Spoorloos over de pampa's

Brabander Alex Brusselers was drie toen hij zijn eerste crossmotor kreeg. Veertig jaar later rijdt hij de Dakar Rally.

Nederland, Boxtel, 30-12-12 Dakar ralley quad rijder Alex Brusselers. © Photo Merlin Daleman

O p een vrij troosteloos industrieterrein aan de rand van Boxtel woont Alex Brusselers (42). Zijn huis is vastgebouwd aan zijn levenswerk, autobedrijf Brusselers. Hij nam het bedrijf over van zijn vader, de man die hem voor een belangrijk deel vormde tot crosser.

„Mijn vader was zijspancrosser. Op mijn derde verjaardag kreeg ik een zijspanmotor. Ik kon nog niet fietsen, maar dankzij de zijwielen bleef ik op de motor wel overeind. Rond mijn dertiende kreeg ik mijn eerste bromfiets waar ik aan kon sleutelen. Met vrienden deed ik toen ook al mee aan crosses in de buurt. Later kwamen de motoren, de quads en ook de grotere crosses en rally’s. In 2004 ging ik voor het eerst mee naar Dakar als chauffeur van de servicejeep van Hans Bekx.”

Waarmee hij meteen een van de mannen noemt die de Dakar Rally in Nederland op de kaart zetten. Ook de successen van Jan de Rooy (winnaar als trucker in 1987) en zoon Gerard (truckwinst vorig jaar) zijn een stimulans voor veel rallyrijders. Opvallend is dat veruit de meesten uit Brabant komen.

„In Brabant zit het crossen in de cultuur”, verklaart Boxtelaar Brusselers. „Je groeit ermee op, en er is altijd wel een weiland of braakliggend maisveld in de buurt waar je kunt crossen.” Dat rallyrijden leeft in Brabant blijkt ook uit de steun van de veelal lokale ondernemers die 150.000 euro sponsoren om Brusselers’ deelname aan Dakar te betalen.

De overgang van het drassige Brabantse land naar de droge hitte van de Argentijnse pampa’s is groot. Brusselers: „Het zand zijn we wel gewend, maar vooral stenen en diepe geulen maken het lastig rijden. De duinen zijn ontzettend hoog. Als je daar overheen rijdt is het net alsof je in een achtbaan zit. Op de top ga je keihard bijna recht naar beneden.”

„In de cross ga ik altijd als een wilde tekeer, in Dakar rij ik maar half zo hard. Je moet continu opletten, je mag niet uit de bocht vliegen of een lekke band krijgen. Als er ergens een cameraploeg staat moet je zeker opletten, want die staan alleen maar op gevaarlijke punten om crashes te filmen.”

D e Dakar Rally is niet zonder gevaar. Bijna jaarlijks vallen er doden onder de coureurs of het publiek. In 31 jaar stierven er 58 mensen, onder wie 25 coureurs. Het werkelijke aantal doden ligt mogelijk hoger, omdat slachtoffers onder het publiek in Afrika niet altijd zijn geregistreerd. Brusselers: „Tijdens de race denk ik niet aan gevaar. Dat kan niet, want je moet je puur op de weg en de obstakels concentreren.”

Dakar-dagen zijn lange dagen.

Coureurs moeten na de etappe soms nog honderden kilometers rijden naar het bivak waar de tenten die nacht worden opgeslagen. Ook ’s ochtends naar de start moet soms urenlang een verlaten, kaarsrechte weg worden afgereden.

„Het zwaarst aan Dakar zijn de lange dagen. Je staat om 4.00 uur op, vertrekt rond 5.30 uur naar de start en rijdt de etappe van 9.00 tot 15.00 uur. Rond zessen ben je in het bivak. De monteurs gaan aan de slag met de quad, ik ga douchen en eten. Om 20.30 uur is de briefing voor de volgende dag en rond 22.00 uur moet je weer naar bed.”

Dat is dan het gunstige schema, want het is niet uitzonderlijk dat je pas ’s avonds het bivak bereikt.

Dakar is voor Brusselers gewoon werk. „Zo zwaar is het. Er is geen tijd voor gezelligheid, het is vooral werken en slapen. Tijd om van de omgeving te genieten is er niet, de route eist volledige concentratie.”

En dan rijdt Brusselers ook nog eens quad. „Dat is het stomste wat je kunt doen in Dakar. Je kunt niet in de sporen van de motoren of auto’s rijden en moet dus zelf een geschikt pad vinden.”

Rallyrijden is een eenzame sport. Urenlang rijden de coureurs door de woestijn, overgeleverd aan zichzelf, hun motor en eventueel een helpende hand van een collega. Brusselers: „In de race moet je je zelf zien te redden. De monteurs zie je pas ’s avonds weer in het bivak. Het is een voordeel dat ik zelf precies weet hoe de quad in elkaar zit, maar er rijden ook jongens die geen idee hebben van de techniek. Als iemand in nood is help ik altijd. Dat krijg je dan ook terug als je zelf een keer pech hebt. De verloren tijd wordt bovendien gecompenseerd door de organisatie.”

Belangrijk onderdeel van de rally is het navigeren. Brusselers: „In het routeboek staat om de paar kilometer een aanwijzing. Met de kilometerteller en een kompas bepaal je dan de route. Je moet tussen de punten proberen zo veel mogelijk rechtdoor te rijden. Als je fout rijdt moet je terug naar het vorige punt en het opnieuw proberen.”

Dakar is veranderd sinds het onveilige en politiek instabiele noordwesten van Afrika is ingeruild voor Zuid-Amerika. „We zitten nu meer in de bewoonde wereld. Topteams slapen zelfs in hotels in plaats van in tenten. Jammer, want daarmee verdwijnt de romantiek, de Dakar-spirit. Maar het is wel mooi dat er meer supporters zijn en dat ze enthousiaster zijn. In Afrika zat niemand te wachten op een paar gekken met geld die in hun tuintje kwamen spelen.”

Over de volle breedte van de showroom in Boxtel staat een schier oneindige rij bekers. Allemaal verdiend met crossen. Eerst op de motor met zijspan, later met de quad. Brusselers werd al tien keer Nederlands kampioen. Twee keer was hij de beste van Europa. In Dakar wordt hij gezien als outsider.

„Als ik geen pech krijg kan ik met de besten mee. Maar in Dakar is niets zeker. Mijn doel is om te finishen. Dat is belangrijker dan winnen.”

Autobedrijf Brusselers in Boxtel draait door terwijl de baas over de pampa’s scheurt. „Dat gaat ze lukken”, verwijst Brusselers naar zijn collega’s. „Maar ik kom na afloop meteen naar huis. Ik ga daar geen vakantie vieren, kan mijn tijd beter aan mijn familie en bedrijf besteden.”