Niet voor de vensterbank

De kamerplant laat zich van zijn spannende kant zien. Hij hangt bijvoorbeeld – zonder pot – aan het plafond.

In de lichte woonkamer van Fabio Steijn op IJburg staat een joekel van een dadelpalm. Steijn is zelf lang, maar vergeleken bij de sierlijke plant is hij een klein mannetje. De bladeren torenen hoog boven hem uit en duwen zelfs al opdringerig tegen het plafond. Steijn kijkt verliefd omhoog naar zijn palm. „Geweldig hè? De eerste avond dat hij hier stond, heb ik de hele avond naar hem zitten kijken. Zo gaaf vond ik het. En de tweede avond ook.”

Toen hij de dadelpalm kocht, werkte hij als exportmanager voor een groot plantenbedrijf in Aalsmeer. Als vrienden bij hem op bezoek kwamen, vroegen ze allemaal: ‘Kun je voor mij ook niet zoiets kopen, jij zit in dat wereldje’. Een gat in de markt, dacht Steijn, die zijn docentschap bedrijfskunde nu sinds een paar jaar combineert met zijn werk als ‘plantenman’.

Hij geeft adviezen over welke planten in welke huizen passen en noemt zichzelf ‘stylist in planten’. Zijn klanten zijn mensen die hun interieur willen verfraaien met een bijzondere plant die niet direct in het tuincentrum verkrijgbaar is en hij helpt ze daarmee. Een enkeling wil een reuzencactus. Maar wat zijn klanten vooral willen, zijn reusachtige, tropische planten en bomen met veel grote bladeren en een dikke, stevige, doorleefde stam. Als je het Steijn vraagt komt dat omdat wij mensen eeuwenlang heel dicht bij de natuur hebben geleefd. „Ze missen dat oergevoel.”

Veel klanten van hem wonen in nieuwbouwwijken aan het water, zoals IJburg en de Oostelijke eilanden van Amsterdam. „Vensterbanken ontbreken er”, zegt hij. „De huizen zijn er hoog en licht en door de weerspiegeling van het licht in het water zijn ze bij uitstek geschikt voor tropische planten.” De plantenman komt altijd bij zijn klanten thuis, bekijkt het interieur en stelt vast waar het licht het beste valt voor de plant en op welke plek hij het mooiste past in het interieur. „De ene keer dat ik niet bij een klant thuis ben geweest, omdat hij me verzekerde dat er genoeg licht was, ging het fout. De plant haalde het niet.”

In de slaapkamer van zijn zoontje staat een grote Strelitzia, die is besteld voor een bekende trendwatcher. Fabio kweekt hem nog even op zodat hij hem extra mooi kan afleveren. „Ik blijf de zoon van een tomatenkweker, ik vind dat heerlijk om te doen.” De trendwatcher heeft de plant samen met hem uitgekozen bij één van de groothandels van tropische planten in Aalsmeer, waar Steijn zijn klanten doorgaans mee naar toeneemt en waar ook oliesjeiks en rijke Russen tropische reuzen inslaan voor hun huizen en kantoren.

Drie grote kassen beslaat de kwekerij. Het is er heerlijk warm. Je moet de geluiden er even bij denken, maar als je de ogen sluit en de plantenlucht opsnuift, dan ben je in het oerwoud. Veel van de planten en bomen staan met hun voeten in het water. Steijn banjert met grote kaplaarzen rond, wijst aan en geeft enthousiast uitleg. „Ze staan net zoals in het oerwoud opgesteld. De planten die niet veel zon nodig hebben, staan in de schaduw van anderen.” De plant die het echt helemaal is op dit moment, zegt hij, is de Beaucarnea Recurvata. Een blik op de metershoge stammen is genoeg om te begrijpen waarom de plant ook wel ‘olifantspoot’ heet. Het is ook de plant die hij uitkoos met architect Sjoerd Landman voor zijn net ontworpen ‘plantentafel’. Een tafel van polyester waar uit het midden een nog jong olifantspootje prijkt. Planten die uit meubels groeien, dat is volgens Steijn de trend. Hij heeft de week erop een afspraak in het Aalsmeerse oerwoud met ontwerper Roderick Vos, ze gaan planten uitzoeken voor de plantenlamp die Vos heeft ontworpen voor zijn nieuwe studio in Den Bosch.

Vos, een week later, is razend enthousiast en kan niet wachten totdat de planten in zijn atelier staan en hij er mee aan de slag kan. Hij heeft een selectie van zeldzame hangplanten en unieke ficussen uitgezocht. „Het aanbod was zo goed en divers. Ik heb gefocust op diverse soorten grote bladeren, en mooie kleuren die bij de muur passen. Het verlichtingsobject dat ik heb ontworpen is een soort archetype van een bloempot met LED-lampjes er in. Ze geven werklicht op mijn tafel en lichten vanuit de pot de planten op een mysterieuze manier op. Je hebt in eerste instantie niet door dat het verlichting is, dat is de grap. Ik stel me voor hoe mooi die bladeren straks in het donker oplichten en al die veelkleurigheid tevoorschijn komt. Misschien komt het omdat ik zes jaar in Indonesië heb gewoond, maar ik vind het fijn me te omgeven met groen. Dat geeft me rust.”

Zijn vader, bekend interieurontwerper, zal zich binnenkort wel doodschrikken als hij voor het eerst mijn studio komt bezoeken. „Hij heeft altijd gezegd: planten horen niet in een interieur, dat is visuele vervuiling. En ik ben het met hem eens als het om planten in een pot gaat. Dat neemt alleen maar ruimte in beslag. Ik pas het liever op een andere, architectonische manier toe.”

De kamerplant in een nieuwe gedaante – dat is ook te zien bij Fedor van der Valk die animatiefilmpjes maakt met planten en zo zijn wonderlijke ‘Stringgardens’ uitvond. Van der Valk doet iets volkomen ongebruikelijks met anthuriums, ficussen, kalanchoë, en alle andere planten die veelal een suf bestaan leiden in kantoren en verzorgingshuizen. Hij hangt ze op aan hun kluit, waar hij een fraaie bol van heeft gekneed, bedekt met een laagje mos. Onzichtbare draden houden de kluit bij elkaar en zijn bevestigd aan het plafond. Het ziet er wonderschoon en poëtisch uit. Bevrijd uit de pot zweven de voorheen suffe kamerplanten als mysterieuze groene planeetjes in de ruimte. Stringardens is ook de naam van het bedrijfje van Van der Valk en hij heeft wachtlijsten met mensen die een hangende anthurium willen hebben. „Water geven is gewoon een kwestie van een minuutje dopen in een bakje met water. Net zo makkelijk.”

    • Emilie Escher