Woede in Tsjechië om massale amnestie

Met een amnestie voor 7.500 gevangenen in Tsjechië heeft scheidend president Vaclav Klaus met zijn laatste nieuwjaarsgeste een schandaal ontketend dat schadelijk kan uitpakken voor de regering van de conservatieve premier Petr Necas.

De sociaal-democraten hebben om in een spoeddebat van het parlement gevraagd. Volgens Jiri Dienstbier, hun kandidaat bij de presidentsverkiezingen eind volgende week, is de amnestie voor circa eenderde van alle gedetineerden in Tsjechië „onaanvaardbaar en onbegrijpelijk”.

Partijvoorzitter Bohuslav Sobotka sprak er schande van dat het besluit van het staatshoofd er toe leidt dat ook gevangenen worden vrijgelaten die na de financiële schandalen in de jaren negentig zijn veroordeeld wegens fraude en corruptie. Klaus was toen als minister van Financiën en als premier tussen 1990 en 1998 medeverantwoordelijk voor de privatisering van de voormalige socialistische staatsondernemingen. Dienstbier suggereerde eveneens dat het besluit „op maat was gesneden” om speciale personen amnestie te verlenen.

Ook voorzitter Iva Brozová van het Opperste Gerechtshof kritiseerde de amnestie. Door de massale omvang wordt het vertrouwen van de burgers in de vonnissen van de rechterlijke macht ondermijnd, vind ze.

In een interview met Mlada Fronta Dnes verwierp Klaus de kritiek dat hij corruptiegevallen zou gratiëren. De amnestie spoort met de normen in de Europese Unie. In Tsjechië zitten veel mensen gevangen, omdat de straffen er daadwerkelijk worden opgelegd. Op 100.000 burgers zitten er 230 in de cel een straf uit. Het gemiddelde in Europa is 130 op 100.000.

In Tsjechië heeft de president het prerogatief tot gratie. Klaus’ voorganger Vacláv Havel maakte daar na de val van het communisme in 1990 gebruik en liet 23.000 gedetineerden in Tsjechoslowakije vrij. Tot ergernis van Klaus. Als argument voor zijn vergelijkbare besluit voert Klaus aan dat hij de tiende verjaardag van de scheiding van Tsjechië en Slowakije in 1993 heeft willen gedenken.