Grace Coddington

Grace Coddington wilde eigenlijk helemaal niet meewerken aan The September Issue, de documentaire waarin de redactie van de Amerikaanse Vogue wordt gevolgd bij het maken van het septembernummer van 2007. Het werd haar opgedragen door hoofdredacteur Anna Wintour. Maar creative director Coddington (inmiddels 71), een in het zwart geklede vrouw met een wilde bos rood haar en een onelegante manier van lopen, ontpopte zich tot heldin van de film. Je ziet haar vol toewijding romantische, fantasievolle, theatrale modereportages bedenken en stylen, die door Wintour vervolgens genadeloos worden ingekort, wat weer een hoop gemopper en gevloek bij Coddington veroorzaakt.

Na de documentaire kwamen interviewverzoeken en de herkenning op straat, en dat bleek minder naar dan de schuwe Coddington had gedacht. Sterker: ze heeft onlangs haar memoires het licht doen zien, Grace, een memoir (Atlas Contact, €25,-), met flair opgeschreven door Michael Roberts, en prompt ligt het boek op de bestsellerstafel bij de Bijenkorf.

De loopbaan van Coddington, die opgroeide op een kaal en dunbevolkt eiland aan de noordkust van Wales, beslaat meer dan vijftig jaar. Voordat ze eind jaren zestig als stylist begon bij de Britse Vogue, was ze een succesvol model, dat in navolging van Jean Shrimpton (The Shrimp) ‘The Cod’ werd genoemd. Ze werkte veel in Parijs en Vidal Sassoon ontwierp op haar een van zijn beroemde geometrische kapsels, de five-point cut.

Haar modellencarrière werd halverwege onderbroken door een ernstig auto-ongeluk, waarbij haar gezicht ‘tegen een van de autospiegels dreunde’ en een van haar oogleden werd afgesneden. Ze moest vijf operaties ondergaan en het duurde twee jaar voor ze van alle verwondingen was hersteld. De littekens aan haar oog verborg ze voortaan achter theatrale, zelfontworpen oogmake-up, die een trend zette (maar tot haar verontwaardiging wordt toegeschreven aan Twiggy).

Ondermeer deze tragedie wordt maar kort aangestipt. Grace is een vrolijk boek over de modewereld, vol vermakelijke anekdotes over mensen als Helmut Newton (die een slecht humeur kreeg als niet alle vrouwen op de set hoge hakken droegen), Annie Leibovitz (‘op haar beste momenten al niet een feestneus’) en Viktor & Rolf (die zich als tutjes gedroegen tijdens een Vogue-shoot in de stijl van Alice in Wonderland ).

Maar vooral leest Grace, dat rijk is voorzien van foto’s van Coddington en voorbeelden van haar werk als stylist, als een geschiedenis van de moderne modefotografie. Dat begint met verhalen hoe Coddington als model tassen vol haarstukken, make-up en accessoires met zich meesleepte; van de teams van stylisten, kappers en visagisten die nu meewerken aan modeproducties was nog geen sprake. In de jaren 70, toen modeproducties weken in beslag konden nemen, kregen modellen tijdens buitenlandse shoots een paar dagen de tijd om, geheel naar de mode van die tijd, eerst goed bruin te bakken.

Sinds de jaren 90 staan bijna uitsluitend actrices en zangeressen op de Amerikaanse Vogue, waar Coddington sinds eind jaren 80 werkt. Mode is nog maar een van de vele onderwerpen in het blad, tot ongenoegen van Coddington. ‘Een beetje nostalgie naar de tijd dat mode op de eerste plaats kwam kan geen kwaad’, schrijft ze. In die nostalgie heeft ze met haar boek ruim voorzien.

    • Milou van Rossum