Iedere dag een ander menu

‘Oké. Naam, bankgegevens, geboortedatum. Klopt. Uw adres?’
‘Hmm. Dat weet ik eigenlijk niet. Daarom ben ik hier. Is een e-mail voorlopig voldoende?’ Het meisje achter de balie kijkt me recht aan.
‘Dat is vervelend.’
‘Ja.’
‘Ik hoop niet dat het een breuk is?,’ vraagt ze dan. ‘Het is de tijd van het jaar. Mijn vriendin en ik zijn in dezelfde week op de stoep gezet.’ Het meisje verrast me. Hier in Parijs hebben mensen niet de gewoonte voorbij de gebruikelijke beleefdheden te treden.
‘Dan is het zeker de tijd van het jaar’, zeg ik.
‘Zijn dat al je spullen?’ het meisje wijst naar de dozen en koffers in het parkeergedeelte.
‘Ja, dat is alles.’
‘Op zich moet 3 kuub voldoende zijn maar ik zal kijken of er nog een grotere opslag vrij is. Het is wel fijn om wat extra ruimte te hebben, zeker als je af en toe iets zal moeten komen ophalen.’
‘En de pr..’
‘Maak je daarover maar geen zorgen.’ Weer kijkt ze me aan, net wat langer dan nodig, een bondgenoot in barre tijden.

Als alles in de opslag staat en mijn verhuizers gegrinnikt hebben dat ze wel begrijpen waarom ik het huis uit gezet ben (‘Ik heb de dozen wel drie keer moeten verzetten, madame is veeleisend’), sta ik buiten. Achter me staat in grote letters ‘SHURGARD’. Tegenover me een snackbar. Aan het einde van de straat een mistroostig metrostation. Verderop op een hoek hangen gekleurde lichtjes, het soort dat in een ingeslapen dorp de plek van lokaal vertier aanwijst. Ik loop er naar toe.

Achter de bar een vrouw met een kapsel dat meteen weggeeft dat ze zuiniger is met calorieën dan met waterstofperoxide. Door een kelner die er eens geen last van heeft groter te zijn dan zijn beroep, krijg ik het beste tafeltje in de bijna lege bistro toegewezen. Het is half drie in de middag, alles is verhuisd, en er is een menu met zo’n lekkere vette confit de canard en een glas Bourgogne. Of twee. Even is er rust.

Later die week knikt mijn bondgenoot me weer vriendelijk toe.

‘Nieuw kapsel?,’ vraag ik.
‘Haha, en jij ook, zie ik! Het cliché!’
Ik lach. ‘Gaat het zo goed als je haar er uitziet?’
Ze zucht. ‘De ruzies zijn weg, maar hij is ook weg.’ Ik zeg dat ik snap wat ze bedoelt en draai me om naar de overkant. Daar hangt dezelfde kelner van een paar dagen geleden het dagmenu op. ‘Iedere dag een ander menu’, zegt hij als ik langsloop.

Ieder dag een ander menu. Zo had ik er nog niet naar gekeken.