Bekent hij wel of bekent hij toch niet?

Lance Armstrong zou bereid zijn dopegebruik te bekennen. Of laat de zevenvoudige winnaar van de Tour de France een proefballonnetje op?

Lance Armstrong voor de Tourstart in 2009. Foto Reuters

Staat de voormalige Amerikaanse wielrenner Lance Armstrong (41) op het punt een bekentenis af te leggen over dopegebruik en bloedtransfusies tijdens zijn actieve carrière? Volgens The New York Times van zaterdag ziet het daar naar uit. Er zijn echter ook de nodige argumenten aan te voeren om een openbare biecht van de zevenvoudige Tourwinnaar te betwijfelen.

De bewering in The New York Times is gebaseerd op anonieme bronnen rond Armstrong. Eén van Armstrongs redenen zou zijn dat hij zijn levenslange schorsing dan hoopt terug te brengen tot vier of hooguit acht jaar. Op die manier kan de oud-wielrenner zijn carrière als triatleet bij de masters voortzetten.

Verder staat Armstrong volgens de Amerikaanse krant onder grote druk van vermogende donateurs van Livestrong, de kankerbestrijdingsorganisatie die hij oprichtte na zelf te zijn genezen van teeltbalkanker. Zij zouden Armstrong tot een bekentenis willen dwingen om te voorkomen dat Livestrong onherstelbare reputatieschade oploopt.

Armstrong zou volgens The New York Times de mogelijkheden voor strafvermindering reeds hebben besproken met Travis Tygart, hoofd van de Amerikaanse antidopingorganisatie Usada, onder wiens leiding het vernietigende rapport over zijn dopegebruik tot stand is gekomen. Tygart wilde tegenover de krant geen commentaar geven op een verondersteld contact met Armstrong.

De krant bericht tevens dat Armstrong contact zou hebben gezocht met David Howman, directeur van het wereldandtidopingbureau Wada. In een reactie tegenover internationale persbureau’s AP en Reuters – Howman was voor The New York Times aanvankelijk onbereikbaar – verklaarde hij nooit iets van een toenadering van Armstrong te hebben gemerkt, maar open te staan voor een gesprek. De Nieuw-Zeelander Howman zei nog wel prettig verrast te zijn door het krantenbericht.

Tim Herman, Armstrongs advocaat, ontkent tegenover The New York niet dat de renner op het punt staat een bekentenis af te leggen – „dat is geheel aan Lance zelf” – maar spreekt wel tegen dat hij heeft gesproken met Tygart en Howman.

Argumenten om te twijfelen aan de oprechtheid van Armstrong liggen op juridisch vlak. Om te beginnen wacht hem een rechtszaak die is aangespannen door voormalig ploeggenoot Floyd Landis. Die beweert over harde bewijzen te beschikken dat Armstrong de Amerikaanse staat heeft opgelicht, omdat het nationale postbedrijf US Postal lang sponsor van zijn ploeg was.

Verder heeft de Texaanse verzekeringsmaatschappij SCA een gerechtelijke claim van elf miljoen dollar ingediend wegens en onrechtmatig uitgekeerde bonus voor een Tourzege. En dan is er nog de claim van de Britse krant The Sunday Times voor terugbetaling van een half miljoen dollar aan smartegeld, aangevuld met één miljoen dollar aan gemaakte kosten. The Sunday Times werd ooit gedwongen dat geld te betalen, omdat de journalist David Walsh hem volgens een rechter in diens boek LA Confidential ten onrechte van dopegebruik zou hebben beschuldigd.

De grote vraag is hoe een bekentenis van Armstrong zich verdraagt tot zijn verdediging in eventuele rechtszaken. Ondergraaft de voormalige Tourwinnaar dan niet bij voorbaat zijn positie? Stevent hij dan niet rechtstreeks af op een persoonlijk bankroet? Wegen die voordelen wel op tegen de nadelen? Vragen die de oud-renner zichzelf ook zal stellen.

Daarmee lijkt de veronderstelling gerechtvaardigd, dat Armstrong en zijn adviseurs via The New York Times de situatie aftasten. Afhankelijk van de reacties kunnen dan nieuwe stappen worden genomen. Die mening wordt gevoed door het feit dat Juliet Macur de auteur van het artikel is. De verslaggeefster werkt ook aan de boek over de leugens van Armstrong. Ook al zijn haar bronnen anoniem, ze lijken wel betrouwbaar.