De stad die de misdaad om zeep helpt

New York beleefde onlangs zijn eerste dag zonder moord. En dat is níét de verdienste van de zero tolerance-aanpak van de vorige burgemeester. Het geheim van de groeiende veiligheid in de ‘crime capital’ van de Verenigde Staten.

In het appartementencomplex van Jerry Arzuaga, in Harlem, werd vorige maand voor het eerst Halloween gevierd. De kinderen kwamen uit de hele buurt, verkleed als spook of heks. Arzuaga is er nog steeds vol van. Halloween! In Harlem! Kinderen die in het donker over straat durven, en bij hem durven aanbellen!

Die euforie heeft een geschiedenis, zegt Jerry Arzuaga, terwijl hij met zijn gouden ringen speelt. Hij heeft 22 van zijn 53 levensjaren in de gevangenis doorgebracht. Arzuaga groeide op in The Bronx, ten noorden van Harlem. Hij woonde dicht bij het stadion van de New York Yankees, de honkbalclub waarvan hij nog altijd een petje draagt. „Ik had geen vader, alleen een moeder”, zegt hij. „Ik was als jochie de hele dag buiten. Breakdancen. Ik heb het begin van de jaren tachtig ongeveer uitgevonden, in The Bronx. En hiphop. De hele dag muziek maken, dansen. Het was een mooie tijd.”

De vroege jaren tachtig brachten niet alleen de breakdance en hiphop, maar ook de crack naar de straten van New York. De zeer verslavende drug was veel goedkoper dan cocaïne, en veel makkelijker om te maken. „Coke voor arme mensen”, noemt Arzuaga het. De dealers stonden op iedere straathoek. Arzuaga was een van hen. Hij overviel winkels en werd een van de zwaarste jongens in zijn wijk. Vier keer werd hij veroordeeld. Kwam hij vrij, dan stond hij een dag later weer te dealen. „Probeer maar eens een baan te vinden met zo’n strafblad.”

Toen hij vier jaar geleden weer vrijkwam, liep hij zijn oude buurtgenoot Stanley Richards tegen het lijf. Richards werkt voor The Fortune Society, een organisatie die gedetineerden helpt bij hun reclassering. Hij had een huis voor Arzuaga en zijn nieuwe vriendin in het nieuwste project van The Fortune Society, een appartementencomplex voor ex-criminelen in het westen van Harlem: Castle Gardens. Dit complex ziet er van buiten inderdaad uit als een kasteel: hoge muren van baksteen, kleine ramen. Er wonen 114 vrijgekomen moordenaars, dieven, overvallers en drugsdealers, met hun gezinnen.

Richards biedt hun cursussen aan, zoals boekhouden, en geeft psychologische bijstand. „Mensen worden niet als crimineel geboren”, zegt Richards, een stevig gebouwde man, terwijl hij door de gangen van Castle Gardens wandelt. Iedere voorbijganger kent hij en krijgt een omhelzing. „Crimineel word je door gebrek aan perspectief. Dat kunnen we de jongens hier bieden. Dit draagt bij aan de toenemende veiligheid in Harlem.”

Met subsidie van de gemeente kan Arzuaga met zijn vrouw en twee kinderen (zestien en twee jaar) in een appartement met twee slaapkamers wonen voor maar een paar honderd dollar per maand. Hij werkt af en toe weer als koerier, en voedt zijn kinderen op. „Ik heb twee oudere dochters, van 29 en 28, die ik niet meer zie. Ik zag mijn vader ook nooit, en zijn afwezigheid heeft me de straat op geholpen. Die fout wil ik niet nog een keer maken.”

Harlem gold altijd als de onguurste wijk van New York. Het begon in de jaren dertig met illegale wedkantoren. De straten in het noorden van Manhattan kwamen in de jaren tachtig, toen de wijk vrijwel volledig door Afro-Amerikanen werd bewoond, in handen van drugsbendes, die voortdurend grensconflicten uitvochten. John Stead (28), geboren en getogen in Harlem, kan de plekken zo aanwijzen. „Daar, bij de slijterij op de hoek, werd een dealer vermoord”, zegt hij, struinend door zijn buurt. „En daar, een straat verderop, lag op een ochtend een dode vrouw.”

Stead handelt in toegangskaartjes voor de New York Knicks – niet legaal en niet illegaal, zegt hij. Harlem, zegt hij tussen voortdurende telefoongesprekjes door, is een wijk van handelaren. „We doen alles om rijk te worden. We zijn geen echte schurken, zoals in de andere wijken. Brooklyn Crooklyn, zeggen we hier. Je moet mensen ontmoedigen om crimineel te worden, en dat is in Harlem gelukt. De dealers zijn allemaal weg. Zo ontspannen als ik nu over straat loop, heb ik dat mijn hele jeugd niet gedaan.”

Het dertigste politiedistrict, waar Castle Gardens onder valt, is in twintig jaar tijd aanmerkelijk veiliger geworden. In 1990, meldt de politie van New York, werden in het 23 straten lange en zeven straten brede gebied 55 mensen vermoord. Er werden 44 verkrachtingen gemeld en 892 mensen werden beroofd. Vorig jaar werden er door de politie twee moorden geregistreerd, 21 verkrachtingen en 246 berovingen. De misdaad is hier volgens de politie sinds 1990 met 77 procent afgenomen. Dit jaar is in district 30 nog niemand vermoord.

Deze cijfers zijn tekenend voor de hele stad. Nooit eerder werden er zo weinig moorden en verkrachtingen gepleegd en konden mensen zo veilig over straat lopen. ‘Crime capital’ New York is inmiddels een van de veiligste miljoenensteden van de Verenigde Staten. Drie weken geleden, op maandag 26 november, beleefde New York een unieke, bijna misdaadloze dag: de politie kreeg niet één melding van moord, schiet- of steekpartij. „De criminaliteit in steden als Detroit, Los Angeles en Philadelphia daalde sinds 1990 met 20 tot 40 procent. In New York was dat 80 procent”, zegt hoogleraar criminologie Franklin Zimring, van de Universiteit van Californië, Berkeley. „New York is ongeveer net zo veilig als in de jaren vijftig. Alleen: nu wonen er veel meer mensen.”

Zimring onderzocht de daling van criminaliteit in New York en schreef het boek The city that became safe. In 257 pagina’s legt hij uit dat er eigenlijk niets uit te leggen valt. „Criminologen zoeken altijd naar duidelijke oorzaken. Maar in New York voldoen de meeste verklaringen over de afnemende criminaliteit niet. Zijn die criminelen opeens weg? Nee, natuurlijk niet. Die zitten gewoon thuis. Ze zijn misschien niet opeens lid van het kerkkoor, maar veruit de meesten zijn gewoon gestopt met roven of moorden.”

De hoogleraar heeft een verklaring voor het afnemende geweld. Maar eerst wil hij de mythes, de „urban legends”, over de misdaad in New York ontzenuwen. De belangrijkste mythe, zegt hij, is dat New York een stad van zero tolerance is geworden. Dat was de belofte van Rudy Giuliani, die tussen 1994 en 2002 burgemeester was van de stad. Giuliani verklaarde de oorlog aan drugs, en zei dat de politie voortaan ook kleine vergrijpen, zoals door rood licht rijden, streng zou straffen. Op die manier zou de politie weer de baas op straat worden.

Zimring: „Dat was grotendeels pr-praat. Sinds 1994 zijn alle steden in de Verenigde Staten streng gaan straffen, maar New York werd juist milder.” Landelijk nam het aantal gedetineerden toe met 65 procent, terwijl het in New York in diezelfde tijd met 28 procent daalde.

De andere mythe die New York achtervolgt, is dat de stad minder arm en etnisch gesegregeerd is geworden. Zwarte wijken als Harlem en latino-wijken als The Bronx zijn gemengder geworden. Rijkere blanke yuppen lopen nu door de straten van Harlem, aangetrokken door de goedkopere woningen in dat deel van Manhattan. Zimring: „Sociaal-economisch doen de wijken met de grootste criminaliteit het niet veel beter dan twintig jaar geleden. Nog altijd is de werkloosheid hoog, zijn de scholen slecht en is er weinig uitzicht op een beter leven. De aanname dat misdaad veroorzaakt wordt door sociale factoren, gaat evenmin op in New York.” Al met al, zegt Zimring, hebben we criminaliteit al die jaren verkeerd begrepen.

Dit is er volgens Zimring wél aan de hand: misdadigers zijn meestal gelegenheidsdaders. De meeste moorden in Harlem werden gepleegd door uit de hand gelopen ruzies over crack. De meeste overvallers besluiten tot hun daad in een impuls. Verkrachters: idem. Om misdaad te bestrijden, zegt hij, moet je dus voorkomen dat mensen de kans krijgen. „Als iemand ervan weerhouden wordt om te moorden, is de kans niet groot dat hij het een dag later alsnog probeert.”

De politie in New York heeft dat volgens Zimring goed begrepen. Terwijl Giuliani de wereldpers haalde met zijn zero tolerance-beleid, voerde zijn politie een heel ander beleid. Op de kaart van New York werden stippen gezet waar moorden, overvallen en verkrachtingen het meest voorkwamen. Op die plekken, meestal straathoeken met een slijterij, werden agenten neergezet. Ook werd het bijna onmogelijk gemaakt om in de metro, waar veel reizigers werden overvallen, zwart te rijden. Deze twee „belachelijk goedkope” maatregelen voorkwamen volgens Zimring dat criminelen in de verleiding kwamen een misdrijf te plegen. „De kritiek binnen de politie was altijd: ach, dan doen die mensen het morgen alsnog. Maar dat klopt niet.”

De oorlog tegen drugs slaagde gedeeltelijk. Crack verdween uit de straten, maar de handel in harddrugs is nog altijd groot. Het belangrijkste verschil is volgens Zimring dat de bendes nu onzichtbaarder handelen, meestal gewoon thuis. Drugsconflicten op straat, waarbij veel doden vielen, komen daardoor veel minder voor. „De oorlog tegen drugs heeft New York niet gewonnen. De oorlog tegen criminaliteit wel. Dat is uiteindelijk wat telt.”

Tegelijkertijd werd, tegen de landelijke trend in, meer geld vrijgemaakt voor reclassering. Dalende recidivecijfers in de stad laten zien dat ook die aanpak werkt.

Stanley Richards van The Fortune Society begeleidt al jaren voormalige gevangenen in New York. „Er keren er dit jaar 23.000 terug in de stad. Ze hebben begeleiding nodig, want meestal hebben ze geen huis of baan om naar terug te keren.”

Waar nu het complex Castle Gardens staat, was het tien jaar geleden nog verlaten en stil. Nu is het er druk. Kinderen spelen op straat, de supermarkten en eettentjes om de hoek, op Broadway, zijn allemaal open. Een eenzame politieagent waakt op de hoek van de straat. Buurtbewoner John Stead vertelt dat de meeste huizen dichtgespijkerd waren, dat de straten onverlicht waren en dat niemand zich in het donker buiten waagde. Veel bewoners hadden er volgens hem bezwaar tegen dat uitgerekend in deze buurt vier jaar geleden woningen voor ex-gedetineerden werden gebouwd. Stanley Richards bevestigt dat: „Mensen zeiden: ‘We hebben het al zo zwaar, en dan stoppen jullie ook nog eens meer dan honderd moordenaars en dealers in onze wijk.’ De bewoners hebben, om hun goede wil te tonen, meegeholpen aan het ophangen van straatverlichting. Toen bleek dat ze niemand tot last waren, is de rust weergekeerd.”

Richards zegt dat de New Yorkse aanpak een voorbeeld kan zijn voor andere miljoenensteden. „Meer politie op straat en goede begeleiding van vrijgekomen gevangenen is niet duur. Een extra gevangenis bouwen is veel duurder dan een paar agenten op straat neerzetten. De harde aanpak, die politici hun kiezers altijd beloven, werkt niet. New York is daar het bewijs van. You can’t lock your way out of crime.”

    • Guus Valk