Het seksleven van de bariton

Hein Meijers en Simon Rozendaal, De Encyclopedie van Nutteloze FeitenAtlas Contact, €20, 441 blz.

Napoleon was niet klein. De ‘kleine Napoleon’ kwam in de wereld als oorlogspropaganda van de Engelsen. En doordat er veel verwarring was tussen de Engelse en Franse lengtematen.

Is dit feit belangrijk?

Ja. Omdat het zichtbaar maakt dat ons doorgaans maar wat op de mouw wordt gespeld. Zo nutteloos zijn nutteloze feiten niet. Ook de auteurs van De Encyclopedie van Nutteloze Feiten, Elsevierjournalist Simon Rozendaal en Hein Meijers (de man achter de Nationale Wetenschapsquiz die zijn afscheidsrede als NWO-voorlichter aan Napoleon’s lengte wijdde), melden in hun voorwoord dat ze best een betoog kunnen houden over het nut van nutteloosheid. “Maar dat doen we niet.”

Door ‘nutteloze’ feiten kun je ook anders naar de wereld gaan kijken. Ons lichaam bevat bijvoorbeeld genoeg koolstof voor 900 potloden. En een hamburger is per gram duurder dan een auto.

Meijers en Rozendaal stelden een heerlijk boek samen, met een eindeloze opsomming van duizenden korte feitjes, min of meer alfabetisch gerangschikt. Wie wist dat ooit beluga’s (witte dolfijnen) in de Rijn zwommen? Dat maanlicht een witte regenboog kan veroorzaken? Dat Hitler in 1938 door Time Magazine tot Man of the Year werd uitgeroepen? Dat een bariton per week twee keer zo vaak klaar komt als een tenor?

Nee, het is geen boek om in één keer uit te lezen. Maar wist je dat een mens met zijn tong nooit zijn elleboog kan raken? Dat oudere mensen moeite krijgen om de kleur blauw waar te nemen? En dat er ooit een kip twee jaar zonder kop heeft geleefd?

Stop. Bij dit kippefeitje schiet de kortademige opzet van de encyclopedie tekort. Want daar wil je beter weten hoe het zit. Zo’n los zinnetje is slechts een dwaalfeit. Net als het feitje dat een paard ‘om fysiologische redenen’ niet in een boom kan klimmen. Hè? Is-ie te zwaar? Zijn het de hoeven? Dit is te vaag.

En neem het feitje dat geisha’s tot 1751 allemaal mannen waren. Huh?

Dit type feiten is ècht nutteloos, omdat ze te weinig informatie bevatten. Zoals ook het feit dat in 2008 twee Nederlanders in een Peruaanse woestijn ‘een enorme potvis vingen’. Ja hallo, die lui vonden een fossiele potvis. Bij de geisha’s is het een woordgrapje: de term geisha was aanvankelijk even gereserveerd voor mannelijke grappenmakers, maar hij werd al snel gebruikt voor de erotische gezelschapsdames die daarvoor al eeuwen lang bekend waren onder andere namen.

Maar die kip, die bestond echt! Mike the Headless Chicken dankte zijn leven aan het feit dat na een mislukte slacht zijn hersenstam op zijn lichaam was achtergebleven. Zijn baas voerde hem met een pipetje.

Erger is dat sommige feitjes twéé keer in het boek staan, zoals dat rubberbanden en -zolen geen bescherming tegen blikseminslag bieden. En één keer wordt gemeld dat het Hawaïaanse alfabet 12 letters telt en één keer dat het er 13 zijn (het zijn 12 letters en één accent).

En echt pijnlijk zijn de sullige fouten. Daar gáán we weer met die eindeloos herhaalde urban legends. Waarom zou de rest dan wel kloppen? Want er zit geen walvissperma in de versnellingsbak van Rolls Royces (p.333), er zat vroeger wel potvisolie (sperm oil) in. De poolster is niet de helderste ster aan de hemel (p.314), dat is Sirius. Dzjengiz Khan kan na de slag bij Leibnitz in 1241 nooit de oren en neuzen van zijn tegenstanders hebben afgesneden (p.116) want bij die slag bij Liegnitz was Dzjengiz al veertien jaar dood. Anna Boleyn, de tweede vrouw van Hendrik VIII, had niet zes vingers per hand en drie borsten (p.62), dat verhaal was katholieke zwartmakerij uit de tijd van haar dochter, koningin Elizabeth I. Taki is niet een simpele taal met maar 340 woorden (p. 164), de taal Taki Taki, ook wel Sranan Tongo genoemd, heeft een normale woordenschat. En dat Nederland de ruime Marshall-hulp te danken heeft aan de zuinige ontvangst van Marshall door Drees (p.251) is een al vaak ontkracht verhaaltje dat Joseph Luns ooit in de wereld bracht.

Maar dat je in de eerste zeppelin alleen mocht roken met een natte dweil in je rug, dat zal toch wel waar zijn?

    • Hendrik Spiering