De plaats bepaalt de genactiviteit

Röntgenopname van een delende gistcel. Foto UCSF

Moleculair biologen wisten al langer dat exact hetzelfde gen op de ene plaats in het chromosoom een andere hoeveelheid eiwit produceert dan op een andere plek. Nu hebben onderzoekers onder leiding van Trey Ideker van de University of California in San Diego dat effect weten te kwantificeren in een gistcel (Cell Reports, 4 januari, online). De plaats van het gen kan een verschil van wel 35 procent geven in de eiwitopbrengst.

De Amerikanen vervingen systematisch een bestaand gen in gist door steeds hetzelfde reportergen, waarbij ze ervoor zorgden dat het DNA alleen op die plaats veranderde. Ze deden dat voor negentig verschillende genposities in het enkele cirkelvormige chromosoom van gist.

Het onderzoek laat volgens Ideker zien dat een enkele universele ‘histoncode’ niet bestaat. Die histoncode, ook wel epigenetische programmering genoemd, bestaat uit eiwitten die zich aan het DNA hechten en zo de activiteit ervan reguleren. Maar nu blijken specifieke interacties van het gen met zijn omgeving ook zeer bepalend voor de activiteit ervan.

Het team van Ideker denkt nu ook te weten waarom het andere onderzoekers eerder niet lukte bepaalde genen van gist stil te leggen. Naburige histoneiwitten blokkeren dat.

    • Sander Voormolen