De andere kant van het nieuwe India Waar dorpen verdwijnen, zijn meisjes vogelvrij

De verkrachting van- en moord op een jonge studente tonen de keerzijde van de modernisering van India. De woede die daarop volgde, toont dat er een nieuwe klasse opstaat die wil afrekenen met de oude elite.

Demonstratie in New Delhi voorafgaand aan de crematie van de verkrachte en vermoorde studente. Foto Reuters

Mahipalpur is een plek die je niet in veel reisgidsen over India zult tegenkomen. Ooit een dorp, nu een verzameling goedkope hotels, wegrestaurants en bushaltes rond een groot verkeersknooppunt aan de rand van Delhi.

De enorme, nieuwe, miljarden dollars kostende vertrekhal van de internationale luchthaven ligt er zo’n twee kilometer vandaan, achter bouwplaatsen, braakliggend terrein en vuilnishopen. Aan het oog onttrokken door een dichte wintermist, een mengeling van rook van houtvuurtjes en luchtvervuiling. Pilaren van een nieuwe metrolijn, die slechts een paar maanden heeft gefunctioneerd en nu alweer stil ligt, doemen uit de nevel op. Tienduizenden mensen komen iedere dag door Mahipalpur, maar weinigen stoppen er.

Het was hier, in het vuil naast een oprit van een verhoogde achtbaans snelweg, om tien voor half elf ’s avonds op 16 december, dat een bus een korte stop maakte om een half bewusteloze vrouw en haar vriend te dumpen – naakt en zwaar gewond. Omdat dit India is, verzamelde zich al snel een menigte. Voorbijrijdende auto’s minderden vaart. Pas na veertig minuten belde iemand de politie, die dekens haalde uit een nabijgelegen hotel om het stel te bedekken en hen naar een ziekenhuis bracht.

Als je op een van de nieuwe luchthavens aankomt die in heel India buiten de grote steden worden aangelegd, en naar de monumenten of de betere hotels doorreist, passeer je plekken als Mahipalpur. Dit zijn de grijze zones rondom de snel groeiende stedelijke centra van het land. Er gebeurt hier weinig dat de plaatselijke kranten haalt, laat staan de Westerse pers. Toch hebben de talloze Mahipalpurs in India de sleutel in handen tot de toekomst van het land.

In de drie weken sinds de groepsverkrachting van en moord op een tot nu toe naamloze 23-jarige vrouw, door zes mannen in een rijdende bus in Zuid-Delhi, is er in de Westerse media veel commentaar geleverd op de aard van het moderne India.

Velen lijken opeens te hebben ontdekt dat iets het verhaal van het ‘bloeiende India’ lijkt te weerspreken. Toen de Londense burgemeester Boris Johnson India vorig jaar bezocht, beschreef hij twee dingen die hij had gezien op zijn tocht van de luchthaven naar de binnenstad van Delhi, en die voor hem model stonden voor het land. Het ene was een Jaguar-sportwagen, het symbool van het economische succes. Het tweede was een olifant die het traditionele, exotische, onveranderlijke India symboliseerde. Op dit moment is het moeilijk voorstelbaar dat iemand zo uitgesproken ongevoelig is voor de complexe werkelijkheid van dit grote, gevarieerde land.

Drie jaar geleden bezocht ik het wanhopig arme district West-Midnapore, in de omvangrijke deelstaat West-Bengalen, dat werd geteisterd door geweld tussen maoïstische guerrilla’s, bendeleden van de communistische partij en diverse andere facties. Dit leek het oude India op zijn slechtst te zijn: een combinatie van hemeltergende armoede en wrede moorden. Maoïsten hadden er net een man geëxecuteerd die ervan werd beticht een spion voor de politie te zijn geweest. Dorpelingen klaagden over milities van de plaatselijke regering, die huizen platbrandden en vrouwen verkrachtten.

Hoewel deelstaatsverkiezingen de katalysator voor de golf van geweld in West-Midnapore waren, was het moorden al jaren eerder begonnen, toen een groot bouwproject in het gebied werd aangekondigd. Zo’n project hield de belofte in van werkgelegenheid, rijkdom en volop kansen voor corruptie en criminaliteit. De moorden waren dus geen symbool voor het oude India, maar juist een gevolg van de modernisering.

Een paar maanden later schreef ik over een pregnant geval van eerwraak, één van de honderden, zo niet duizenden die ieder jaar in India plaatsvinden. Jonge mannen uit de familie van een jonge vrouw hadden haar en haar veronderstelde geliefde vermoord met een illegaal pistool, voordat ze op de vlucht sloegen. Ze woonden niet in een afgelegen dorp, maar in het noordwesten van Delhi.

Zowel daders als slachtoffers bewogen zich op verschillende grensvlakken: die tussen Wazirpur, hun arbeidersbuurt, en Ashok Vihar, de aangrenzende, beter gesitueerde voorstad; die tussen de steeds kosmopolitischer wordende hoofdstad van India en het zeer conservatieve achterland; en die tussen de verpletterende armoede van hun ouders en hun eigen relatieve rijkdom.

In 2011 voerde een onderzoek naar een huurmoordenaar die beweerde dat hij ruim honderd mensen had vermoord mij naar een klein dorp, op een uur rijden van Delhi. Naar Ghaziabad, een ruw en gewelddadig stadje dat nu deel uitmaakt van de stedelijke agglomeratie van de Indiase hoofdstad, en naar Gurgaon, een ander satellietstadje op tien minuten van Mahipalpur. Jaggu Pehelwan was in het dorp opgegroeid en lid van een bende uit Ghaziabad, en vond het merendeel van zijn doelwitten en cliënten in Gurgaon, onder zakenmensen en criminelen bij callcenters, multinationals, vijfsterrenhotels en luxueuze winkelcentra.

Het waren de mogelijkheden, de rijkdom, de corruptie en de chaos van het nieuwe India die Pehlawan, die anders een onbetekenend boefje was gebleven in zijn dorp, hadden gemaakt tot wie hij was. Pehlewan kon bestaan in een wereld van Mahipalpurs, met goedkope hotels, goedkope restaurants en feestjes met plaatselijk geproduceerde sterkedrank en callgirls. Hij had vakantie gevierd in Goa en Kashmir, de twee klassieke vakantiebestemmingen van de Indiase middenklasse, en een grote terreinwagen gekocht, waarmee hij voor de lol op de nieuwe autowegen rond zijn oude dorp reed.

Een van die wegen leidt naar Noida en het nieuwe Formule 1-circuit. Vlak bij de half afgebouwde appartementencomplexen rond de racebaan liggen de dorpen van de boeren die ooit hun producten verbouwden op de grond die nu onder het asfalt ligt. Velen van hen hebben grote geldbedragen ontvangen als compensatie voor hun land, anderen niet. Dit heeft ook tot spanningen geleid.

Al deze plaatsen – Ghaziabad, Gurgaon, Noida, zelfs Mahipalpur – zullen de komende jaren verder groeien. Deze verstedelijking zal zich niet beperken tot Delhi en zijn directe omgeving, waar nu al zo’n 17 miljoen mensen leven. De meeste deskundigen zeggen dat verdere verstedelijking nodig is zodat de economie kan blijven groeien. De nieuwe middenklasse wil appartementen, parken, wegen en scholen.

Er is een enorme golf jongeren op komst. In 2001 woonden er in India zo’n 290 miljoen mensen in steden, een cijfer dat in 2008 was gestegen naar 340 miljoen en in 2030 een niveau van 590 miljoen mensen, ongeveer 40 procent van de bevolking, zal bereiken. In dat jaar, zo voorspellen consultants van McKinsey, zullen er 68 Indiase steden zijn met een bevolking van meer dan een miljoen mensen, 13 steden met meer dan 4 miljoen mensen en zes megasteden met meer dan 10 miljoen mensen. In Mumbai zullen ruim 30 miljoen mensen wonen, in Delhi 26 miljoen.

Tegen die tijd zullen de dominante kenmerken van het moderne India niet langer de landelijke dorpjes of de pittoreske forten en sari’s uit de toeristenfolders zijn, maar een nietszeggende, half voltooide, half stedelijke, half landelijke wereld.

De zes verdachten van de groepsverkrachting waren bewoners van deze ‘tussenwereld’. Ze groeiden allemaal op in arme, conservatieve landelijke gemeenschappen in een paar van de meest achtergebleven, gewelddadige delen van het land, en keerden regelmatig terug naar hun geboortedorpen. Ram Singh, de 35-jarige buschauffeur die de bendeleider zou zijn, en zijn jongere broer Mukesh, kwamen uit Karauli in Rajasthan. Het district mag dan een paar uur rijden van de Taj Mahal liggen, eerwraak, misdaad en geweld tussen de kasten – die taaie, duizenden jaren oude sociale hiërarchie – zijn hier nog niet verdwenen.

Een andere verdachte kwam uit het zuidelijke Bihar, een plek die minstens zo arm en wetteloos is. Een vierde verdachte kwam uit Basti, een stadje bij de grens met Nepal, in de deelstaat Uttar Pradesh, die er economisch nog slechter voorstaat dan veel delen van Afrika. Bihar en Uttar Pradesh zijn, naast het welvarender Haryana en Punjab, deelstaten waar het doden van vrouwelijke foetussen en meisjes de gewoonste zaak van de wereld is.

De verdachten woonden intussen allemaal in Delhi, in een semi-legale kolonie van ‘krakers’ in het zuiden van de stad. In de kolonie Ravi Dass komen kinderen die op plaatselijke scholen mode of medicijnen studeren thuis bij moeders die nog koken op houtovens in de buitenlucht. Het is een overgangszone, waar nauwelijks politie is, en waar – net als in een dorp – de bewoners zelf de orde handhaven.

„Wij zijn goede mensen”, zei een inwoner van de kolonie vorig weekend. Van ‘eve teasing’ – zoals seksuele intimidatie en aanranding in India eufemistisch worden genoemd – zou nauwelijks sprake zijn, omdat de vaders ervoor zorgen dat hun dochters niet worden lastiggevallen. Maar buiten de kolonie bestaan zulke belemmeringen niet. Buiten, op de straten en wegen van Delhi, zijn er geen buren en boze vaders, maar – net als in de meeste Indiase steden – alleen maar inefficiënte en dikwijls corrupte politiemannen.

Ook het slachtoffer woonde aan de rand van Delhi: in Dwarka, een buitenwijk van flats en bouwplaatsen, ten zuidwesten van de stad. Haar vader, uit een klein provinciestadje, werkt op het vliegveld van Delhi. Dat zijn dochter onlangs afstudeerde als fysiotherapeut, bracht het gezin weer een stap hoger op de maatschappelijke ladder.

Op de avond van de aanval keerden haar vriend en zij terug van een bezoek aan een bioscoop in Saket, een multiplextheater in een populair winkelcentrum. Op het moment dat zij in de bus stapten waarin hun aanvallers zaten, kwamen de goede en de slechte elementen van het veranderende India samen.

In het land beginnen de protesten alweer weg te sterven. De aanklacht tegen de zes verdachten – duizend pagina’s lang – is deze week aan de rechter voorgelegd. De openbare aanklager heeft gezegd de doodstraf te zullen eisen. Er zal waarschijnlijk nieuwe wetgeving worden ingediend. Er zullen snelrechtbanken worden opgezet en zwaardere straffen voor verkrachting worden ingevoerd. De kwestie zal niet worden vergeten, maar de verkrachtingen die de voorpagina’s van de plaatselijke kranten halen, zullen vrijwel ongemerkt weer naar minder prominente pagina’s verdwijnen.

De onderliggende vraag is welke kant het uiteindelijk opgaat met India. Blijft Mahipalpur een zone van chaos en wetteloosheid waar zwaargewonden worden gedumpt, of is het het begin van iets beters? Als er hoop is, is dat omdat er, buiten de omvang van het geweld tegen vrouwen in India en talloze andere sociale problemen, nu iets anders is komen bovendrijven: een grote kloof tussen velen in dit grote land en de mensen in de regering. We zijn in de afgelopen weken getuige geweest van de opkomst van een nieuwe politieke macht.

Tientallen jaren draaide de Indiase politiek vooral om eerbied, hiërarchische verhoudingen en archaïsche ideologieën. Het is waarschijnlijk dat oudere mannen, gekozen met behulp van honderdduizenden zorgvuldig georganiseerde stemmen in conservatieve landelijke gebieden, de komende tijd nog wel even aan de macht zullen blijven. Maar de grotendeels spontane protesten, en de media-aandacht die zij kregen, hebben iets nieuws geopenbaard: het bestaan van grote aantallen jonge, goed opgeleide, stedelijke kiezers die niet langer van plan zijn een grotendeels onbekwame politieke elite en bureaucratie te tolereren, die niet in staat is de meest fundamentele taken te vervullen.

Nu de steden zo hard groeien, moeten we hopen dat deze stemmen talrijker worden. Brinda Karat, een communistisch parlementslid, heeft vorige week gezegd dat er „een keerpunt is bereikt” nu jonge vrouwen de macht hebben „gevoeld en gezien” die zij kunnen uitoefenen als ze zich verenigen. Dit is misschien een voorbarige conclusie, maar de demonstranten die een paar dagen geleden nog door Delhi liepen, waren ervan overtuigd dat er inderdaad veranderingen zouden plaatsvinden.

Ayesha Bhatt, een 22-jarige studente die vanuit de vijf uur noordwaarts gelegen stad Moradabad naar Delhi was gereisd om een kaars te branden op de plek waar de slachtoffers van de verkrachting op de bus waren gestapt, zei dat het „onmogelijk was je voor te stellen dat het land nu weer achterover zal leunen en chalta hai (alles komt wel goed) zal zeggen”, zei ze. „Wij zijn geen chalta hai-generatie.”

Maar in Mahipalpur, in de winterse mist, kroop het toeterende verkeer langs het braakliggende land aan de rand van de weg waar het slachtoffer en haar vriend werden gedumpt. Forenzen stonden in de rij voor drukke personenbusjes. Een bedelaar klopte op het raampje van een stilstaande Mercedes. Een vliegtuig raasde door de lucht. Twee vrouwen maakten ruzie over een omgevallen mand met beurse en zwarte bananen. Een rij straatlantaarns flikkerde eventjes aan om dit sombere tafereel te belichten en gaf toen weer de geest.

Jason Burke is correspondent voor The Guardian in Zuid-Azië. Vertaling Menno Grootveld.

    • Jason Burke