Op eigen superkracht

Het Nederlandse modemerk Supertrash heeft nu een boetiek in Londen. Eigenaar Olcay Gulsen denkt ook aan Berlijn en Parijs.

Om haar stoel is een weelderige bontjas gedrapeerd, naast haar staat een witte Birkin Bag van Hermès. Ze draagt een elegante vintage jurk met een ceintuur van eigen merk eromheen, haar haar en make-up zijn professioneel gedaan. Het is tien uur ’s ochtends en Olcay Gulsen (32), oprichter en eigenaar van het Nederlandse modelabel Supertrash, ontvangt de pers aan het ontbijt in het chique hotel Claridge’s in Londen.

De avond ervoor heeft ze haar eerste Londense boetiek feestelijk geopend. De winkel zit op South Molton Street, een zijstraat van Oxford Street, ingeklemd tussen de beroemde designerboetiek Browns en filialen van hippe en razend populaire Franse merken als Sandro, Maje, Zadig & Voltaire en The Kooples.

De twee vrouwelijke deejays waren gekleed in witte smokings van Supertrash, Gordon was langsgekomen, net als Gulsens ex-verloofde Edgar Davids en, met dank aan het Engelse pr-bureau, twee zangeressen van meidengroep The Saturdays, ook in Supertrash. Hun aanwezigheid was de reden dat zich voor de deur van de winkel acht fotografen hadden verzameld. Gulsen zelf droeg een goudkleurige jurk van eigen merk die zo strak om haar slanke lichaam sloot, dat ze er aan het eind van de avond, na een champagne-overgoten after party, uitscheurde.

Een winkel in Londen hebben, was al heel lang een droom, vertelt ze. „We verkochten hier via agenturen al aan tachtig winkeltjes of zo, maar daarmee krijg je niet echt naamsbekendheid. Nu gaan we het helemaal op eigen kracht doen.”

Supertrash is een van de grotere recente Nederlandse modesuccessen. Vorig jaar verkocht het merk volgens Gulsen 1,2 miljoen kledingstukken en accessoires – bijna een verdubbeling ten opzicht van twee jaar daarvoor. Voor het grootste gedeelte werden die aangeschaft in Nederland, waar tien Supertrash-winkels zijn en nog honderden andere verkooppunten. In België zijn er 120 verkooppunten, plus een eigen winkel in Antwerpen. Dit jaar komen er daar nog eens twee winkels bij. Daarnaast wordt het merk verkocht in Duitsland, Frankrijk, Italië, Rusland, Griekenland, Portugal, Finland en Oostenrijk.

Supertrash , dat opereert vanuit een bedrijventerrein in Amsterdam Zuid-Oost, maakt sexy, modieuze, supercommerciële kleding die, zegt Gulsen, vooral in trek is bij jonge vrouwen die net als zijzelf „in de zakenwereld” werken. De jurkjes van Supertrash (die goed zijn voor bijna de helft van de omzet) zijn niet goedkoop, erkent ze. „We zijn duurder dan Zara, maar we zijn wel echt een merk.”

Supertrash heeft een eigen Engelstalig magazine, waarvoor Gulsen zelf altijd het covermodel is, elke keer verkleed als een beroemdheid (denk: Jane Birkin, Victoria Beckham). Er is een lingerielijn en een vooral in Engeland succesvolle kinderlijn („Het is hier allemaal heel tuttig en kinderachtig, dus ze vinden onze kleding heel stoer”) en het parfum Phenomenal, dat vorig jaar werd gelanceerd tijdens een grootse modeshow in Amsterdam. De zwarte rubber laarzen met het goudkleurige ST-logo zijn een bekend fenomeen in het Nederlands straatbeeld geworden.

Maat 0

De Londense boetiek is niet de eerste Supertrash-winkel buiten de Benelux. In oktober opende het label een winkel op Prince Street in New York. Net als de winkels in Nederland wordt die niet beheerd door het merk zelf, maar door een franchisehouder – alleen de winkels in Londen en Antwerpen, en de kinderwinkel in Amsterdam, zijn van Gulsen zelf.

In New York werkt Gulsen samen met zakenman Saul Tawil, die, zegt Gulsen „al een heleboel andere franchisewinkels heeft, met zonnebrillen en horloges ”. Tawil ‘ontdekte’ Supertrash vorig jaar. „Hij was met zijn vrouw in Amsterdam, en zij werd verliefd op onze schoenen. Hij wilde ons wel groot maken in Amerika. Binnen een half jaar had hij een pand gevonden.” Over een paar maanden komt er een tweede filiaal in New York.

In New York hangt dezelfde collectie als in Nederland. Gulsen: „Maar in Nederland verkopen we het meest in de maten M en L, daar alleen maar XS. Van de andere maten letterlijk niks. Het meisje dat daar onze winkel binnenloopt, heeft standaard maat 0. Je ziet ze lopen op straat, met zo’n beker koffie in de hand en zo’n uitgehongerd nekje. Van die meisjes die niet eten. Bizar.” 

Amerika is ook het land waar Supertrash negen jaar geleden begon. Gulsen werkte indertijd als agent voor een paar confectiemerken en ontmoette op een feestje tijdens de York Fashion Week ene Ava Riley , een ‘It-girl’ uit Los Angeles die net het modemerk Supertrash was begonnen. Gulsen bracht het merk naar Nederland, maar omdat Rileys trainingspakken met glitters hier niet aansloegen, liet ze zelf een nieuwe collectie maken. In 2009 geleden nam ze het merk over van Riley.

Tenminste: dat is wat Gulsen sinds 2009 vertelt. Op google is Riley niet te vinden, behalve in quotes van Gulsen. Volgens zakenblad Quote zou het LA-verhaal zijn verzonnen door Gulsens toenmalige vriend, een pr-man, om het merk interessanter te maken, en zou Supertrash waarschijnlijk pas vier jaar geleden zijn gestart. De slogan ‘Born in LA’ is sinds twee jaar losgelaten.

Het is niet het enige onderdeel van Gulsens biografie waaraan wordt getwijfeld. Gulsen, die in Waalwijk opgroeide in een probleemgezin (haar vader, een Koerdische Turk die op vijftienjarige leeftijd met haar Armeense moeder trouwde, was schizofreen, verslaafd en gewelddadig) heeft regelmatig gesproken over een stichting, Jay4chance, waarmee ze andere jonge ondernemers vooruit wil helpen. Maar die stichting is nooit opgericht, ontdekte Quote, dat ook schreef dat Gulsen niet in Rotterdam een HBO-opleiding Personeel en Arbeid heeft gevolgd, maar in Den Bosch, en dat ze die bovendien niet heeft afgemaakt.

Over Ava Riley blijft Gulsen een beetje vaag („Dat maakt het toch ook spannend, dat het een beetje mysterieus is”), maar ze zegt dat ze wel degelijk in Rotterdam heeft gestudeerd. „En ik heb nooit beweerd dat ik de stichting heb ingeschreven. Het is heel Nederlands om meteen te kijken wat er níet klopt.” Het wantrouwen komt ook voort uit het feit dat ze een jonge vrouw is, denkt ze, en „buitenlands” bovendien. „Mensen geloven daardoor niet dat ik dit allemaal zelf heb gedaan. Bij succesvolle mannen worden veel minder vraagtekens gezet. Je mag me een huppelkutje vinden, je mag zeggen dat ik niet zo slim ben – ik heb de laatste jaren geleerd te incasseren. Maar ik heb wel een bedrijf met bijna negentig werknemers. De familie Van As, de franchisehouder van de Nederlandse winkels, is een nette familie, die alle Nederlandse Tommy Hilfigerwinkels heeft opgezet. Die gaan echt niet met een merk in zee als dat geen potentie heeft.” 

Wereldberoemd

Londen, zegt Gulsen, „voelt als een stap in de volwassen wereld”. „Het is leuk om wereldberoemd te zijn in Nederland, maar het blijft een thuiswedstrijd. Dit is het echte ondernemen, heel spannend.” Als Londen aanslaat, wil ze boetieks openen in Parijs en Berlijn.

„Mensen zeggen tegen me: moet je niet eens aan een gezin denken? Maar ik begin er steeds minder in te geloven dat dat gaat gebeuren. Ik heb niets met een huiselijke omgeving – in mijn appartementen is niks gezelligs te vinden, en ik heb alleen maar water in de koelkast. Ik geef ook eigenlijk niks om spullen. Ja, ik heb een gouden Rolex en armbanden van Cartier, maar eigenlijk maakt het me niet uit of ik die heb of niet. Ik ben een beetje onthecht, het zal door mijn jeugd komen. Maar ik ben wel heel ambitieus. Supertrash is mijn ziel en zaligheid, ik werk twaalf uur per dag. Ik wil dat het zo groot wordt, dat het nog bestaat als ik er niet meer ben. Ik wil iets nalaten.”

    • Milou van Rossum