‘De kinderen kunnen soms best wat later naar bed’

Maaike Garssen en Bart van Loon zijn vijftien jaar samen. Ze hebben zes kinderen, een zevende is op komst. Ze werken fulltime. „De taakverdeling moet duidelijk zijn.”

Bart van Loon: „De puzzel is wel een heikel punt. Wat als er een kind ziek is, of als ik voor mijn werk een nacht weg moet? We willen ook een sociaal leven.” Foto David Galjaard

‘Zeven. Hebben we niet gepland’

Maaike: „Twee keer per week haal ik de kinderen zelf van school. Dat is het voordeel van de baas zijn. Bart en ik hebben een online agenda. Als het mij niet lukt de kinderen op te halen, vul ik in dat hij dat moet doen. Als hij niet kan, bespreken we wie de probleemeigenaar is. We zijn allebei flexibel en dat verwachten we ook van de mensen met wie we werken: de oppas overdag, de meisjes uit de buurt die ’s avonds komen, de opa’s en oma’s.

„Die zeven kinderen hebben we niet gepland. Maar het gaat goed. Het ging met vijf, het ging met zes, en het zal ook met zeven gaan.”

Bart: „Wij hebben een gezin waarin echt iets gebeurt. Ik hou van het groepsgebeuren, het wij-gevoel.”

Maaike: „Vroeger vond ik het een rotactie als Bart vier dagen ging wandelen met vrienden. Maar nu draai ik mijn hand er niet meer voor om als ik een week alleen ben met de kinderen. Ik ken de routine, en heb leren relativeren. Kinderen kunnen soms best later naar bed.”

‘Soms werk ik de hele nacht door’

Bart: „Ik vind het prettig mijn werk overal doorheen te laten lopen. Ik kan goed schakelen. Soms werk ik een nacht door. Maaike vindt dat een inbreuk op de thuissituatie. Zij houdt werk en privé gescheiden.”

Maaike: „Ik vind dat Bart soms te hard werkt, dat komt omdat we verschillend in ons werk staan. Ik laat dingen moeilijker los. Dacht soms: doe ik er goed aan dat ik zo veel werk? Moet ik niet fulltime bij de kinderen zijn? Die momenten had ik vooral als ik niet blij was op mijn werk. Dan woog alles wat ik níét had heel zwaar en raakte de balans zoek. Maar toen kwam deze baan voorbij; die wilde ik niet laten lopen.”

Bart: „Als Maaike kortaf reageert, en ik zeg daar wat van, trekt ze zich terug om zich te herpakken.”

Maaike: „Het systeem knapt als er geen balans is.”

Bart: „De puzzel is wel een heikel punt. Wat als er een kind ziek is, of als ik voor mijn werk een nacht weg moet, of als de school dingen van ons vraagt? We willen ook sporten, en een sociaal leven. Sommige dingen doen we daarom niet meer. Zoals voor de televisie hangen.”

‘Eerst tijger ik door de gang’

Maaike: „Ik vind de overgangsmomenten, bijvoorbeeld als ik de oppas aflos, het drukst. De kinderen verwachten aandacht terwijl ik nog moet omschakelen na mijn werk. Soms is het rond etenstijd ook hectisch, als de een terugkomt van tennis en de ander naar toneel moet.”

Bart: „Als ik thuiskom uit mijn werk, tijger ik stiekem over de gang zodat de kinderen me niet in de gaten krijgen. Dan kan ik rustig mijn pak uittrekken en mijn hoofd omzetten. Je kunt hier niet half binnenkomen, er zijn heel veel prikkels, er wordt heel veel aandacht gevraagd.”

‘Bizar hoeveel er doorheen gaat’

Bart: „We mogen absoluut niet klagen, maar financieel is het weleens lastig, zo veel kinderen. Het is bizar hoeveel voedsel er in een week doorheen gaat. Vijftien kilo fruit, vijftien broden, acht tweeliterpakken melk. En nu zijn de kinderen nog klein.”

Maaike: „Alles moet keer zes: sportkleren, schoolbijdragen, cadeautjes. Een nieuwe auto betekent een nieuwe negenpersoonsbus. Een vakantiehuisje moet een groot huis zijn.”

‘De oppas doet gelukkig de was’

Maaike: „Als je zes kinderen hebt, moet je het niet steeds over de taakverdeling hebben. Die moet gewoon duidelijk zijn. Ik kook en doe de boodschappen. Bart doet de administratie, het vuilnis.”

Bart: „Maaike doet meer in het huishouden dan ik. Zij is iets meer thuis, en heeft bovendien een sterke drive om dingen te organiseren.”

Maaike: „De oppas doet gelukkig de was – dat zijn bij ons enorme hoeveelheden – en eens per week hebben we huishoudelijke hulp. De kinderen helpen met opruimen, stofzuigen en de vaatwasser inruimen.”

‘Minstens één keer uit eten’

Maaike: „Als we alleen maar aan het regelen zijn, gaat het schuren tussen Bart en mij. Daarom cijferen we onszelf niet weg. We gaan vaak met z’n tweeën op pad.”

Bart: „We wéten dat we veel hooi op onze vork nemen, en dat we dus moeten opletten. We zorgen daarom goed voor onszelf. We gaan minstens eens per week samen uit eten. We spreken ook veel sociaal af, en we doen allebei bestuurswerk.”

Vanaf deze week de rubriek Spitsuur; over hoe gezinnen, stellen en singles werk en privéleven combineren.

    • Anne Dohmen