Steinbeck won Nobelprijs als compromis

In 1962 lag het hoogtepunt van de schrijver John Steinbeck al jaren achter hem. Toch won hij dat jaar de Nobelprijs. Bij gebrek aan beter, blijkt uit archieven.

Schrijver John Steinbeck aanvaardt de Nobelprijs 1962. Foto AP

Uitbundig werd de Amerikaanse schrijver John Steinbeck in 1962 geprezen bij de uitreikingsceremonie voor de Nobelprijs voor Literatuur, om zijn ‘sympathieke humor’ en ‘scherp inzicht in de sociale verhoudingen’. Maar achter de schermen was de stemming anders. Steinbeck was een compromis, de keuze bij gebrek aan beter, blijkt uit afgelopen week vrijgegeven notulen van het Nobelprijscomité.

Ieder najaar wijst een comité van geleerden een winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur aan. De overwegingen vooraf worden met de grootst mogelijke geheimhouding omgeven, en vijftig jaar lang blijft dat zo. Jaarlijks, begin januari, wordt na een halve eeuw één jaargang uit het archief geopend. Jaarlijks schrijft een journalist van Svenska Dagbladet een groot stuk over de mitsen en maren van toen.

In de zomer van 1962 lagen vijf namen op tafel: Robert Graves, Lawrence Durrell, Jean Anouilh en Karen Blixen. Enthousiast over het lijstje was de vierkoppige commissie niet: „Er zijn geen duidelijke kandidaten voor de Nobelpijs en de commissie bevindt zich in een weinig benijdenswaardige positie”, aldus de toenmalige voorzitter, de hoogleraar literatuur Henry Olsson.

Over het literaire gehalte van de kandidaten ging het nauwelijks, pragmatisme overheerste. Robert Graves viel bijvoorbeeld af omdat hij weliswaar historische romans had geschreven (zoals I, Claudius) maar toch gezien werd als dichter. Het was alleen onmogelijk een Angelsaksische dichter te bekronen voordat de grootste, Ezra Pound, dood was, vond Olsson. En Pound bekronen was onmogelijk vanwege diens fascisme en antisemitisme.

Karen Blixen (Out of Africa) overleed in september en de Nobelprijs wordt niet postuum toegekend. Schrijver Lawrence Durrell, wiens tetralogie Alexandria Quartet literair en commercieel een succes was, had volgens de commissie nog niet genoeg op zijn naam staan. Een jaar eerder was Durrell nog geschrapt om zijn „monomane preoccupatie met erotische aangelegenheden”.

Waarom de Franse toneelschrijver Jean Anouilh afviel blijkt niet precies. Svenska Dagbladet oppert dat Frankrijk even niet aan de beurt was. Twee jaar eerder had de Franse dichter Saint-John Perse gewonnen en Jean-Paul Sartre kwam in beeld. Hij zou de Nobelprijs in 1964 krijgen.

Bleef over: John Steinbeck. Zijn naam ging al acht jaar over tafel. Zijn beste werk lag wel al lang achter hem (Of Mice and Men was verschenen in 1937, The Grapes of Wrath in 1939 en East of Eden in 1952), maar echt verzet was er verder niet.

De keus was wel controversieel. Steinbecks moralisme en sentiment maakte hem in de jaren veertig populair, maar deden in de jaren zestig gedateerd aan. De New York Times vroeg zich af waarom de prijs naar een auteur ging die zijn talent ‘in zijn beste boeken aanlengt met tienderangs gefilosofeer’. Toen men hem vroeg of hij de Nobelprijs wel verdiende, zei Steinbeck zelf, zo memoreert The Guardian: „Eerlijk gezegd niet.” Steinbeck zou hierna geen roman meer schrijven. Hij overleed in 1968.