Aan zijn zilverteken herkent men de meester

Toegepaste kunst

Een keur aan zilver. Belasting en Douane Museum, Rotterdam. T/m 31/3. Inl: www.bdmuseum.nl ***

Veel van de zilveren voorwerpen die nu worden getoond in het Belastingmuseum liggen omgekeerd of op hun kant. Vitrines met ingenieus uitgezaagde openingen nodigen de bezoeker uit het speurwerk na te doen van antiquairs en keurmeesters van edelmetaal. Die kijken immers altijd eerst naar de, meestal onopvallend, aangebrachte meestertekens en keurmerken die iets zeggen over ouderdom en authenticiteit.

Omdat zuiver zilver te zacht is om te bewerken, gebruiken smeden legeringen met andere metalen zoals koper. Ter waarborging van het zilvergehalte bestonden in de Nederlanden sinds de veertiende eeuw door de gilden verleende keurmerken. Met een klein stempel met een jaarletter werden die in het voorwerp geslagen, naast de even minuscule meester-, stads- en later ook provincietekens. De jaarletters wisselden bij de aanstelling van nieuwe keurmeesters. Meestal was dat jaarlijks op 1 december, de feestdag van Sint Eligius, de schutspatroon van de edelsmeden. Met de invoering van de Bataafse Republiek in 1795 werd de zilverkeuring een overheidszaak en kwam er een landelijk systeem van keurkamers waar later ook de belasting op edelmetaal zou worden geregeld. In 1953 werd die belasting afgeschaft. Het keurloon werd met eenzelfde bedrag verhoogd; ‘sindsdien is er geen belastingontduiking meer’, stelt de catalogus laconiek.

Gerommel met keurmerken en fraude is er daarentegen altijd geweest. Zo is een weelderig opengewerkt bonbonmandje uit 1886 voorzien van een rijtje fantasiemerken. Naast deze zogenoemde pseudo-merken zijn echter ook de correcte stempels aangebracht. Regelrecht bedrog blijkt uit merken van het ene object die in het andere werden gesoldeerd.

Het keuren van edelmetaal is in de loop van de tijd steeds verder geprofessionaliseerd. In de zeventiende eeuw bestonden nog fraai bewerkte koperplaten waarop in zwierige letters de namen van de edelsmeden met hun meestertekens zijn opgesomd. Keurmeesters hadden ook verzilverde ‘insculpatieplaten’, waarop de keurmerken keurig gerangschikt waren geslagen. Op de expositie is ook een soort houten potlodenblokje. Daarin worden toetsstaafjes bewaard waarmee, door kleurvergelijking, het aandeel aan zilver van een voorwerp kan worden vastgesteld. Bij ieder gaatje in het blok is het zilvergehalte van het bijbehorende staafje aangegeven op een strookje rood plastic uit de lettertang. De expositie gaat daarmee de prozaïsche kant van het schitterend glanzende zilver niet uit de weg.