Column

Goede koffie is bitter, net als echte politieke strijd

Je moet er toch niet aan denken: dat je bij de Starbucks een beker cappuccino haalt, en dat er door de verkoper nog snel even een zoetsappige politieke boodschap op wordt gekrabbeld. Omdat de baas van de koffieketen dat zo verordonneerd heeft. Dan maar liever een bak ouderwetse doorloopkoffie van de snackbar op de hoek, zou ik zeggen.

Maar het personeel van de Starbucks-vestigingen in Washington kreeg eind december echt de opdracht ‘Come Together’ op de kartonnen bekers van de klanten te schrijven – Werk Samen. „In de geest van de feestdagen”, lichtte Starbucks-topman Howard Schultz vroom toe. En ook om het intens gepolariseerde Congres tot een compromis aan te sporen.

Nu dreigde er inderdaad een pittige politieke crisis op Capitol Hill omdat de partijen zo onverzoenlijk tegenover elkaar stonden. Als het Congres het niet voor het eind van het jaar eens werd over een begrotingsakkoord, was het angstaanjagende perspectief dat steeds geschetst werd, dan zou het land onmiddellijk in een ‘begrotingsafgrond’ storten.

Op het allerlaatste moment werd dat gevaar afgewend. Blijkbaar waren aan de rand van het ravijn voldoende Congres-leden tot inkeer gekomen. Zodat de Starbucks-baas zich nu kan verbeelden dat zijn eenvoudige boodschap, „kopje-voor-kopje uitgedragen”, zoals hij het zelf formuleerde, heeft bijgedragen aan de oplossing van de crisis.

Het lijkt een vrij onschuldig marketing-stuntje, bedoeld om de glans van het merk Starbucks wat op te poetsen. Ziet de firma het samenbrengen van mensen niet graag als de kern van wat zij doet? En wat is er mis met een stevige beker optimisme? Als we met z’n allen die vervloekte politici nu eens oproepen eindelijk wat minder halsstarrig te zijn, dan kan het land straks één grote knusse koffiezaak zijn.

Je kan het naïef noemen, van de man die met het uitbouwen van zijn koffie-imperium miljardair werd en die en passant de Amerikaanse manier van leven veranderde. Maar cynisch lijkt me ook in de buurt komen.

Alsof serieuze politieke tegenstellingen werkelijk opgelost kunnen worden met een beetje goede wil, een portie gezond verstand en een scheutje inschikkelijkheid. Dat is niet alleen een grove simplificatie, het is ook een ontkenning van het wezen van politiek. Confrontatie – van visies, van belangen – is waar politiek om draait. En hoe meer er op het spel staat, hoe harder de confrontatie. Echte politieke strijd is bitter, net als goede koffie.

De Israëlische schrijver Amos Oz heeft mooi geschreven over het wijdverbreide misverstand, vooral in Europa, dat het conflict tussen Israël en de Palestijnen opgelost kan worden met goede wil. Als Israëliërs en Palestijnen elkaar maar vaker zouden ontmoeten, en zo elkaars menselijkheid zouden ontdekken, dan moeten de problemen toch op te lossen zijn? Als we Israëlische en Palestijnse kinderen samen op zomerkamp laten gaan, dan kunnen we toch de kiem leggen voor een oplossing? Onzin. Het gaat van beide kanten om harde belangen, om de overtuiging dat het erop of eronder is. Als er een oplossing te vinden is, dan moet die uit harde afspraken bestaan, niet uit softe adviezen uit het handboek van de relatietherapeut.

In de Amerikaanse politiek gaat het niet om letterlijk overleven, maar er staat wel degelijk veel op het spel. Democraten en Republikeinen hebben fundamenteel verschillende visies op de rol van de staat. In de ogen van veel Republikeinen is die eigenlijk nergens goed voor – zoals Ronald Reagan zei: de regering is nooit de oplossing, de regering is het probleem. Daartegenover staan de Democraten, die ervan overtuigd zijn dat voor het oplossen van allerlei urgente problemen de staat juist wél onontbeerlijk is.

‘Werk Samen’, is dan een holle kreet. Politiek is armpje drukken. Beide partijen proberen het zo lang mogelijk vol te houden, zoals het hoort.