De gevreesde ziekte

schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: medische sites.

Na de ochtendkoffie was ik naar de wc geweest en daar, op het porselein, zag ik het noodlot liggen. Snel tikte ik op Google de woorden ‘bloed’ en ‘ontlasting’ in. Als ik het niet dacht. Met een beetje mazzel leed ik aan de ziekte van Crohn, maar waarschijnlijk was het gewoon darmkanker. Gelukkig was ik dit weekeinde alleen en had ik lekker veel tijd om na te denken. En om te googelen.

Op patiëntenfora las ik verhalen van jonge moeders die een dappere strijd voerden. Ik dacht aan mijn lievelingstante. Die had jaren rondgelopen met buikpijn. Een spastische darm, had de dokter gezegd, lucht in de darmen, stress. Toen ze haar buik eindelijk opensneden, maakten ze hem meteen weer dicht. Niets meer aan te doen.

Dan was ik er gelukkig nog op tijd bij. Ik had pas een week een vaag buikgriepje. Hoe eerder het wordt ontdekt, las ik op internet, hoe groter de overlevingskans. Maandag had ik nog een belangrijke vergadering, dinsdag zou ik meteen naar de dokter gaan.

Wel toevallig, een paar dagen ervoor had ik mijn liefste vriendin nog opgebeld met de vraag of ze met mij naar de notaris wil. Ik wil laten vastleggen dat zij, na mijn dood, de financiële voogd van mijn kinderen wordt. Al kan ook zij met haar wijsheid nu niet voorkomen dat mijn dochters het huis uit moeten.

Krijgt dat broekie van de bank toch nog gelijk. „Het is mijn zorgplicht u erop te wijzen dat u als alleenstaande moeder van twee kinderen een groot risico neemt”, had hij gezegd toen ik de hypotheek oversloot. Ik had hem en zijn levensverzekering hartelijk uitgelachen. Nu had ik spijt.

Ik vertel het de meisjes nog maar niet. Zij krijgen het de komende tijd nog zwaar genoeg. En voor mijn huidige verkering verzwijg ik het ook nog even. Hij zit voor een belangrijke klus in Zuid-Afrika. Dit kan hij er niet bij hebben. Zelf had hij ook een keer een weekend darmkanker. Het was aan het begin van onze relatie, tijdens een romantische hotelnacht. Nou, toen was de lol er wel af hoor.

Ik moet natuurlijk ook met de hoofdredactie gaan praten. Ik kan deze column best voortzetten, maar dan wil ik wel over mijn ziekte kunnen schrijven – ongeacht de afloop. Maar zit iemand daar op te wachten? Zo indringend onderkoeld als Martin Bril over zijn naderende einde schreef, kan ik het toch niet.

Die nacht slaap ik onrustig en droom verward. De volgende ochtend begin ik – in de hoop op ontlastende informatie – meteen met koffie en jus d’orange. Even later ligt de second opinion in de wc-pot: de situatie lijkt minder acuut dan gisteren, maar nog steeds vertoon ik de gevreesde symptomen. Al zit het gezwel goddank aan het begin van de dunne darm, op alle medische sites kun je lezen dat het bloed dan helder rood is. Behalve helder rood is het trouwens ook dun. Waterig. Het lijkt wel sap.

Wacht even – opeens schiet de maaltijd van eergisteren me te binnen. Bij de financiële voogd van mijn dochters heb ik een hele schaal bieten naar binnen geschoven. Ik slaak een vreugdekreet. Mijn tijd is nog niet gekomen! Bietenpoep is een volstrekt onschuldige aandoening.

Niet te vroeg juichen, zegt een medehypochonder. Heb ik Turks Fruit dan niet gezien? Daarin denkt Monique van de Ven na het eten van bietjes ook dat ze doodgaat. Later in de film overlijdt ze evenzogoed aan kanker. Toch maar even googelen op ‘bietjes’ en ‘hersentumor’.

    • Monique Snoeijen