Gezond optimisme

Als het gaat om onderwerpen als economie, werkgelegenheid en carrière, pleit ik graag voor gezond optimisme. Met de nadruk op ‘gezond’, want overoptimisme zou best eens een belangrijke oorzaak kunnen zijn van de crisis waarin we al enkele jaren verkeren.

In 2006 publiceerden drie bedrijfskundigen, Ben-David, Graham en Harvey, een opmerkelijk artikel over de manier waarop financiële beslissers naar de toekomst kijken. Het drietal onderzocht de voorspellingen van enkele duizenden financiële topmannen, die van 2001 tot en met 2005 waren verzameld via een driemaandelijkse enquête van de Duke University. De belangrijkste bevinding was dat die financiële topmannen stelselmatig overoptimistisch zijn als het gaat om de ontwikkeling van de economie. Zowel op de korte termijn (het komende jaar) als op de lange termijn (de komende tien jaar).

Nu is een beetje optimisme nooit weg. Maar wanneer financiële beslissers stelselmatig de toekomst te rooskleurig inschatten, brengt dat risico’s met zich mee. Helemaal als je bedenkt dat deze zogenoemde optimism bias zich niet beperkt tot financiële managers, maar volgens de gezaghebbende psycholoog Daniel Kahneman wordt aangetroffen bij de meerderheid van de beslissers in politiek en bedrijfsleven.

Wanneer ik lees dat de resultaten van een vastgoedportefeuille teleurstellen, of dat het tegenzit met de aflossing van torenhoge hypotheken, of dat het überhaupt tegenvalt met de economie, denk ik aan dit onderzoek. Dat ‘tegenvallen’ heeft misschien wel meer te maken met al die ongezond optimistische prognoses vooraf, dan met de economische ontwikkelingen zelf.

Maar goed. Eigenlijk willen we ook geen pessimisten aan het roer van onze bedrijven en instellingen. We kiezen liever mensen die geloven in de toekomst en de schouders eronder zetten. ‘Tegenvallers’ vormen de prijs die we hiervoor betalen. De kunst is om daar op een gezonde manier mee om te gaan.

Daarvoor is een ander soort optimisme nodig. Een variant die ervoor zorgt dat je als individuele professional, zelfstandige of ondernemer toch doorzet, ook al frustreert de economische realiteit waarbinnen je moet werken regelmatig. Deze specifieke vorm van optimisme wordt door psychologen meestal omschreven als een positieve explanatory style. Een denkstijl die helpt om teleurstellingen in ons leven op een veerkrachtige manier te duiden en tegemoet te treden.

Optimisten zijn in deze benadering mensen die tegenvallers als tijdelijk beschouwen. Ze geloven ook dat vervelende gebeurtenissen bij bepaalde omstandigheden horen. En ze denken dat deze kunnen worden overwonnen met behulp van hun eigen inzet en vaardigheden. Psychologen noemen dat de drie p’s, van permanence, pervasiveness en personalization.

Pessimisten geloven juist dat tegenvallers zich voortdurend voordoen in hun leven en alles wat ze doen ondermijnen. Bovendien zien ze zichzelf als oorzaak van de problemen en zien ze weinig kans er iets aan te veranderen.

Het goede nieuws? Het blijkt mogelijk om jezelf te trainen in een gezond optimistische denkstijl. Als we geneigd zijn tot té pessimistische gedachten – bijvoorbeeld over onze kansen op de arbeidsmarkt – kunnen we onszelf kritisch ondervragen. Is er echt alleen maar slecht nieuws te melden? Ben ik echt zo vaak de dupe? Kan ik zelf echt niets ondernemen? Met wat eenvoudige hersengymnastiek navigeren we beter door onzekere tijden.

Toegegeven, een andere kijk op de realiteit verandert deze niet, maar heeft wel invloed op je eigen gedrag. En via deze omweg verander je vervolgens toch de wereld een klein beetje. Net dat beetje dat voor jou relevant is. Niet onbelangrijk in een economie waarin tegenvallers een terugkerend verschijnsel zijn.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft elke week over management en leiderschap.

    • Ben Tiggelaar