Tijd voor een sherrydieet

Harold Hamersma proeft wat sherry met beendroge ham kan doen.

Waar zijn toch onze sherrydrinkers gebleven? In de jaren zeventig was Nederland na het Verenigd Koninkrijk de tweede afzetmarkt. In de jaren tachtig waren we zelfs het grootste sherry consumerende land ter wereld. Albert Heijn hielp destijds een handje door vooral de halfzoete (medium dry) variant tegen stuntprijzen aan te bieden. Maar ook elders vond de trots uit Andalusië gretig aftrek.

Bij de zogeheten vinotheken, wijnwinkels waar zelf getapt kon worden, was sherry de meest verkochte soort. Amsterdam kende op het drukke Spui zelfs de Sherry Bodega.

Sherry was toen vooral een damesdrank. Ik hoorde onze buurvrouwen reppen over ‘het sherryuurtje’. En daarmee wachtten zij niet tot de vijf in de klok zat. In plaats van samen koffie te drinken werden er ’s ochtends gezellig al wat glaasjes weggetikt. Dan werd ook meteen een geliefde vorm van afvallen doorgenomen: het sherrydieet. Een kuur die voorschreef dat iedere maaltijd met twee glazen sherry weggespoeld diende te worden. Nu zouden we dat waarschijnlijk Sonja Glasbakkeren noemen.

Dit dieet dankte zijn populariteit mede aan een fanatieke ambassadrice: koningin Juliana. Om te zorgen dat de gebruikersgroep niet al te snel op een droogje kwam te staan, was de oorkruik van twee liter in die jaren een buitengewoon gewenste verpakkingsvorm. Ook ik heb mijn moeder daarmee zien slepen. Als stiekem proevende puber vroeg ik mij wel af waarom zij lampenolie dronk.

Wellicht heeft de kwalijke kwaliteit van de halfzoete budgetuitvoeringen eraan bijgedragen dat begin jaren negentig de dorst naar sherry leek gelest. De afgelopen vijfentwintig jaar zijn er door de overkoepelende vereniging Vinos de Jerez en de producenten verwoede pogingen gedaan om de boel weer op gang te krijgen. Ze maakten reclame op tv en in de bioscoop. Ze moderniseerden de vorm van de flessen om een nieuwe, jonge gebruikersgroep aan te spreken. En ze besloten om niet langer het beladen woord ‘sherry’ te gebruiken maar ‘vino de Jerez’. Sherry moest wijn worden. En om de drank aan zijn nieuwe rol te laten wennen, diende de traditionele aperitieffunctie verruild te worden voor een vaste plek aan de eettafel. Om dit te realiseren riep Vinos de Jerez een jaar of tien geleden de Copa Jerez in het leven: een wedstrijd waarbij sommeliers en koks van gerenommeerde restaurants werden aangemoedigd om de spannendste sherry-spijscombinaties te maken.

Afgelopen november ging Inter Scaldes met de eer strijken, waardoor deze Kruiningse tweesterrenzaak Nederland dit jaar mag vertegenwoordigen tijdens de internationale Copa in Jerez. Met veel plezier denk ik terug aan een bijeenkomst bij een eerdere winnaar, restaurant Seinpost (1 ster) in Scheveningen. Daar proefde ik kokkels met peper en knoflook in gezelschap van manzanilla San Léon van Bodegas Herederos de Argüeso. Een enigszins ziltige sherry (manzanilla is gemaakt van druiven die vlakbij zee groeien), fris citrusfruit, strak en wat notig.

En de manzanilla pasada Almacenista van Lustau (‘pasada’ is een gerijpte versie) combineerde briljant bij cannelloni van filodeeg gevuld met lauwwarme, lichtgerookte paling, hart van kropsla en komkommer, in een soepje van stoofaal met tuinkruiden. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik persoonlijk het enthousiasts werd over de een-tweetjes met de droogste sherry’s: manzanilla en fino. Nu zijn dat ook de soorten die het best samengaan met gerechten die ook zonder sterrenkoks kunnen; de inmiddels ook hier zo geliefde tapas. De door mij onlangs geproefde been- en beendroge manzanilla en rama reposada La Goya XL van Bodegas Delgado Zuleta ( ‘rama’: niet of nauwelijks gefilterd ) tilde groene olijven met ansjovis, zoute amandelen, rauwe oesters, jamón Ibérico en gambas a la plancha naar een hoger plan. Met de feestdagen net achter de rug denk ik dat ik ook maar eens aan een sherrykuurtje ga beginnen. Mijn moeder zal er van opkijken.

    • Harold Hamersma