Besturen in complexitijden

Zijn ze echt zo stom en koppig, die Amerikaanse Congresleden met hun hakken-over-de-sloot-deal? De minimale uitsteloplossing voor Amerika’s begrotingstekort zette de slepende redding van de euro en het Europese project bijna in een positief daglicht.

Nog mooier, het Britse en in de Verenigde Staten veel gelezen weekblad The Economist vergeleek de moeizame besluitvorming in beide grootblokken deze week met Nederland. Opgelet, zo kan het ook! „In Nederland spraken de kiezers hun voorkeur uit voor de liberalen of de sociaal-democraten, en kregen een middencoalitie dat een programma uitvoert dat kiezers van beide partijen haten.”

En nu komt het, volgens de lovende Economist: het Nederlandse kabinet „probeert zichzelf voortdurend te rechtvaardigen bij het electoraat met een taal van verantwoordelijkheid en noodzakelijk compromis”. Net als de Republikeinse ex-kandidaat-vice-president Paul Ryan, die vóór het aanvaarde compromis in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden stemde.

Klopt het plaatje? VS en EU als hopeloos verdeelde politieke systemen terwijl over het even verdeelde Nederland een geest van compromis vaardig werd waar de burgers tandenknarsend mee moeten leven? Ik denk dat het goed geschreven Britse blad zijn oor minder lang aan de grond heeft gehouden in deze contreien dan in Washington en Brussel. Het opvallende van Rutte II is juist dat men het woord ‘compromis’ vermijdt en de aloude voldongen feitenpolitiek tracht te voeren, sorry maar het kan niet anders, begrotingstekort, kosten rijzen de pan uit. Die leidt regelmatig tot technocratische maatregelen met een even grote hardhorendheid en slechtziendheid voor menselijke ervaringen en gedeelde gevoelens als in de door financiële logica gedomineerde discussies op Europees en Amerikaans niveau.

Daarbij mag best worden vastgesteld dat Europa er nog is. Niemand kijkt nog op van nachtelijke vergadersessies die weer een muizekeutel baren. Iets is daar kennelijk toch goed gegaan het afgelopen crisisjaar. Mét alle tenenkrommende treuzelarijen hebben Europese leiders in zulke situaties wel vaker gedaan wat mogelijk is, in de hoop dat het leidt tot wat nodig is.

Vóórdat het simpele misverstand weer opkomt dat ik tegen dit kabinet, de VVD of de PvdA ben, dat werd me ook verweten tijdens vorige kabinetten van andere samenstelling; ik ben tegen niemand, maar probeer te begrijpen hoe dit volk zichzelf bestuurt of laat besturen. Daarbij ben ik zo vrij onze democratische rechtsstaat als een gedeeld uitgangspunt te nemen, met een huiver voor grote waarheden en een zekere voorkeur voor medemenselijkheid. En voor het geval iemand denkt dat ik typische D66-standpunten naar voren breng: die partij staat op het ogenblik – ondanks haar pragmatische beginselen en ex-kroonjuwelen – een zuiveringsbeleid voor van christelijke elementen in het Nederlandse staatsbestel dat niet overeen komt met de democratische kernwaarde van het respecteren van minderheden. Want dat zijn kerken en religieus gemotiveerde partijen en omroepen geworden, anders dan toen het verbod op godslastering werd ingevoerd.

Veel kritiek dus op hoe politieke besluitvorming tot stand komt, en waar die toe leidt. Heeft u ook oplossingen, vragen lezers soms ontmoedigd. Ten eerste is dat niet de hoofdtaak van een columnist, die eerder ontwart en spelers hun eigen of algemeen geldende normen voorhoudt. Ten tweede zit in de kritiek bijna altijd een roep tot terugkeer naar kernvragen: wat is het probleem dat u wilde oplossen, wat is het sleutelprincipe dat u hanteert?

Daar aan voorbijgaan en snelle actie verlangen voor een rel in het nieuws dient in de prefrontale cortex van politici het doel van zichtbaar-zijn en de kans op herverkiezing bevorderen. Alle 435 leden van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden worden iedere twee jaar herkozen. Zij komen nooit uit hun campagnestand. Hun echte tegenstanders zijn radicale publiekslievelingen in eigen partij en district. Dankzij het opportunistisch hertekenen van districtslijnen maakt in maar een paar procent van de districten de ‘andere’ partij een kans.

In de Verenigde Staten leidt deze rot in het door geld overstroomde democratische systeem tot disfunctioneel bestuur. De Europese Unie is zo groot en divers, gebouwd op verdragen met meer hoop dan realisme in de aderen en steeds machtiger lobbycircuits, dat alles wat lukt een wonder is. Den Haag vertaalt de kiezersargwaan in Brusselse zuinigheid maar kan niet veel invloed uitoefenen. De dingen gebeuren.

Wat kan een serieus nationaal politicus dan nog doen? Hard werken, voelhorens uitsteken, zich laten voeden door burgers die weten wat er in hun dorp, werk, sfeer gebeurt. En daar steeds geactualiseerde principes uit destilleren. Begrijpen dat de complexiteit van de wereld sneller toeneemt dan ons gezamenlijke vermogen daar bestuurlijk gelijke tred mee te houden. Dus geen beloftes en pretenties uiten waarvan je kan weten dat die nergens toe leiden.

Soms moed verzamelen en doen wat nodig en goed is. Op een terrein dat enigszins overzichtelijk en beïnvloedbaar is. Een voorbeeld ligt vers in het gehoor. Na al het samen welbehagen in kerken en concertzalen ontaardt dit land eind december steevast in een uitbarsting van geïndividualiseerde vuurkracht. Voor een plukje asbest worden wijken ontruimd, maar rond Oud en Nieuw doen we collectief een oogje dicht voor jongens met nitraatbommen. Leuke traditie? Een barbaarse stadsguerrilla.

Marc Chavannes

U kunt de auteur e-mailen via opklaringen@nrc.nl

    • Marc Chavannes