Zeepbel? Er is juist een tekort aan obligaties

De vorige editie van deze column zag in 2013 een nieuwe zeepbel opdoemen – in obligaties. Vorig jaar verwende deze markt beleggers nog met dubbelcijferige rendementspercentages. De honger naar obligaties dreef de koersen op, terwijl de schuldenaren wegkwamen met steeds lagere rentevergoedingen. Ook de spreads tussen ‘veilige’ obligaties (Bunds, Nederlands staatspapier) en minder veilige, zoals junkbonds en staatsleningen van opkomende landen, slonken tot een omvang die geen enkel recht doet aan het verschil in risico. De yields – totaalrendementen – op obligaties verschrompelen, en toch blijven beleggers die dingen kopen.

Maar een bubble? Wilfried Steentjes reageerde op de column van vorige week. De onafhankelijke vermogensbeheerder uit Bussum ziet juist een groeiend tekort aan obligaties. „Het aantal nieuwe leningen droogt op. Overheden zijn aan het ontschulden, bedrijven hebben niet nóg meer geld nodig. Tegelijkertijd blijft de vraag enorm, onder meer vanuit Zwitserland.”

De Zwitsers kopen al anderhalf jaar massaal euro’s op om hun franc en daarmee hun export betaalbaar te houden. Bijna al die euro’s zetten ze om in ‘veilige’ staatsleningen. „Dat verklaart de extreem lage rentes op Duitse en Nederlandse staatsleningen”, gelooft Steentjes. „Trouwens, wat is laag? Die rentes kunnen nog wel wat naar beneden, want de laatste Zwitserse staatsleningen vergoeden slechts 0,5 procent.”

Steentjes’ firma beheert ook flink wat vermogen voor pensioenfondsen en verzekeraars. Die kennen ‘beleggingsdwang’, zoals hij dat noemt. „Bij instituten komen iedere dag grote bedragen binnen aan pensioen- en verzekeringspremies. Dat geld móét belegd worden, en zij móéten voor een bepaald percentage beleggen in obligaties. Dat eisen hun eigen regels en die van de toezichthouders.”

Bovendien zijn obligaties eindig: na drie, vijf of tien jaar wordt de lening afgelost. Als beleggers de inkomsten uit rente en aflossingen niet herbeleggen, slinkt hun obligatieportefeuille automatisch tot onder het voorgeschreven percentage. Banken hebben een eigen prikkel: staatsobligaties gelden als solide, daarvoor hoeven zij van De Nederlandsche Bank lekker weinig bufferkapitaal aan te houden.

„Een maand geleden werd ik gebeld door een bank”, vertelt Steentjes. „Die wilde graag bedrijfsobligaties kopen. Van ons! Zoiets heb ik nooit eerder meegemaakt in al die jaren dat ik zelfstandig beheerder ben.” Bubble of geen bubble, Steentjes is wel van mening dat de hoge rendementen van 2012 zich dit jaar niet zullen herhalen.

„De Belgische bank KBC heeft een perpetual uitstaan, een obligatie met eeuwige looptijd. Zulke perps zijn eigenlijk ondingen: je leent geld uit dat je in principe nooit meer terugkrijgt.” Toch steeg de koers van de KBC-perp vorig jaar met bijna 100 procent, van 55 naar 101. „En een Delta Lloyd-lening tegen 9 procent rente, uitgegeven in september, noteert nu al 114, ofwel 14 procent hoger dan het geleende bedrag.”

De koersen zullen pas dalen wanneer rente en inflatie weer gaan stijgen, en dat ziet Steentjes voorlopig niet gebeuren. „Die gaan pas omhoog wanneer de eurozone en de VS weer echt gaan groeien.”

    • Joost Ramaer