Brieven

Van de Wetering is weerte intuïtief en te gretig

De beeldvorming rond Rembrandt begon halverwege de negentiende eeuw. Na enig gelobby kreeg de schilder-etser in 1852 een standbeeld op de Botermarkt in Amsterdam (vanaf 1876 Rembrandtplein). Er werd een beeld van hem geschapen als een schilder die wedijverde met de grote Italianen van zijn tijd.

Met dat ‘valse’ Rembrandtbeeld was Rembrandt zelf al begonnen, door veel materiaal aan andere schilders te ontlenen, sommige van zijn werken te antedateren en fraaie werken van anderen onder zijn eigen naam te verkopen. Veel kunsthistorici hebben min of meer met opzet meegewerkt aan dat ‘valse’ Rembrandtbeeld. Zo schreef Abraham Bredius, van 1889 tot 1909 directeur van het Mauritshuis in Den Haag, alles wat maar een beetje ‘Rembrandt’ leek, aan de meester toe. Het Rembrandt Research Project (1968) was erop gericht het oeuvre van Rembrandt weer terug te brengen tot ware proporties.

In 1993 ging het project door onder Ernst van de Wetering, in z’n eentje. Vanaf dat moment heeft hij van Rembrandt zijn levenswerk gemaakt. Hij bracht het aantal zelfportretten tot de helft terug en kwam ten slotte uit op 250 schilderijen. Daarna golfde het aantal op en neer.

Nu lijkt ook Van de Wetering weer aan zichzelf te twijfelen. Hij brengt wel heel vreemde Rembrandts aan het licht (Brieven, 3 januari). Net als Bredius maken zijn gretigheid en ambitie hem vatbaar voor talrijke vergissingen.

Simon Koene

Den Haag

Hulpgeld naar vrouwen!

Het hoofdredactionele commentaar over de moord op Ananat, de vrouw die in India overleed na een groepsverkrachting, besluit met: „Wat voor India geldt, is op veel meer landen in de wereld van toepassing. Vrouwenrechten bestaan dikwijls slechts in theorie. Of ze bestaan niet. Anno 2013 is dat dieptreurig” (NRC Handelsblad, 3 januari).

Deze dieptreurigheid is op veel meer landen van toepassing, inclusief landen waar onze ontwikkelingshulp naartoe gaat. Het wordt hoog tijd dat wij daar iets aan doen.

Stop de huidige vorm van ontwikkelingshulp aan landen waar vrouwenrechten slechts in theorie bestaan, of waar ze helemaal niet bestaan. Stop ook de ontwikkelingshulp aan projecten van mannen voor mannen, bijvoorbeeld aan de belachelijke klasjes waarin mannen leren dat vrouwen mensen zijn. Dit willen ze helemaal niet leren, want daar hebben ze voor hun gevoel geen voordeel bij. Steek het geld dat vrijkomt in onderwijs voor uitsluitend vrouwen en meisjes en in projecten van vrouwen voor vrouwen.

Vrouwenrechten moeten speerpunt nummer één en voorwaarde nummer één worden voor ontwikkelingshulp. De enige kans voor ontwikkelingslanden om zich echt te ontwikkelen, is immers gelegen in de emancipatie van de vrouwen. Zolang vrouwen geen rechten hebben en aan de meest weerzinwekkende (lijf)straffen worden onderworpen, blijven ontwikkelingslanden achterlijke landen. Ik zou willen dat er een uitgesproken voorkeursbeleid voor vrouwen komt, zoals er eeuwenlang een onuitgesproken voorkeursbeleid voor mannen is geweest. Dat beleid heeft de positie van de vrouwen voor geen millimeter verbeterd – integendeel.

Adriënne van Diepen

Aduard

    • Simon Koene
    • Adriënne van Diepen