Productie biobrandstof leidt tot verhoging uitstoot broeikasgas

Archieffoto van een energiecentrale van Essent in Cuijk die gebruikmaakt van biobrandstoffen (houtsnippers) voor de opwekking van elektriciteit. Foto ANP / Lex van Lieshout

Biobrandstof is minder goed voor natuur en milieu dan in brede kring wordt aangenomen. Dat meldt NRC Handelsblad vandaag. De productie van biobrandstof uit gewassen als koolzaad, tarwe en soja leidt waarschijnlijk zelfs tot een netto verhoging van de uitstoot van broeikasgas. Dat komt onder meer doordat de benodigde akkergrond, bemest met stikstofhoudende kunstmest, een deel van die stikstof weer uitstoot in de vorm van N2O, lachgas. En dat is een krachtig broeikasgas, dat lang in de atmosfeer blijft.

Die uitstoot is volgens recente berekeningen van onder anderen de Nederlandse Nobelpijswinnaar Paul Crutzen (Scheikunde, 1995) zo’n twee keer zo groot als tot nu toe in berekeningen als richtwaarde werd aangenomen. In het nieuwe rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), dat in september moet verschijnen, worden volgens insiders de richtwaarden voor de lachgasuitstoot bijgesteld.

EU streeft naar vervanging benzine door ‘hernieuwbare brandstoffen’

De Europese Unie streeft tot nader order naar 10 procent vervanging van benzine en diesel door “hernieuwbare brandstoffen” in het jaar 2020. Momenteel wordt biobrandstof in Nederland tot zo’n 5 à 7 procent bijgemengd in gewone brandstof.

Het basisidee achter biobrandstoffen was dat bij verbranding van alcohol uit bijvoorbeeld tarwezetmeel nooit méér CO2 in de atmosfeer kan komen dan de tarwe er tijdens zijn groei aan onttrok, dus dat de brandstof “CO2-neutraal” zou zijn. Maar dat is niet zo: de industriële productie van biobrandstof zelf kost veel energie en levert veel CO2-uitstoot op, evenals de energievretende productie van kunstmest. Ook het omzetten van weiland in akkerland levert extra CO2-uitstoot op. Nu komt daar dus nog de lachgaskwestie bij.

De berekeningen van het energiegebruik en de broeikasgasuitstoot van biobrandstofproductie is zeer ingewikkeld; het is moeilijk om met alle factoren rekening te houden en vaak is onduidelijk hoe die gewogen moeten worden. Er wordt bijvoorbeeld nog nauwelijks rekening gehouden met verdringing van de voedselproductie door de teelt van voedselgewassen voor biobrandstof, en de extra bossen, savannen en graslanden die ervoor moeten worden ontgonnen. Ook dat zal extra CO2-uitstoot tot gevolg hebben.