De neuroloog die dag en nacht wilde helpen

„Verslaafd” en een „gebroken man”, noemde neuroloog J.S. zichzelf in 2009 in deze krant.

Wie is Ernst J.S.? Uit objectieve bron is weinig bekend over de ex-neuroloog. Uit wat hij zelf heeft verklaard tegenover een onderzoekscommissie en in een exclusief vraaggesprek met NRC Handelsblad in 2009, rijst het beeld op van een geesteszieke die inziet wat hij patiënten heeft aangedaan, maar die zichzelf blijft zien als een uitmuntend arts.

Ook ten tijde van het vraaggesprek met NRC-journalist Annette Toonen was hij net ontslagen bij een Duitse kliniek, nadat hij door verslaggevers was opgespoord. Hij noemt zichzelf een „gebroken man”. „Ik geef toe dat ik foute diagnoses heb gesteld en patiënten onnodig met medicijnen heb behandeld. Ik heb patiënten, hun partners en familieleden enorm veel schade berokkend. [...] Het knaagt elke dag aan mij. Met velen van hen had ik een goed contact.”

Hij werkte van 1978 tot 2003 als neuroloog in het Medisch Spectrum Twente. De laatste elf jaar functioneerde hij niet meer, concludeerde een door het ziekenhuis ingestelde onderzoekscommissie in 2009. Hij trad solistisch op, gedroeg zich superieur, had dossiers niet op orde. Dat laatste vergoelijkt hij in het vraaggesprek: „Ik heb altijd vertrouwd op mijn voortreffelijke geheugen. De dossiers zullen niet altijd leesbaar en compleet zijn geweest, maar alles wat ik van belang vond, stond er in.” Ondanks zijn fouten is zijn beroepstrots intact: „Er was niemand in de maatschap die zo goed met patiënten kon omgaan als ik, die zo veel patiënten had en zo veel uren draaide. Moeilijke patiënten werden naar mij doorgestuurd.” Hij zegt dat hij een „helpersyndroom” heeft. Hij wil er dag en nacht voor mensen zijn, hij wil „omnipresent” zijn.

Tegen de onderzoekscommissie verklaart hij te lijden aan recidiverende depressie, een persoonlijkheidsstoornis van het gemengd narcistisch borderline type en een posttraumatische stressstoornis, opgelopen na een auto-ongeluk in 1990. In 1999 raakte hij wegens „stress door problemen thuis” verslaafd aan slaapmiddelen. De recepten schreef hij zelf uit. „Als dat in redelijke mate gebeurt, is daar niks mis mee”, verklaart hij in het vraaggesprek. „Waarom zou je niet zelf een indicatie stellen? Dat het verslavende middelen zijn, kreeg ik pas achteraf in de gaten. Maar dan ben je al slachtoffer, een junk. Je brein functioneert op een nachtpitje.”

Zijn fouten wijt hij aan zijn medicijnverslaving. Over een verkeerde diagnose van vóór die verslaving zegt hij: „Het kan zijn dat ik ook toen wel eens een fout heb gemaakt, zoals iedereen dat kan gebeuren.” Wegens het vervalsen van receptenbriefjes moest hij in 2003 uit het Twentse ziekenhuis vertrekken. In 2004 verbleef hij vier maanden in een Schotse verslavingskliniek.

Ten tijde van het vraaggesprek in 2009 zit hij thuis, en hij zegt in te zien „dat het niet meer mogelijk is als arts te werken”. Nu blijkt hij dat toch weer te hebben gedaan. Hij kan ook niet anders, zegt hij eigenlijk dan al. „Als je mijn temperament en levensinstelling hebt, en als je ziet hoeveel arbeidsvreugde ik altijd heb gehad, dan is het leven dat ik nu leid afschuwelijk. Ik ben kapot.”

Het volledige interview uit 2009 staat op nrch.nl/qdc