Eten en vasten in tijden van griep

Ergens diep verborgen in ons DNA moet vastliggen of we in tijden van ziekte vasters of eters zijn. Daarover lig ik dezer dagen na te denken. Alle tijd voor zo’n filosofietje want ik heb griep en mijn stembanden hebben er de brui aangeven, dus de meeste andere activiteiten, waaronder praten, vallen af. Mijn koortsig brein

Ergens diep verborgen in ons DNA moet vastliggen of we in tijden van ziekte vasters of eters zijn. Daarover lig ik dezer dagen na te denken. Alle tijd voor zo’n filosofietje want ik heb griep en mijn stembanden hebben er de brui aangeven, dus de meeste andere activiteiten, waaronder praten, vallen af.

Mijn koortsig brein rijgt herinneringen aan elkaar tot een bont kralenkoord. Een moeder die een beschuitje neerzet, „je moet echt iets eten” zegt, en de sensatie van haar koele, gladde hand die even over je gloeiende voorhoofd glijdt. Op ziekenbezoek bij een vriendinnetje dat met hoogrode wangen rechtop in bed zit en roept om zachtgekookte eieren, teilen vol zachtgekookte eieren. Een vrouw die haar hond niet te eten geeft omdat hij oorpijn heeft…

Ach nee, nee, dat laatste is helemaal geen herinnering. Dat heb ik nota bene net gezien in een film. In Rauwer, die onthutsende en knappe documentaire van Anneloek Sollart over een moeder die haar kind alleen rauw laat eten omdat ze bang is dat hij van gekookt eten ziek wordt en haar hond drie dagen niet te eten geeft ‘omdat zijn lichaam zich dan op het genezen van zijn oor kan richten’.

Zonder twijfel is deze mevrouw een vaster. Ze vast zelfs voortdurend – vlak voor een gesprek met de kinderarts die haar wil doen inzien dat ze haar zoon beter gevarieerder kan voeden, en vlak voordat de kinderrechter zal beslissen of haar kind, dat ze thuis les geeft, weer naar school moet. Er valt oneindig veel meer over haar en haar rauwkostreligie te zeggen, maar ik dacht nu vooral even hieraan: hoe weet ze nou of haar hond ook een vaster is?

Zoiets weet je alleen maar zelf. Er werden mij de afgelopen dagen de heerlijkste hapjes voorgehouden, maar mijn lippen bleven stijf op elkaar. Zelfs onze hulp Fatima, de schat, begon zich ermee te bemoeien. Ik moest iedere dag 1 minuut bidden tot God of ik weer beter mocht worden EN ik moest iets eten, alsjeblieft.

Tevergeefs. Ik behoor tot de vasters. Wij vasters kunnen simpelweg niet eten als we ziek zijn. Anderzijds: du moment dat we wakker worden en vragen om een zachtgekookt eitje weet je ook dat het lek boven is.

Doe citroen, honing, rum en kokend water in een groot glas, roer tot de honing is opgelost, drink zo heet mogelijk, neem de paracetamol in en trek een dekbed over je hoofd.

Grog

Sap van 1 citroen

½ - 1 eetlepel honing

borrelglas bruine rum

250 ml kokend water

2 paracetamol

    • Janneke Vreugdenhil