Bedenker kijkt trots terug op jarige AEX-index

De AEX-index bestaat 30 jaar. Grondlegger Westerterp van Europa’s oudste beursgraadmeter is een trots man.

Het casino aan het Damrak, werd zijn European Options Exchange aanvankelijk denigrerend genoemd. Tjerk Westerterp werd in 1978 directeur van de nieuwe Amsterdamse optiebeurs. Vijf jaar later bedacht de oud-minister van Verkeer en Waterstaat voor de KVP een Europese noviteit die leidde tot ’s lands belangrijkste beursgraadmeter: de AEX-index. Deze week vierde die beursgraadmeter haar dertigjarige bestaan.

Het begon allemaal in een treincoupé terwijl hij naar het Belgische heuvellandschap staarde, licht de inmiddels 82-jarige Westerterp vanuit Egypte telefonisch toe. „Ik zat in de trein op weg naar een conferentie over opties in Luxemburg.” Toen kwam het idee voor wat begon als de European Options Exchange-index tot hem. „Opties werden al verhandeld in Amsterdam, maar we hadden nog geen index. Dat werd door het CBS bijgehouden.”

Vergelijkbaar met zijn idee was de ‘graadmeter’ van het CBS die twee keer per dag werd opgesteld niet. „Met die van mij werd hij continu berekend.” Essentieel, want op die manier was het mogelijk om er opties op af te sluiten en kon er dus gespeculeerd worden op bewegingen van de beurs als geheel.

In Chicago waren optiecontracten op de beursindex succesvol, wist Westerterp, dus waarom zouden ze dat in Nederland niet kunnen worden? Zijn EOE-index begon officieel op 4 maart, maar werd teruggerekend naar de eerste beursdag van het jaar: 3 januari 1983.

Aanvankelijk werd de index gevormd door de dertien grootste fondsen van die tijd: ABN, Ahold, Amro, Akzo, Gist-Brocades, Heineken, Hoogovens, KLM, Nedlloyd, Nationale-Nederlanden, Philips, Koninklijke Olie en Unilever. Drie maanden na de start werd ook Aegon toegevoegd.

De handel in opties op de beurskoers kwam niet bepaald soepel op gang omdat de wetgeving onvoldoende zekerheden bood. Toen de wet enkele jaren later werd aangepast introduceerde de optiebeurs op 18 mei 1987 de eerste opties op de AEX-index. In hetzelfde jaar werd ook het aantal fondsen uitgebreid naar 20. Het huidige aantal van 25 fondsen stamt uit 1990.

Waar Westerterp bij zijn ontwerp ieder fonds even zwaar mee liet wegen, werd in 1994 besloten om de grootte van het bedrijf te laten bepalen welk stempel het drukte op de index. Sindsdien geldt: hoe groter de marktkapitalisatie, hoe zwaarder het fonds meeweegt. Zo wordt de waarde van de index nu bijvoorbeeld voor 16 procent door Unilever bepaald en voor 0,46 procent door PostNL.

De AEX-index (EOE) begon in 1983 op 100 punten en sloot gisteren op 350 punten. Daarmee bedraagt het rendement over de afgelopen dertig jaar gemiddeld 7 procent per jaar. Als beleggers hun dividendrendement hadden herbelegd komt het rendement zelfs boven de 10 procent uit. Het hoogste punt bereikte de AEX-index op 4 september 2000 ten tijde van de internetzeepbel: 701,56 punten. In 1997 werd de EOE-index omgedoopt tot de Amsterdam Exchange Index.

De oudste beursgraadmeter van Europa werd gretig in andere Europese landen nageaapt, tot tevredenheid van grondlegger Westerterp. „Wij deden het in navolging van Chicago. Andere weer in navolging van ons.”

Vergeleken met de bekende Dow Jones Industrial Average in New York is de dertigjarige AEX-index eigenlijk zo oud nog niet. De ‘Dow’ werd in 1896 bedacht door statisticus Edward Jones en Charles Dow - journalist en medeoprichter van The Wall Street Journal. Grondlegger Westerterp maalt er niet om dat zijn naam niet terugkomt in zijn index. „De AEX-index is echt een succes geworden. Ik kijk er met veel trots op terug.”