Opinie

    • Martijn Katan

Worteltjes en kanker

Een maand geleden kreeg ik een uitnodiging ondertekend door drie presidenten: Hans Clevers van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, Klaas Knot van De Nederlandsche Bank en Peter Kapitein van Inspire2Live. Clevers en Knot kent u. Kapitein is een tanige IT’er van begin 50 en een enthousiast sporter. Hij kreeg acht jaar geleden lymfklierkanker, overleefde dat en zet zich sindsdien met een aantal kompanen enorm in voor kankerpatiënten. Hun gesponsorde fietstochten op de Alpe d’Huez leverden vorig jaar 32 miljoen euro op.

Die uitnodiging betrof een conferentie waar wetenschappers op een rijtje gaan zetten hoe kanker kan worden voorkómen. Mij werd gevraagd het onderdeel voeding te coördineren. Eervol, maar ik vroeg me af wat ik te bieden had. Volgens gezaghebbende instanties zoals KWF Kankerbestrijding kan het eten van voldoende groente en fruit jaarlijks duizenden gevallen van kanker voorkómen. Ik heb daar echter ernstige twijfels over.

Dertig jaar geleden zag het er hoopvol uit. Twee briljante onderzoekers uit Oxford, de jonge Richard Peto en de oude Richard Doll, verzamelden toen in één geruchtmakende publicatie alles wat er bekend was over de oorzaken van kanker. Ze concludeerden dat betere voeding misschien wel 35 procent van alle kankergevallen kon voorkomen. Daar was een hele rij etenswaren voor nodig en het was allemaal nog erg onzeker, maar over bepaalde bestanddelen van groenten en fruit waren ze wel optimistisch, met name over caroteen.

Caroteen is een oranje stof die van nature voorkomt in worteltjes, mango, abrikozen, spinazie, boerenkool en andere groenten en fruit. Het vertoonde veelbelovende effecten op kanker bij proefdieren en in de reageerbuis. Ook was aangetoond dat mensen die van huis uit veel groenten en fruit eten meer caroteen in hun bloed hebben en minder kanker krijgen dan het gemiddelde.

Mensen die spontaan worteltjes kiezen in plaats van chips gedragen zich echter ook overigens gezonder. Dan weet je niet of ze de kanker ontlopen dankzij de caroteen of dankzij iets anders. Daarom waren langdurige experimenten nodig om vast te stellen of het echt werkte. Die experimenten waren met caroteen goed te doen; je kunt het in capsules stoppen en aan vrijwilligers om-en-om een caroteencapsule of een fopcapsule verstrekken.

Dat is duur onderzoek, maar Doll was niet de eerste de beste. Hij had zijn leven besteed aan een zoektocht naar de oorzaak van longkanker en hij had tegen alle verzet in bewezen dat sigaretten de schuldige waren. Daarvoor was hij geridderd. Zijn publicatie over voeding en kanker maakte daarom veel los. Binnen een paar jaar startte er in Finland een experiment bij 29.000 sigarettenrokers die om en om placebo kregen of caroteen, ongeveer de hoeveelheid uit één glas wortelsap.

De uitslag was diep teleurstellend: caroteen leidde tot méér in plaats van tot minder kanker. Een vergelijkbare studie in de Verenigde Staten vond dat ook. Er werden diverse andere vitaminen en mineralen getest, maar tien jaren en vele tientallen miljoenen dollars later was de conclusie onontkoombaar: niets hielp. Kennelijk deden worteltjeseters andere dingen die ze beschermden tegen kanker.

Toen gebeurde er iets merkwaardigs. Het had voor de hand gelegen om te zeggen: ‘We hebben hoog gegrepen maar staan met lege handen. Worteltjes werken niet en andere groenten en fruit waarschijnlijk ook niet.’ Daar is niets mis mee, het meeste onderzoek levert niets op.

Maar zo ging het niet. Het heilzame effect van groente en fruit was een dogma geworden waar niet aan mocht worden getwijfeld, dus werd er voor elk teleurstellend experiment een nieuwe verklaring aangevoerd. Er had te veel caroteen in gezeten. Er had vitamine E en vitamine C bij gemoeten. Vitamine B gaat wel werken. Of het mineraal selenium. Toen dat allemaal was getest en weerlegd volgde er een theorie die niet te weerleggen viel. Die kwam er op neer dat in groenten en fruit unieke combinaties zitten van grote aantallen stoffen die met zijn allen kanker voorkómen en welke combinaties dat zijn zullen we nooit weten. Zoiets klinkt een beetje als een creationist die gelooft dat de aarde 6.000 jaar geleden is geschapen en die voor ieder bewijs van het tegendeel een andere verklaring heeft.

Dat soort wetenschap is niets voor mij. Ik belde daarom Peter Kapitein en zijn mannen om te waarschuwen dat ze niet de conventionele wijsheid over groenten en fruit van mij moesten verwachten. Ik zie meer in andere maatregelen tegen kanker; je dochter laten vaccineren tegen baarmoederhalskanker bijvoorbeeld, of je dokter vragen of die CT-scan echt nodig is. En als het over voeding gaat, laten we ons dan concentreren op oorzaken van kanker die we redelijk zeker kennen zoals wijn en bier.

Kapitein c.s. waardeerden mijn telefoontje en verzekerden me dat ik me geen zorgen hoefde te maken; ze waren niet gehecht aan conventionele wijsheden. Zo mag ik het horen! Ik verheug mij op de conferentie en op discussies tot diep in de nacht over wat er wel of niet is bewezen.

Voor bronnen zie mkatan.nl

    • Martijn Katan