Sterker dan Václav Havel

Tsjechië kiest deze week een opvolger voor president Václav Klaus. Van alle leiders van na het uiteenvallen van het Oostblok bleef hij het langst. De harde machtspoliticus laat een boodschap na: de markt is goed, en de EU slecht.

President of the Czech Republic Vaclav Klaus gestures during a meeting with Hungarian President at the Presidental 'Sandor' Palace in Budapest on December 4, 2012. Klaus pays a two-day visit to Hungary. AFP PHOTO / FERENC ISZA AFP

Na ruim 23 jaar moet Václav Klaus na de presidentsverkiezingen deze maand het hoogste politieke toneel in Tsjechië verlaten. Na twee ambtstermijnen als staatshoofd is zijn tijd verstreken. Helaas. Want hij ziet zichzelf als de man die land het best kan beschermen tegen al die op de loer liggende collectivisten, zowel in Tsjechië als Europa. Tegen iedereen die niet ziet dat „de markt per definitie sociaal is” en dat de EU een variant van de Sovjet-Unie is.

Waarom hield de man, die al zijn gesprekspartners zeker één keer tot op het bot beledigd heeft, het zo lang vol?

Qua publieke sympathie kon Václav Klaus nooit in de schaduw staan van Václav Havel. De toneelschrijver, dissident en eerste democratische president van Tsjechoslowakije sinds de communistische machtsgreep van 1948 was integriteit en intellectualiteit in persoon. Maar qua machtsuitoefening was Klaus afgelopen kwart eeuw veruit de meerdere van Havel. Sinds zijn entree op het toneel heeft de conservatieve neoliberaal nooit een stap terug gedaan. Klaus was minister van Financiën (1990-1992) toen Tsjechoslowakije na 40 jaar socialisme met een ‘shock therapie’ naar de vrije markt werd geleid. Hij was premier (1992-1997) toen de dubbelrepubliek in 1993 via een ‘fluwelen scheiding’ in tweeën uiteenviel. Hij was parlementsvoorzitter (1998-2002) toen de regering werd geleid door de sociaal-democraat Milos Zeman. En hij was president (2003-2013), toen Tsjechië lid werd van de EU.

Klaus was al wat ouder (48) toen hij zich eind november 1989 meldde in schouwburg Laterna Magika , waar het Burgerforum ijverde voor de fluwelen revolutie die in Václav Havel en Alexander Dubcek haar gezicht kreeg. „Mijn aanwezigheid is zeer belangrijk. Het Burgerforum bestaat niet alleen uit acteurs en intellectuelen”, zo introduceerde hij zich.

Dat was achteraf het eerste signaal dat Klaus geen hoge pet op had van Havel en zijn ethisch democratische kring. Tijdens het ‘reëel bestaande socialisme’ had de macroeconoom – die in 1969 in Amerika studeerde, daar The road to serfdom van Friedrich Hayek las en later Margaret Thatcher en Ronald Reagan ging adoreren – al gesleuteld aan een eigen programma. Werkzaam bij het Prognostische Instituut bleef hij echter wel keurig binnen de bandbreedte van de ‘grijze zone’. Hij liet zich nooit betrappen op serieuze actie tegen het communisme. Na 1989 werd dat anders.

Toen het eenmaal kon, ontpopte Klaus zich als een apostel van Hayek en de Amerikaanse monetarist Milton Friedman. Volgens Klaus was het kapitalisme dé historisch voorbestemde maatschappijvorm. Het socialisme was slechts een intermezzo: tussen kapitalisme en kapitalisme. Zoals de aan de London School of Economics docerende politicoloog Abby Innes schreef: Klaus werd de „avant-gardist voor de markt, de Lenin voor de bourgeoisie”.

Die kwalificatie van Innes doet recht aan de organisatorische vaardigheden van Klaus. Want als minister en premier bleek hij in staat om de theorie ook in de praktijk te brengen. Het was Klaus die verzon dat de socialistische planeconomie via vouchers voor alle burgers kon worden geprivatiseerd. Weliswaar leidde dat programma tot hollende inflatie, grote werkloosheid en ook puissante rijkdom van een klein groepje oligarchen. Maar een echte politieke terugslag bleef lang uit. Klaus wist de transitie van communisme naar kapitalisme redelijk rustig te houden. Tsjechië is mede dankzij hem het enige land in het voormalige ‘sovjetkamp’ waar ex-communisten tot nu toe nooit zijn teruggekeerd in het zadel. Ook die andere afgrond – separatisme en burgeroorlog – wist hij te ontlopen. De splitsing van Tsjechoslowakije in 1993 verliep niet geruisloos, maar wel geweldloos.

Klaus kon dat omdat hij een echte politicus bleek. Hij zag er geen been in om al in 1991 het Burgerforum te scheuren en een eigen conservatieve partij te formeren. Voor Klaus is staatsmacht essentieel. Juist daarom gebruikt hij macht doelgericht en pragmatisch.

De waardering voor Klaus in en buiten Tsjechië hield geen gelijke tred met de successen. Vooral zijn minachting voor Havel viel verkeerd. Net als zijn wrok tegen ecologen. Global warming? „Linkse ideologie” en een „groot gevaar voor vrijheid, democratie en welvaart”.

Nadat Tsjechië in 2004 mede onder leiding van Klaus was toegetreden tot de Europese Unie, leidden vooral zijn stellige ideeën over Europa tot verbazing en ergernis. Zeker toen Klaus in 2009 probeerde het Verdrag van Lissabon te saboteren door tot het laatst zijn handtekening onder de ratificatie te weigeren.

Een kwestie van ondankbaarheid van een staatsman die, eenmaal toegelaten tot de unie, eisen ging stellen? Nee. Klaus was al veel langer een geharnast tegenstander van een politieke unie. Tijdens een diner voor een tv-show in Brno in 1992 bulderde Klaus na enkele voorbereidende beledigingen aan het adres van de ook aanwezige, eurofiele president Havel: „Brussel! Een socialistische nachtmerrie”.

Hij werd de decennia daarna niet milder over de „excessieve unificatie en denationalisatie van Europa. Om de haverklap brak hij, zoals een maand geleden in Bayreuth, de staf over al die „farizeeërs der politieke correctheid” die niet weten dat er in een „doodlopende straat maar één uitweg is: de weg terug”.

Het huidige Europese tijdgewricht definieerde hij in Bayreuth als „postdemocratie”. „We staan nu voor dezelfde uitdaging als 23 jaar geleden tijdens de ineenstorting van het communisme en de complexe opbouw van een vrije en democratische samenleving”.

Wat Klaus daarmee bedoelt, is af te leiden uit het wereldbeeld van de Mont Pelerin Society , die in 1947 door Hayek is opgericht. Klaus' staatsopvatting is simpel. De economie is een vrije markt, de burger is onderworpen aan een sterke staat. Democratische verhoudingen zijn van minder belang. De burger heeft stemrecht maar daarna is het woord weer aan de staat. Klaus zei het vorig jaar in de Tiroler Zeitung zo: „In een authentieke democratie – in een staat – hebben directe verkiezingen positieve en negatieve aspecten. Ik zie meer negatieve. Maar Europa kent geen demos. Een niet-volk kan geen directe verkiezingen hebben.”

Volgens John Keane, die de biografie Vaclav Havel. A political tragedy in six acts schreef, is Klaus een puntgave leerling van Machiavelli: nu eens is Klaus charmant en beschaafd, dan weer beledigend en bot. De ene keer gedraagt hij zich als een sluwe vos, de andere als wilde leeuw.

Die typering doet recht aan de tacticus Klaus. Maar niet aan de theoreticus Klaus. Die laatste Klaus is een loepzuivere representant van een typische postcommunistische school: een school die in de late jaren tachtig net zo onwankelbaar Thatcher vereerde als voordien Lenin werd gevolgd. Ook Klaus ruilde het ene hermetische plan in voor het andere. Naast Machiavellist was Klaus dus ook ideoloog.

Naarmate er nieuwe generaties opgroeiden, die het communisme alleen van horen zeggen kenden, ging de ideoloog Klaus steeds meer de pragmaticus Klaus in de weg zitten. Vandaar dat hij weinig politieke erfgenamen heeft. In Tsjechië doet al lang en niet toevallig deze grap de ronde: het enige verschil tussen God en Klaus is dat God niet denkt dat hij Klaus is.

    • Hubert Smeets