Vergeten sterk debuut

Shira Keller: M. Podium, 144 blz. € 16,50

M., het debuut van Shira Keller (1985) staat vol details, maar precies waar je ze verwacht, krijg je ze niet. Want als de vijftienjarige Leah en haar leraar op een bankje aan het water zitten, staat er: ‘Ik kan me niet meer voorstellen hoe ik het gezegd heb […] maar ik moet het gezegd hebben, want hij antwoordde: „Verliefd? Op mij?”’ En ook bij de weergave van zijn antwoord draait de verteller om de hete brij heen. ‘Getrouwd. Dochter. Toekomst. Docent. Jong. Tijd. Zijn woorden buitelden over me heen en kregen geen vat op me.’

Het meisje en de docent die op deze middag na schooltijd samen zitten vormen het hart van de roman, waarin de volwassen Leah Rosenberg, een beeldhouwster van een jaar of veertig, aanhikt tegen een mooie opdracht. Ze mag een zelfportret maken voor een prestigieuze internationale tentoonstelling: Sculptors Immortalized. Ze is weliswaar goed in haar vak, maar een portret van zichzelf maken? Leah Rosenberg maakt beelden van anderen, de rust om naar zichzelf te kijken neemt ze nooit. De opdracht maakt dat ze terug in haar kindertijd en jeugd wordt getrokken: haar door een dubbel oorlogstrauma (Joods én Jappenkamp) opgejaagde vader en grootouders, haar veel te vaak huilende moeder en vooral haar eigen obsessie voor Markus Prins.

Hij is de merkwaardige leraar klassieke talen met wie ze ondanks zijn wetten en de door hem geformuleerde praktische bezwaren een relatie begint. Ze ontmoeten elkaar dagelijks bij een kerktoren waarvan de klok op vijf voor elf stil is blijven staan. Zo gaat het maanden voort. Het zal slecht aflopen.

Er zijn talloze redenen om M. te prijzen: om hoe Keller motieven in het verhaal laat terugkeren, zoals het prikken van rozen, bijen en spinnewielen. Dat verhaal van de honderd jaren slapende Doornroosje is een verhaal over tijd, het centrale motief van M. Het boek wemelt van de klokken en horloges – waarbij alles stilzwijgend verwijst naar de last van het oorlogsverleden van Leahs familie. En dat de liefde voor een leraar alles te maken heeft met haar vader geeft Keller stilletjes aan door Leah tussen de in haar atelier opgeslagen beelden te laten lopen: portretten van haar exen, vele versies van haar vader, maar geen enkel beeld van haarzelf of Markus Prins.

M. verscheen eind augustus – en welbeschouwd is het merkwaardig dat een debuut van een 27-jarige met zo veel kwaliteit niet in een paar weken overal de lucht is ingestoken. Dat is misschien toeval, of het gevolg van de publicatie midden in het literaire hoogseizoen. Het kan ook samenhangen met de kleine gebreken van het boek: alles blijkt precies te kloppen, maar de aanvankelijk tijdsprongen maken het verhaal minder overzichtelijk. Ook valt er wel iets af te dingen op al te opzichtig gedoe met littekens – en een uurwerk minder had ook gemogen. Maar dat valt allemaal in het niet bij de sterke beelden en de zeggingskracht waarmee Keller dit verhaal op papier heeft gekregen.

    • Arjen Fortuin