Opinie

    • Frits Abrahams

Jagersgeweten

Soms zit je iets te lezen, terwijl je langzaam maar zeker bekropen wordt door de gedachte: word ik in de maling genomen en is dit satire of is het wel degelijk bloedserieus bedoeld?

Mij overkwam dat zaterdag bij een reportage in de Volkskrant onder de titel Dat verlangen, een wild eendje uit de lucht te… door Marcus Huibers, schrijver van de kookrubriek ‘Volkskeuken’. Op een kleurenfoto zag ik hoe hij een ogenschijnlijk puntgave, maar niettemin zojuist overhoop geschoten wilde eend voor zijn borst hield. Dat moest het wilde eendje zijn waar hij zo vurig naar verlangd had.

Ik begreep dat we het woord ‘bloedserieus’ zo letterlijk mogelijk mochten toepassen.

Wat was er met de kookrubriekschrijver aan de hand? Blijkens zijn artikel was hij al veertig jaar gefascineerd door de jacht, en had hij vooral verlangd naar het eigenhandig executeren van zo’n eendje.

„Dat moet een welhaast religieuze ervaring zijn, een heilig verbond tussen de jager en zijn prooi, dat de jager dichter bij God brengt (en zijn prooi uiteindelijk ook), één met de natuur in het almachtige universum, in de circle of life, van de jager die leven neemt en leven geeft”.

Haal Onze Lieve Heer erbij en het jagersgeweten begint te kwispelen als een jachthond. Natuurlijk, geeft ook Huibers toe, kun je „gemakkelijk doorschieten in je bloeddorst”, maar „het hedendaagse jagersgeweten” schrijft voor „dat je schiet om te jagen, in plaats van dat je jaagt om te schieten.”

Knap van die jagers dat ze zo’n haarfijn onderscheid kunnen aanbrengen tussen hun impulsen. Als ze hun vrouw slaan, verontschuldigen ze zich met dezelfde ethische nuancering: slaan om te straffen, niet straffen om te slaan.

Om de proef op de som te nemen, was Huibers meegeweest op een jachtpartijtje. Tot zijn teleurstelling mocht hij niet mééschieten omdat hij geen jachtakte had. Gelukkig had hij twee metgezellen, onder wie Zweitse Lulof, oud-voorlichter van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, die wél het vuur mochten openen. Lukte het een beetje? Jazeker.

Eerst knalt Zweitse een te laat wakker geschrokken haas af. „Het is een prachtig exemplaar, met grote, glanzende ogen en een warm en zacht lijf”, schrijft Huibers verrukt. Hij vraagt Zweitse wat er door hem heenging – door Zweitse uiteraard, van de haas was dat al bekend. „Hij glimlacht bedeesd. Je staat er toch altijd even bij stil, zegt hij. Dan zwijgt Zweitse. Ik speur zijn gezicht af, op zoek naar tekenen van religieuze extase, maar ik kan zo gauw niets ontdekken.”

Snel verder dus. Zweitse probeert eerst tevergeefs een paar fazanten lek te schieten, maar dan ziet hij god(!)dank een eend die opfladdert uit een sloot. „Zweitse roept ‘tiro!’ en schiet een keer, PAF, en nog een keer, waarna de eend in een rechte lijn omlaag tuimelt, als een straaljager die uit de lucht wordt geschoten.” Dat is het prachtige eendje van die foto.

Op dezelfde dag dat de Volkskrant de euforische gevoelens van enkele Nederlandse jagers empathisch beschreef, fulmineerde Daan Remmerts de Vries in NRC Handelsblad – verschil moet er zijn – tegen de wrede onzin van de plezierjacht.

Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren die een wetsvoorstel tegen de plezierjacht heeft ingediend, hoeft nu nog maar één ding te doen: die twee artikelen aan elkaar nieten en in een mapje naar alle Kamerleden sturen.

Op de voorkant kan ze volstaan met: PAF.

    • Frits Abrahams