Manifest van rechters heeft boemerangeffect

Moet ik het ‘manifest van Leeuwarden’ serieus nemen, waarin rechters klagen over productiedwang, bevoogding en bureaucratisering? Zeker: schaalvergroting, anonieme bestuurders, vervreemding. Herkenbaar voor iedere professional, of je bij Shell, ING of een ministerie werkt. Maar bij het e-mailadres van de anonieme rechters kreeg ik toch de hik. Paucasedbona@gmail.com, stond eronder. Dat betekent ‘weinig maar goed’, of ook wel ‘kwaliteit, in plaats van kwantiteit’. Als de rechters vooral ‘weinig’ willen produceren, wat daarom (?) ‘goed’ is, protesteer ik. Produceren necesse est, beste togadragers. Wat kwaliteit is, wordt niet alleen door u bepaald. De burger wil tijdige, begrijpelijke uitspraken. Zijn uitspraken écht beter als ze meer pagina’s omvatten en je er langer op mag wachten?

Welk heimwee steekt er achter zo’n gymnasiastenknipoog? De vorige voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak vertelde me ooit over die rechter die „één keer per jaar uit de provincie aangereden kwam om de president te vertellen hoeveel vonnissen hij dit jaar wenste te schrijven”. Ongeveer een handvol vond de man voldoende – de president nam er kennis van. En zoiets kwam natuurlijk nooit meer voor. Doorlooptijden, outputfinanciering, collegiale intervisie – de rechtspraak was allang niet meer een rustieke bezigheid voor bedaagde juristen die kalmpjes hun levenslange aanstelling uitzitten. Een juridisch l’art pour l’art, waar in geheimtaal louter voor vakgenoten aan nieuw recht werd geborduurd. Het is nu een moderne overheidsorganisatie, bevolkt door onafhankelijke professionals, met beide benen op de grond en oog voor de burger.

Intussen wordt het rechterschap technocratischer en minder exclusief. Specialisatie vergroot onderling de afstand – en van een ambt wordt het een (vrouwelijk) deeltijdberoep. De fiere autonomie wordt nog steeds beleden. Vorige maand sprak ik Egbert Myjer, die een levenlang rechter zijn afsloot in het mensenrechtenhof in Straatsburg. Zijn definitie van onafhankelijk rechterschap kwam in de vorm van een Engels citaat: A judge should perfom his role with wisdom, loyalty, humanity, courage, seriousness and prudence, while having the capacity to listen, communicate and work. En dat is tegelijk wat in dit manifest wringt – als je onafhankelijk bént en dit allemaal in je mars hebt, dan laat je je toch niet koeioneren? Dan maak je toch geen „onverantwoorde keuzes”, waar het manifest over spreekt? En dan geef je toch zaken steeds de „aandacht die ze verdienen”, in plaats van te jammeren over het tegenovergestelde? Wie klaagt als productiemedewerker te worden bejegend, die is het ook. Noblesse oblige, zeg ik dan. En als die onverantwoorde keuzes dan kennelijk gemaakt worden, trek dan eens aan de bel, on the record graag. Waar ging het dan fout? Welke uitspraken zijn niet verantwoord?

En vergeet ook niet de hand in eigen boezem te steken. In 2010 publiceerde raadsheer Rinus Otte, een ervaren leidinggevende, De nieuwe kleren van de rechter. Hij vond de gewraakte Raad voor de rechtspraak nog veel te lief. Een soort Sinterklaas die de zwakke broeders nooit aanpakt, maar achterstanden blijft financieren. Een bestuur dat door de gerechten naar believen buiten de deur wordt gehouden. Otte, hoogleraar rechtspleging, wilde in zijn boek de touwtjes juist aanhalen.

Op het weblog ivorentoga.nl rekende oud-procureur-generaal Dato Steenhuis voor dat het rendement van de strafrechtspraak al jaren afneemt. Terwijl het aantal zaken afneemt, wordt er langer aan gewerkt, terwijl de zwaarte niet is toegenomen. Althans gezien de straffen die worden opgelegd. Steenhuis kreeg bijval van oud-procureur generaal Hulsenbek, die strafrechters omschrijft als „zzp’ers in loondienst” die „weinig gevoel voor het publieke belang van de rechtspraak” kunnen opbrengen. „Ik ken een rechter in het Hof van Leeuwarden, die er járenlang trots op was dat hij elk jaar twee keer zo veel arresten schreef als al zijn collega’s. En had hij het druk? Nee, niet erg. Hij deed er nog veel naast”.

In zijn boek heeft Otte het over strafrechters die louter juridisch denken en zich niet met de organisatie van hun werk willen bemoeien. Er worden miljoenen verspild aan zittingscapaciteit, door uitstel en aanhouding van zaken. Met de sterk uitgebreide juridische ondersteuning door griffiers wordt te weinig gedaan. Otte schreef een onthutsend boek, dat in de rechtspraak slecht werd ontvangen en daarna verzwegen. Rechters komen eruit naar voren als verwend en onhanteerbaar voor de leiding. Ze willen wel verantwoordelijkheid dragen, maar geen verantwoording afleggen, was zijn conclusie. Ze zijn lijdelijk en organiseren hun eigen werkprocessen onvoldoende.

In november stelde Otte op zijn blog de eenvoud en helderheid van Apple ten voorbeeld aan de rechtspraak. Karige zittingen, beknopte uitspraken, meer delegatie, hecht teamwork en meer energie in de voorbereiding, zo zou het moeten. Volgens hem is de Hoge Raad de remmer op de trein. Veel uitspraken staan vol loze zinnen en lege overwegingen als gevolg van de ‘motiveringsdrift’ die de hoogste rechter verplicht stelt. Terwijl minder meer is. Of kan zijn. Ook dat is een kwaliteit.

Juridisch redacteur Folkert Jensma schrijft hier wekelijks over de rechtsstaat. Debat op nrc.nl/rechtenbestuur, twitter #rechtsstaat

    • Folkert Jensma