‘In een samenleving waar veel vanzelf gaat, krijgen mensen grotere ego’s ’

Sociologie

Nederland raakte in 2012 in zichzelf gekeerd, zegt de Amsterdamse cultuursocioloog Giselinde Kuipers. De cohesie taant. ‘De ongelijkheid neemt toe, de sociale mobiliteit neemt af, en dat is gevaarlijk.’

Giselinde Kuipers was in 2012 veel op reis voor haar onderzoek (zie kader). Intussen hield ze de Nederlandse kranten bij en ze verbaasde zich over de muizenissen van het thuisfront. “Het trof me hoe Nederland met zichzelf bezig was”, zegt de socioloog, die op verzoek van deze krant terugkijkt op 2012. “In de eerste maanden van het jaar schreef de pers vooral over drie dingen: de Nederlandse Spoorwegen en het slechte weer, al of geen Elfstedentocht en Rutger Castricum. Ook NRC Handelsblad, ook de Volkskrant. Provinciaals en heel triviaal. Je vroeg je af: zijn we niet meer geïnteresseerd in de wereld? Dit land raakt naar binnen gekeerd, en dat is wel eens anders geweest.”

Die nationale oriëntatie kwam ook tot uiting in de “ramkoers” die Nederland volgens Kuipers tijdens Rutte I volgde in de Europese Unie. “Ik ben lang behoorlijk eurosceptisch geweest en ik vond het Nederlandse kosmopolitisme lange tijd een beetje naïef. Ik vond ook dat ze mij, als burger, wel eens hadden mogen vragen wat ik van invoering van de euro vond. Maar de laatste jaren is het zó het tegenovergestelde. Het is alsof iedereen hetzelfde denkt; de bandbreedte van mogelijke opvattingen is heel klein geworden.”

Europa is veel moeilijker dan men dacht, zegt Kuipers. “Er is te lang gedacht: die nationale identiteiten, daar zijn we overheen. Ik denk dat de kracht van de natiestaat is onderschat. Als je een politieke eenheid wilt, moet je mensen ook het gevoel geven dat ze erbij horen. Dat is nauwelijks geprobeerd. Het is heel moeilijk je democratie voor te stellen zonder gemeenschap. Het is tegenwoordig in Europa bijna onmogelijk om je een politieke eenheid voor te stellen zonder democratie. En een economische eenheid kan blijkbaar niet zonder politieke eenheid. Het zou heel jammer zijn als we elkaar als Nederlanders zouden vinden in een anti-Europees gevoel. Er is nu een groep aan de winnende hand, en anderen voegen zich. De transformatie van Mark Rutte is fascinerend. De VVD had altijd een sterke kosmopolitische inslag, maar die stroming lijkt nu een beetje ondergronds te gaan.”

De PvdA is toch al jaren consequent pro-Europees?

Kuipers: “Ja, maar die opstelling van de PvdA is niet erg begeesterd. Het laatste gepassioneerde pleidooi voor Europa als meer dan iets wat goed is voor de handel ben ik vergeten. Dat vind ik beklemmend. De winst- en verliesbalans van Europa is vrede, maar dat is al zó lang geleden dat er nog maar weinig mensen zijn die zich dat realiseren. We leven niet meer ‘na de oorlog’. Ik behoor waarschijnlijk tot de laatste generatie die daarover op school nog is geïndoctrineerd. Als je nu met de oorlog aankomt, word je weggehoond. We zijn blijkbaar vergeten hoe slecht Europa er aan toe was.

“Het Europese project kan alleen nog verkocht worden als ‘in ons economische belang’. En dan lever je jezelf over aan de speculatieve rekensommetjes van economen. Zie het guldenrapport dat is gemaakt in opdracht van de PVV. Ik had de laatste tijd de indruk dat er altijd wel een econoom komt met een berekening die je bevalt. Dat het bijna niet meer lukt om te overtuigen met andere dan economische argumenten, zag je in 2011 bij de kunstbezuinigingen. En het tegenargument ‘beschaving’ klinkt zo verschrikkelijk hol. Het gekke is dat die culturele argumenten het wél doen als je zegt ‘wij zijn allemaal Nederlanders en met boerka’s op straat voelen we ons niet meer thuis’. Dat laten Jan Willem Duyvendak en collega’s mooi zien in hun onderzoek naar de ‘culturalisering van burgerschap’: politiek en burgerschap draaien steeds meer om cultuur, maar op een statische en gesloten manier: cultuur is nationale cultuur, en kunst heeft daar niks mee van doen. Het is heel pijnlijk dat juist de elite in Nederland geen culturele taal meer kan produceren. Het lijkt alsof door een verontschuldigende houding tegenover ‘gewone mensen’ de culturele bovenlaag alle wapens uit handen zijn geslagen.”

Kuipers zei twee jaar geleden dat cultuurverschillen tegenwoordig groter zijn binnen dan tussen westerse landen. Dat komt niet zozeer door immigratiestromen, zoals je zou verwachten, maar vooral door verwijdering tussen hoger- en lageropgeleiden. Vindt ze dat nog steeds? “Jawel. De verschillen zijn groot, maar ze zijn inzet van conflict, en dat is al iets. Elites zijn bezig zich aan te passen, maar dat lukt niet erg. Ze doen enorm hun best om mee te buigen, losjes te zijn, maar het blijft onecht en – ongewild – heel arrogant. Rutte lukt het meestal niet, hij blijft een Leidse bal. En dat beeld van Job Cohen in de polonaise was vernietigend. Dan zie je dat het niet kan.”

Cohen is vorig jaar mede opgestapt als partijleider, zegt Kuipers, omdat hij die losse stiel niet beheerst. “Hij is voor ingewikkelde, doordachte oplossingen. Hij belichaamt de ouderwetse deugden van de hogere middenklasse: redelijkheid, beheersing en, nou ja, beschaving. En die werken niet meer. De brug tussen hoog- en laagopgeleiden is heel moeilijk te slaan, want je kan niet meer allebei bedienen. Vroeger had je aan beide kanten houdingen die toenadering bevorderden. Bij gestudeerde sociaal-democraten bestond een goedaardig paternalisme, waarbij mensen zich op hun gemak voelden. En aan de onderkant was er bereidheid om te luisteren en te leren. De sociologen Wouters en Van Stolk noemden dit ‘harmonieuze ongelijkheid’. Ik heb die als domineesdochter van heel dichtbij meegemaakt in de pastorie. De informalisering sinds de jaren zestig zit communicatie in de weg. Politiek veronderstelt een zekere mate van autoriteit; je geeft iemand je stem en dus vertrouwen.”

Dat paternalisme, zegt Kuipers, was ooit het sterkst bij het CDA. “Bij die achterban leeft nu helemaal het gevoel van een verbroken belofte. Die belofte luidde: ‘we zullen voor jullie zorgen.’ Juist in de katholieke gebieden vond je de puurste vormen van paternalisme. In zijn boek Moederkerk: De ondergang van rooms Nederland (2012) beschrijft Jos Palm dat heel mooi: levenslange zorg, je hoeft niet zelf na te denken, als je gewoon doet wat wij zeggen, dan komt het allemaal goed. Die mensen voelden zich écht in de steek gelaten en gingen naar de PVV. De vader van Palm voelde zich nog het meest verraden door de nieuwe pastoor die niet meer elke zondag na de mis langskwam. En paternalisme kun je niet herstellen. Daar is een grote mate van vertrouwen voor nodig én gevoel voor hiërarchie. Cohen was goed in paternalisme, maar er zijn niet zoveel mensen meer die het kunnen.”

Over autoriteit gesproken: bij de jaarwisseling zijn opnieuw hulpverleners gemolesteerd. Hoe komt dat toch?

“Steeds meer mensen denken: niemand vertelt mij wat ik wel en niet moet doen. En we hebben het gevoel dat we overal recht op hebben. Dat is een spijtig bijverschijnsel van welstand. De combinatie van rijkdom, veiligheid en vrijheid is niet alleen maar goed voor een mens. Zo nu en dan een beetje ploeteren is gezond. Vergeleken met Polen en Italië, zelfs met Engeland, is onze welvaart onvoorstelbaar. In een samenleving waar heel veel vanzelf gaat, krijgen mensen grotere ego’s. Dat argument ‘laat die Grieken maar harder werken’ gaat niet op. Wij zijn de afgelopen twintig jaar heel veel rijker geworden, en daar hebben we niet zo heel veel voor gedaan.”

Hoe kijken we nu tegen de toekomst aan?

“Ik heb in 2012 gereisd in Italië, Polen, Hongkong en Indonesië. Het is opvallend hoeveel energie er in Azië in de lucht zit. In Polen ook. Daar leeft het gevoel dat alles verandert en beter wordt. Er is een toekomstidee. Dat onze kinderen het beter krijgen dan wij, dat gelooft hier nauwelijks iemand meer. Er is een groeiend besef dat het nooit meer zo goed wordt als nu. En de crisis komt niet overal even hard aan. Een caissière kan nu geen huis meer kopen en er was een tijd dat dat wel kon. Dat is een wezenlijk verlies. De ongelijkheid neemt toe, de sociale mobiliteit neemt af, en dat is gevaarlijk. De epidemiologen Wilkinson en Pickett lieten in hun boek The Spirit Level (2009) aan de hand van vergelijkingen tussen landen en Amerikaanse staten overtuigend zien dat sociale ongelijkheid negatieve gevolgen heeft voor de hele samenleving, ook voor de rijken. En een crisis treft de armen harder dan de rijken. Heel grimmig. Vandaar die harde reactie op de Grieken.

“Dat geld gaat niet naar de Grieken, maar voor een groot deel naar schuldeisers, naar banken. Het is ook schokkend dat nu pas boven water komt hoeveel geld woningcorporaties over de balk hebben gesmeten en bestuurders zich hebben toegeëigend. Een groot deel van het publieke geld is met de privatiseringen onder Paars overgeheveld naar de private sector en is zijn er mee gaan gokken. Ik voel me niet thuis bij de SP, omdat die vaak wel heel nationaal georiënteerd is, maar het is een mysterie dat alleen die partij daartegen in het geweer komt.”

Het opblazen van het gedoogkabinet door Geert Wilders, op 21 april 2012, had een gunstige uitwerking op de stemming in het land, zegt Kuipers. “Dat was voor veel mensen een opluchting. De sfeer is nog steeds manisch-depressief, tussen enthousiast en bang, maar minder beklemmend. En Wilders is uitgewerkt; je wordt er niet meer zo boos van. In de film Alleen maar nette mensen hebben bewoners van Oud-Zuid – de ‘nette mensen’ – het voortdurend over Wilders, wat ik heel treffend vond. Het was een collectieve obsessie. Daar zijn we nu van bevrijd. Bij links heeft het geleid tot een zekere gulheid: laat hem maar. En dat werd tijd.”

De verkiezingen van 12 september lijken intussen ver weg. “Door de uitslag en de formatie is het politieke theater daarvoor eigenlijk irrelevant geworden. De taal is anders, de spelers zijn anders, alles is anders. De verkiezingsstrijd was heel ideologisch, en dat is weg. Het voelt als een heel andere tijd. Het gaat nu vooral over de crisis, over de banken, over de economie, veel meer dan een jaar geleden. Door dat snelle schakelen is het vertrouwen in de politiek overigens niet echt gegroeid.”

De twee winnaars, groot geworden als elkaars ideologische tegenpolen, hebben intussen samen een kabinet gevormd. Wat is nu de ideologie van Rutte II?

“De VVD denkt dat ze niet aan ideologie doet, want het marktdenken, huishoudboekjes op orde brengen, eigen verantwoordelijkheid, het is een vanzelfsprekende ondergrond van het denken geworden. Het zijn onbewijsbare aannames, maar iedereen gelooft het. De VVD is zo groot geworden omdat meer en meer mensen denken dat ze een bedrijfje zijn. Dat iedereen primair op zijn eigen belang moet letten. Dat je, als iedereen voor zichzelf zorgt, vanzelf een samenleving krijgt waarin we allemaal optimaal functioneren. Dat is geen ideologie, hoor, dat is een waarheid als een spreadsheet van Stef Blok. Nee, eerlijk delen, dát is pas ideologie. Duurzaamheid ook. De rest is het huishoudboekje. Maar volgens mij is dat nu juist het meest gevaarlijke en meest ideologische deel van het kabinetsprogramma. De VVD-achterban denkt intussen: wij hebben gewoon gelijk, onze man heeft gewonnen en nu worden we opgescheept met allerlei sociaal-democratische rimram.”

Zijn we in Nederland over de ergste euroscepsis heen?

“Ik denk dat het nog wel even duurt. Zoals Europa nu wordt gepresenteerd moet je wel ontzettend je best doen om erin te geloven. Er moet aan Europa een ideologie worden gekoppeld. Dat is een beetje een ouderwets woord, maar het is wel wat nodig is. Iets duidelijk normatiefs: Europa is goed, daarom en daarom.

“Dat we er geld mee verdienen, dat argument is een beetje uitgewerkt. Het is niet alleen mager, het is ook heel moeilijk te geloven. Europa kost geld en pas op termijn gaan we er iets aan verdienen. Je moet dus iets anders bedenken. Europa biedt bescherming tegen de banken, biedt zekerheid, orde. Het is iets wat je kunt vertrouwen en dat zo groot en sterk is dat we er onder kunnen schuilen. ”

    • Dirk Vlasblom