Weldadig normaal

test de nieuwe Skoda Citigo. Er zit gelukkig niets bijzonders aan.

Mooi hoe Skoda trouw bleef aan de strijdkreet ‘Simply clever’. Skoda liep tot mijn vreugde nooit voorop met hightech-overbodigheden in het genre Lane Departure Warning Systems of dodehoeksensoren. Skoda liet niet dreigend het stuur trillen als je van baan verwisselde zonder richting aan te geven. Er waarschuwden geen lampjes in je spiegels voor engerds in je dode hoek. Die wijze zelfbeperking drukte de prijs en streelde het zelfbewustzijn van de koper. Dit merk zette de klant niet als patiënt te kijk, het wekte vertrouwen door het ook in hem te tonen: alert bent u zelf. Maar Skoda is om. De nieuwe Octavia brengt het complete zenuwenpakket in stelling: van baanverklikker tot vermoeidheidssensor. Gelukkig is de kofferruimte ouderwets slim groot.

Dit is een dienstbaar merk dat schittert in de rol van trouwe, gisse butler. Het blinkt uit in handigheidjes die tot kinderlijke vreugde stemmen. Skoda verstopt in de achterportieren van het topmodel Superb paraplu’s met in de houders afvoergootjes voor het regenwater en het merk verblijdt met schrandere bevestigingssystemen voor bagage. Het is genot dat dubbel telt omdat het nut heeft. En het schonk de Tsjechische VW-dochter een aura dat niet samenvalt met het meetbare gewicht van een marktaandeel; Skoda was anders. Het hanteerde ordentelijke maatstaven voor zin en onzin.

Logisch dat de Skoda Citigo, het nieuwe kleintje, zo magnetisch aantrekt. Kleintjes zijn de lakmoesproef voor cleverness. Ze moeten wel. Er is geen ruimte; die moet bevochten worden. Er is geen budget, dus er moet gespaard worden. De Citigo doorstaat de vuurproef glorieus. Toch nog een echte Skoda.

Maar het is geen Skoda. Het is de Tsjechische variatie op het thema dat bij Seat ‘Mii’ en bij Volkswagen ‘Up!’ heet. Het zijn dezelfde auto’s met identieke techniek van het moederconcern Volkswagen AG, dat de doosjes voor vergelijkbare bedragen aanbiedt. De minimale verschillen zijn cosmetisch. Als er één simply clever is, zijn ze het alledrie.

Gedachtegoed

Goed, qua gedachtegoed is de Citigo een Skoda. Hij is clever in de zin van drempelvrij, vooral ouderen zullen dwepen met zijn hoge instap. In dit kabouterhuis op wielen heerst nog analoge orde. Je zet de motor aan door een sleutel in het contactslot van je af te draaien, een bijna nostalgisch tijdverdrijf. De handrem is een echte, niet zo’n pietluttig elektronisch ding met een onvindbaar wriemelknopje op een rotplek. De bak heeft vijf versnellingen, net als vroeger. Het dashboard: simple comme bonjour. Snelheidsmeter, toerentellertje, het navigatiescherm tomtom-achtig afneembaar op een voetje. Klimaatregeling en radio snap je onmiddellijk. De airco is een knopje met A/C erop, de stereo kan aan en uit. Het is minder normaal dan het lijkt. Veel multimediasystemen zijn zo complex dat je moet hebben gestudeerd om de muziek het zwijgen op te leggen.

Hij is groter dan hij lijkt. Voorin zit je verbazingwekkend ruim en comfortabel, achter is het voor niet te forse volwassenen langer dan vijf minuten uit te houden. Het bagageruim is voor twee kratten bier al op het randje, maar wanneer wij de achterbank neerklappen om een donorstoel voor onze oude Peugeot te transporteren zijn we in een handomdraai een busje. Of dat leuk is.

Het is waanzinnig om te merken hoe snel de dwergauto zich tot minimiddenklasser heeft ontwikkeld; in zijn rijgedrag geen spoor van onbeholpenheid. Dat de Citigo wordt aangedreven door een eenliter driecilinder met 75 pk merk je alleen bij de pomp, waar je tevreden rekenend tot gemiddelden van 1 op 20 komt. De auto is tot boven Nederlandse maximumsnelheden stil en vlot, de karakteristieke driecilinderpruttelsound is nauwelijks hoorbaar of beschaafd vertederend.

Verder is er gelukkig niks bijzonder aan de Citigo. Het is een weldadig normaal autootje voor een weldadig doodgewone prijs. Mijn witte testknuffel, een Citigo Ambition, kost net geen 11 mille. Daarbij inbegrepen zijn elektrisch verstelbare en verwarmbare spiegels, verwarmbare voorstoelen, elektrische ramen, airconditioning, centrale deurvergrendeling met afstandsbediening, een proactief remsysteem, ABS, stabiliteitscontrole en een radio/cd-speler met de hartverscheurende naam Funky. Het is genoeg. De bouwkwaliteit wekt de indruk dat de Citigo het wel even uitzingt. En als de kleine driecilinder net zo duurzaam blijkt, is deze Skoda een van de betaalbaarste methoden van besparen zonder enige concessie aan het rijcomfort. Of je hem nu als Mii, Up! of Citigo van het schap trekt, je koopt de geest van Skoda. Back to normal, simply clever.

    • Bas van Putten