Een kleine bom in mijn huis

Op een druilerige ochtend, daags na Kerst, surfde ik vanuit een Amsterdams logeerbed naar de Israëlische nieuwssites (een correspondent heeft nooit volkomen vakantie). Daar las ik: explosie gehoord in de Y.L.Peretz-straat in het zuiden van Tel Aviv. Daar woon ik.

Instinctief wist ik: dit gaat om mijn huis. Quasi nonchalant opperde ik dat mijn vriend even naar de buurvrouw van de tweede verdieping zou bellen, om te vragen hoe het ging met onze poes, die zij tijdens onze afwezigheid verzorgde.

Onder de douche kreeg ik al spijt van deze paranoïde ingeving. Er was het afgelopen jaar tweemaal bij ons ingebroken, dus wij hadden onze portie pech al gehad. Bovendien wonen we in Israël in een vrij lange straat, met honderden, zo niet duizenden anderen. Gevluchte Eritreërs en Soedanezen. Junks en criminelen. Bijstandsgezinnen. Er zijn illegale cafés, louche belhuizen, afwerkplekken. Dikke kans dat in een ander pand een gasfles was ontploft.

Tot ik mijn vriend vanuit de logeerkamer hoorde schreeuwen. „Niet waar! Echt? Bij ons?” De buurvrouw vertelde hem dat ze na de explosie onmiddellijk was geëvacueerd. Dat tientallen gewapende militairen ons gebouw waren binnengeweest. De hele straat was afgezet. Urenlang.

Het bleek echter geen Palestijnse aanslag (zoals afgelopen november op een stadsbus in Tel Aviv), meldde de buurvrouw. Het was gewoon een explosieve boodschap voor mijn onderbuurman, die vermoedelijk dealt. De politie had enkele maanden eerder al met drugshonden bij hem ingebroken.

Nu was er een bom ontploft voor zijn deur, op de derde verdieping, in de gang recht onder ons appartement. Maar we moesten ons absoluut geen zorgen maken, zei de buurvrouw aan de telefoon: niks aan de hand, de schade was beperkt. De poes had ze trillend teruggevonden, tussen twee matrassen, maar die deed het nog. „Het was maar een kleine bom.”

En toen had ik voor het eerst in mijn leven heimwee. Naar een land waar je mond telkens openvalt van verbazing, waar altijd wat gebeurt. Waar het leger steevast paraat staat, iederéén onophoudelijk op zijn hoede is. Waar de lontjes kort zijn, de mensen om niets in woede kunnen ontsteken. Maar waar men ook huiveringwekkend bedreven kan relativeren. Het was maar een kleine bom.

    • Leonie van Nierop