Amusementswaarde

Strandpieren moeten haveloos ogen. Ze zijn het mooist als het seizoen is afgelopen. Het mag regenen. Alleen op de kop turen wat vissers naar hun hengel. Je kunt in hun koelboxen de vangst bekijken, want op een goede pier zijn altijd springerige jongetjes voorhanden om trots de deksels op te tillen. Vislucht mengt zich met iets zoets dat in een eenzame kraam in de olie gaat. En er is een arcade, waar kinderen heen en weer draven tussen morsige spelmachines en made in China-prijzen.

Maar in Scheveningen brak de zon juist juichend door, het was vrolijk op de pier, nu het nog kon. Veel mensen hadden iets oplettends, alsof ze afscheid namen. Als de rechter het faillissement afkeurt dat eigenaar Van der Valk aanvraagt, is het de vraag wie de noodzakelijke reparaties nog wil betalen. Van der Valk wil er onderuit, zoveel is duidelijk. Dit nadat ze de pier in 1991 kochten en met veel bombarie verbouwden tot een twee verdiepingen tellende mislukking. In de onderste etage, een aartslelijke betonnen tegelgang, kun je de Van der Valkse beloften van destijds nog nalezen. Beste zin: „Nieuwbouw met diverse attracties garandeert de amusementswaarde van de pier tot in de verre toekomst.”

Er zitten daar nu wat zieltogende winkeltjes, zoals Hot Stuff, waar eigenares Yvonne de Zwart (53) onderbroekjes, zweepjes en schalkse matrozenpakjes verkoopt. Volgens haar stuurt Van der Valk al twee jaar doelbewust op een faillissement aan, om onder de opknapkosten uit te komen. Tót twee jaar geleden was alles in orde, zei ze. De pier werd onderhouden, versierd met Kerst en goed verlicht. „Maar van de ene op de andere dag hield dat allemaal op.” Alsof er bij Van der Valk al iets was besloten, zei Yvonne.

Boven, in de open lucht, leek de pier nog op een pier. Een kleine jongen stak met gesloten ogen een vork met dampend poffertje in zijn mond. Wind in je haren, loslatende planken onder je voeten. Onder de meeuwen beklom ik de uitkijktoren uit 1962, met die volmaakte houten wenteltrap. Ook de toren zat vol roestplekken, maar nu de bungyjumpers waren vertrokken, was zijn bedoeling weer in volle glorie zichtbaar. Rond, rond, moest je, tussen het majestueuze strand en de olietankers ver op zee. Hier kon je een Panorama Mesdag bij elkaar klimmen.

Een ongeduldig meisje trok haar gezette moeder mee omhoog. „Nog ééntje, kóm.”

„Hè, hè”, hijgde de moeder boven. En daar vroeg haar kind: „Ben je aan de overkant echt hélemaal in Engeland?”

De vraag der Noordzeevragen – dit was de volmaakte plek om hem te stellen. Alleen al daarom heeft Scheveningen een pier nodig. Een plankier is genoeg. Tot aan de toren.

Margriet Oostveen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Arjen van Veelen.