in het voordeel van Fidesz uit.

Tot nu toe is de oppositie verdeeld. In onderhandelingen over samenwerking domineert de socialistische partij (MSZP). Die partij is er volgens veel Hongaren verantwoordelijk voor dat het land eerder dan de rest van Europa in een diepe economische crisis belandde. Zolang de socialisten het alternatief voor Orbán zijn, is speculeren over een machtswissel in 2014, zoals MSZP-partijleider Attila Mesterházy doet, voorbarig. Tegenover hem is Orbán nog verre van uitgespeeld.