Ingenieurs mogen nog even niet aan hun pensioen denken

In Nederland bestaat een drastisch tekort aan technici. Het gevolg is dat ingenieursbureaus opdrachten moeten weigeren en in het buitenland op zoek gaan naar personeel.

Zo’n 2 miljoen euro aan opdrachten loopt Vicoma Engineering dit jaar mis. Omdat het personeel niet voorhanden is om die uit te voeren.

Het industrieel ingenieursbureau uit Hoogvliet – met zeven vestigingen in het land – heeft een overvolle orderportefeuille. Want er is volgens directeur Marc Steigenga volop werk.

Het is niet de economische crisis waar de markt van elektrotechniek, beveiliging en automatisering last van heeft. Het probleem bij ingenieursbureaus als Vicoma is het gebrek aan gekwalificeerd personeel. Zo’n 30 vacatures staan open – op een totaal van zo’n driehonderd medewerkers, dus 10 procent.

Wie bij Vicoma 65 jaar wordt, gaat niet automatisch met pensioen. „We vragen veel 65-jarigen of ze willen doorwerken”, zegt Steigenga. „Pure noodzaak. Om de werkdruk niet nóg verder te laten oplopen.”

Met klanten als Shell, AkzoNobel, Exxon, DSM, Mars, Tata Steel en een omzet van, naar eigen zeggen, 20 miljoen euro, is Vicoma een stabiele middenmotor in de branche van ingenieursbureaus. Maar verder groeien is lastig. Vanwege het personeelstekort. „Soms houd ik mijn hart vast als ik overleg heb met een klant. Voor je het weet, krijg ik een opdracht die we niet kunnen aannemen omdat ik er het personeel niet voor heb.”

Overal in het land kampt de industriële sector met dat probleem. Een werktuigbouwkundige met een hbo-opleiding, die zijn cv op internet zet, kan rekenen op tientallen reacties van werkgevers, weet directeur Jan-Willem Peters van Continu, een personeelsbemiddelaar voor de bouw- en industriesectoren. Middenin de economische crisis en oplopende werkloosheid kunnen die hbo’ers zelf hun werkgever kiezen. Wie werk heeft wordt gekoesterd door zijn werkgever. Ze zijn onmisbaar.

Peters noemt het de paradox van de Nederlandse arbeidsmarkt. Terwijl de werkloosheid eind vorig jaar opliep tot 6,8 procent (536.000 werklozen) staat het bedrijfsleven te springen om technici. Bedrijven lopen door die tekorten opdrachten mis. Of zien het zittend personeel worstelen met de hoge werkdruk.

„We kunnen het zittend personeel niet structureel laten overwerken”, zegt Steigenga van Vicoma. „Dus moeten we nu ook wel eens ‘nee’ verkopen aan klanten.”

Het gebrek aan technisch geschoold personeel is zichtbaar in het hele land, zeggen arbeidsmarktspecialisten. Continu kan per direct zo’n 2.000 technici plaatsen, zegt Peters. „Maar het kost de grootste moeite om geschikte kandidaten te vinden. We hebben een relatienetwerk van zo’n 70.000 ingenieurs. Maar die zijn niet altijd beschikbaar, of wisselen niet snel van werkgever. Vaak hebben ze intern een goede positie en zijn ze daar opgeklommen tot leidende posities.”

Dat tekort aan technisch personeel groeit de komende jaren alleen maar – ondanks de economische crisis. Niet alleen op hbo-niveau, ook technisch geschoolde mbo’ers en vmbo’ers zijn schaars. Beschikbaar technisch personeel is vergrijsd en stroomt de komende twee jaar massaal uit. De instroom van afgestudeerde technici loopt achter, omdat scholieren en studenten nauwelijks voor een technische opleiding te porren zijn.

Als de economie blijft haperen, wordt volgend jaar een tekort verwacht van 63.000 man technisch personeel, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit Maastricht in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken. Voor elk procent dat de economie groeit, komen daar jaarlijks nog eens 13.000 vacatures bij.

Werkgevers verdringen zich op die krappe arbeidsmarkt, zegt Peters. „Vooral ingenieursbureaus en raadgevende adviesbureaus weten niet hoe ze aan mensen moeten komen. In de praktijk betekent dat dat zij nieuwe projecten van de markt moeten halen, of stomweg opdrachten moeten weigeren. De opleidingen leveren niet de juiste mensen en wie in deze branche al werkzaam is, laat zich niet meer zo makkelijk wegkopen.”

De Nederlandse tak van het Duitse elektronicaconcern Siemens zag recent daadwerkelijk werkgelegenheid naar het buitenland verdwijnen. Het concern heeft haar activiteiten op het gebied van windenergie inmiddels verplaatst naar Denemarken en Duitsland. Omdat gekwalificeerd personeel in Nederland niet te vinden is, en daar wél. Het gaat om enkele honderden arbeidsplaatsen.

Ook bestuursvoorzitter Thijs Manders van het Eindhovense detacheringsbedrijf TMC zoekt zijn heil steeds meer in het buitenland. Met Philips, ASML, VDL, DSM en een groot aantal toeleveringsbedrijven die samen de kern van ‘hightech-Brabant’ vormen, kan hij kandidaten per direct aan een vaste aanstelling helpen. De technische branche in die regio telt zo’n 5.000 vacatures. TMC zoekt die vaklui inmiddels voor een belangrijk deel buiten Nederland.

„Het aanbod aan bètapersoneel is in Nederland gewoon te laag. Dan praat je over hoog opgeleide technici in onderzoek en ontwikkeling. Die zijn onvoldoende voorhanden op de Nederlandse arbeidsmarkt. Zo’n 30 procent van ons personeelsbestand komt inmiddels uit het buitenland. Dat was twee jaar geleden hooguit 10 procent. Als wij bijeenkomsten organiseren met onze medewerkers, is de voertaal vaak Engels.”

Het is volgens Manders niet de bedoeling van de werkgevers om een ‘verdringingsstrategie’ op de Nederlandse arbeidsmarkt te voeren. „We proberen hier in Brabant nu de internationale arbeidsmarkten te bewerken. Dat gebeurt op het niveau van bestuursvoorzitters van de meest toonaangevende hightech-bedrijven in de regio. Voorlopig moeten we het ook hebben van die buitenlandse arbeidsmarkten. Want er gaat een decennium overheen voordat studenten de bèta-opleidingen in elektrotechniek, fysica of software interessant genoeg vinden.’’

Chipmachinebouwer ASML werft inmiddels zelf ook in het buitenland. Met volgens Manders opmerkelijke resultaten. „Van die vaklui is 30 tot 40 procent vrouw. Kennelijk is een bètastudie in het buitenland stukken populairder dan hier in Nederland.”

Toch verwacht Manders niet dat bedrijven hun toevlucht elders in de wereld gaan zoeken. „Philips richtte zich al eerder op het buitenland, maar komt daar nu op terug. Creativiteit, een basisvoorwaarde voor deze marktbranche, kun je niet zomaar naar bijvoorbeeld Azië verplaatsen. Research gedijt daar niet, wel hier in Nederland. We hebben het geluk dat een aantal bestuursvoorzitters onomwonden heeft uitgesproken dat ze in Nederland willen blijven.”

Volgens Peters is er ook een ‘verborgen’ vacaturevraag, vooral in de bouw. „De gespecialiseerde technici die daar gezocht worden, kunnen ze niet meer vinden in hun eigen organisatie. Bedrijven willen per se die ene topper voor dat ene specifieke project.”

Terwijl die specialisten zich volgens Peters wel twee keer bedenken voor ze ergens in vaste dienst treden. „Dat is moeilijk zoeken voor werkgevers. Zeker met die krapte op de arbeidsmarkt – en het feit dat potentiële kandidaten zich daar goed bewust van zijn.”

Met medewerking van Thomas Rueb.