Het spoor van dokter J.

Mag een bevoegde Nederlandse arts die nooit door de strafrechter of de tuchtrechter is veroordeeld in een buitenlands ziekenhuis werken? Formeel is het antwoord daarop bevestigend.

En dat is dan ook de reden waarom de omstreden neuroloog Ernst J.S. in een ziekenhuis in Duitse Heilbronn aan de slag kon. Dat het behalve onverstandig ook dom was om deze arts aan te nemen, heeft men in Heilbronn dit weekend ondervonden. En niet alleen omdat Nederlandse media het ziekenhuis van ’s mans antecedenten op de hoogte kwamen stellen en hem daarmee effectief het ziekenhuis uitjoegen.

Deze neuroloog liet zich in Nederland in 2009 onder druk van de inspectie uit het beroepsregister uitschrijven. J.S. was verslaafd geraakt aan medicijnen, stelde verkeerde diagnoses, liet ten onrechte operatief hersenonderzoek doen en mogelijk ook lijkschouwingen verrichten. De inspectie en het Twentse ziekenhuis stonden hem destijds toe zijn praktijk te sluiten – in ruil waarvoor geen tuchtklacht werd ingediend. Een typische minnelijke schikking. Pas in de jaren die volgden, werd duidelijk hoe groot de schade was die patiënten leden. Inmiddels is er wel een strafrechtelijke vervolging gestart. Maar tot een eventuele veroordeling is deze neuroloog onschuldig en dus vrij man.

Hooguit kan nu worden vastgesteld dat de Nederlandse autoriteiten in de gezondheidszorg destijds niet tijdig de ernst en de omvang van de kwestie hebben ingeschat. Door de neuroloog met een op het oog blanco reputatie te laten wegkomen, werd ook lankmoedig gehandeld. Toekomstige Nederlandse patiënten werden wel tegen deze dokter beschermd, maar die in omringende landen dus niet. Het Nederlandse hemd was nader dan de Europese rok. Het Duitse ziekenhuis vertrouwde te veel op de papieren werkelijkheid en toonde zich niet kritisch of nieuwsgierig genoeg naar de geschiedenis van de (buitenlandse) arts die het in dienst nam. Een simpele screening was in dit geval niet moeilijk geweest. Of Nederlandse werkgevers hun buitenlandse personeel beter onderzoeken is overigens de vraag. Buitenlandse databanken zijn niet per definitie toegankelijk – achteraf bleek ook Robert M. eerder wegens kinderporno te zijn veroordeeld. In Duitsland.

De roep om een Europese medische inspectie met registers van nationale veroordelingen of berispingen en de mogelijkheid om discreet te waarschuwen, is daarom begrijpelijk. Aangezien vrij verkeer van personen in Europa uitgangspunt is moet men niet alleen elkaars kwalificaties erkennen, maar ook de diskwalificaties. Tegelijk is zo’n systeem nooit sluitend, zoals deze casus bewijst. Niets kan kritisch vermogen bij werkgevers en eigen screening vervangen.