'Verdachten' van treinbrand hielpen juist bij de evacuatie

De drie mannen die woensdag werden gearresteerd na een treinbrand, hebben niets met de brand te maken. Zij hielpen medepassagiers na de brand juist met uitstappen, zo maakte de politie vrijdag bekend. De politie wil met het drietal in gesprek om een gebaar te maken.

De brand – woensdagmiddag in een intercity tussen Utrecht en Amsterdam – ontstond na een luide knal. Alle passagiers werden geëvacueerd, niemand raakte gewond. Het treinverkeer tussen Amsterdam en Utrecht lag plat tot in de avond.

De drie mannen, Nieuwegeiners van 22 en 23 jaar, werden kort na de brand gearresteerd, terwijl ze naast de trein stonden te wachten. De politie stelde hen in verzekering, liet hen een nacht doorbrengen op het politiebureau en verhoorde hen „zeker tweemaal”, aldus een woordvoerder. Ze werden donderdag vrijgelaten.

Volgens de politie was bij de arrestatie sprake van een „optelsom”: ze waren tijdens de treinrit luid met elkaar aan het praten, ze zaten dicht bij de plek waar de knal klonk en meerdere passagiers verklaarden dat zij „mogelijk” met de brand te maken hadden. „Voldoende aanleiding om hen aan te merken als verdachte.”

De drie mannen eisen excuses van de politie. Twee van hen spraken vrijdag voor de camera’s van RTV Utrecht. Zij beaamden dat zij luidruchtig waren in de trein, maar „ik vind niet dat als je wat harder praat, dat je dan voor verdachte aangezien mag worden.”

De politie zegt „iets in de richting” van de drie te zullen doen. Maar geen excuses. „Die maak je als er fouten zijn gemaakt.” Er bestond volgens de politie een „redelijk vermoeden” van brandstichting. Tegen RTV Utrecht: „Dan moet je als politie handelen. Dat wordt ook van je verwacht.”

Mildred Helmers, advocaat van een van de mannen, vraagt zich af waarom de politie de drie als verdachte heeft aangemerkt. „Vooral omdat zij direct bezig gingen met het evacueren van passagiers.” Volgens Helmers had de politie de drie ook als getuige kunnen horen. „Zij waren bereid te praten. Een van stond vlak na de brand nog verslag uit te brengen aan een journalist.”

Helmers gaat voor haar cliënt een „standaardvergoeding” van 105 euro eisen vanwege de nacht in de politiecel. Aan een extra schadevergoeding denkt zij niet. „De pijn zit in de beeldvorming. Mijn cliënt las vlak na zijn vrijlating een krant en dacht: ‘Ik? Dader?’”

    • Ingmar Vriesema