Oneindige variatie in tellen tot acht

Helga Davis en Gregory Purnhagen in de scène ‘Night Train’. Foto Lucie Jansch

Einstein on the beach, van Philip Glass, Robert Wilson en Lucinda Childs. Gezien: 5/1 Muziektheater A’dam. Herh. t/m 12/1. www.dno.nl

Vier uur en twintig minuten duurt Einstein on the beach, de legendarische productie uit 1976 van componist Philip Glass en regisseur Robert Wilson waar Lucinda Childs ballet aan toevoegde. Hier worden muziek, zang, woord, dans en decors gecombineerd tot één geabstraheerde totaalervaring in vier aktes.

De gevoelslengte van deze plotloze voorstelling zonder pauze (in- en uitlopen toegestaan) kan zich echter uitstrekken tot een half mensenleven. „De opera is nu radicaler dan bijna veertig jaar geleden”, is het vermoeden van Glass, verwijzend naar de huidige zapcultuur en vercommercialisering van het (Amerikaanse) theater. Aan die commercie heeft hij overigens zelf gretig deelgenomen, getuige zijn soundtracks voor Hollywood en het herkauwen van muzikale vondsten in de laatste decennia. Zoiets extreems als Einstein heeft hij niet meer geschreven.

Is de opera radicaler dan ooit? Einstein, voor het eerst in Nederland sinds 1976, profiteert van 21ste-eeuwse lichttechnieken, die de gestileerde poses van Wilson nieuwe scherpte geven. Afgezien daarvan is het een redelijk getrouwe reproductie van het origineel, en doet het dus onvermijdelijk wat gedateerd aan. Het psychedelische riedelen van keyboard en houtblazers op popvolume voelt soms erg jaren zeventig. Een locomotief lijkt gefiguurzaagd uit bordkarton. Een kleine raket, verwijzend naar Einsteins betrokkenheid bij de atoombom, wordt knullig voortgetrokken aan twee lijntjes. Wilsons The life and death of Marina Abramovic was in het laatste Holland Festival veertig jaar hipper.

Had Einstein dan een significante update moeten krijgen, bijvoorbeeld met hightech videoprojecties? Dat had toch als geschiedvervalsing gevoeld. De opera is een mijlpaal, mede omdat het maakproces van beeld en geluid juist zo verstrengeld bleek. Wilson ontwierp storyboards waar Glass muziek op schreef, die Wilson weer verder hielp bij de timing van zijn regie. De legendarische status heeft Einstein aan die ongrijpbare interactie van architectonische tableaus, obsessief repeterende danspasjes en meedogenloos denderende toonladderfragmenten te danken.

Bovendien geeft de reprise gelegenheid tot herwaardering. Het libretto vol getallen en betekenisloze teksten, de herhalingen en uiterst trage scènewisselingen, bezorgden Einstein het etiket van ‘minimal opera’. Maar wanneer er minder gebeurt in meer tijd, krijgt elke modulatie grote betekenis. Tegelijkertijd verdampt het tijdsbesef door de combinatie van langzaam beeld en snelle puls. En wie probeert mee te neuriën met de getallenloops vliegt uit de bocht: de muziek blijkt gevat in een constante variatie, het aantal manieren waarop tot acht wordt geteld is oneindig. Hoezo minimaal?

Met zijn lengte en trance-achtige bezwering voorziet Einstein nog steeds in een behoefte. Op Marktplaats wordt gesmeekt om kaarten voor de uitverkochte reeks. Het merendeel van het publiek zat zaterdag de rit zonder op te staan uit. Het slotapplaus was ovationeel.

Bewondering wekt de discipline van de uitvoerenden. Het koortje zingt de telspelletjes hypergeconcentreerd, een als Einstein verklede violist laat zich door de uitputtende loopjes niet vermoeien. En de lengte is functioneel. De ontroering is groot als na vier lange uren plots de beginklanken terugkeren. Dat bewijst dat ook in schijnbaar mechanische herhalingen emoties schuilgaan.

Een hoogtepunt is de nachtelijke scène waar twee geliefden op het achterbalkon van een trein staan. Ze zingen in ademloze frasen, een liefdesduet waarin woorden irrelevant zijn. De opera sluit af met een bijna kinderlijk romantische anekdote. Dát is de onsterfelijke ziel van Einstein: een buiten de tijd geplaatste verklaring van oeverloze liefde.