Wat zag men toen in Shakespeare?

Act 2, Scene 1 van A Midsummer Night’s Dream. Breng mij dan als de wiedeweerga dat toverkruid, zegt elfenkoning Oberon. Waarop zijn ondeugende side-kick Puck antwoordt: ‘I’ll put a girdle round about the earth/ In forty minutes.’

Veertig minuten; absurd snel om een ‘gordel rond de aarde te leggen’; de snelste satelliet doet er nu twee keer zo lang over. Shakespeare’s publiek moet in Puck een tekenfilmfiguurtje hebben gezien, dat met een spoor van sterren over de horizon verdwijnt, om na zeventig versregels weer te verschijnen, met het kruid. Waarna de droom uit de titel kan beginnen. Maar het idee om de wereld in één keer te omcirkelen was eind 16de eeuw juist niet absurd meer. In 1580 had Francis Drake zijn zeiltocht rond de wereld voltooid. De wereld was opeens een stuk groter geworden. En Engelser. Het kleine, nog onzekere Engeland bewees in technologisch opzicht Spanje’s gelijke te zijn. Daarna bleek de grote, katholieke rivaal ook militair en economisch steeds minder onkwetsbaar. De ondergang van de Armada (1588) moet het theaterpubliek vers in het geheugen hebben gelegen.

Het is een legpenning uit het British Museum die zulke gedachten oproept. Drake’s route is erop te zien, met veel Engelse en weinig Spaanse bruggenhoofden. De penning, in 1589 geslagen uit zilver dat was buitgemaakt op Spanje, is een opgestoken middelvinger.

De penning is een van de hoofdrolspelers in Shakespeare’s Restless World, een twintigdelige documentaire van BBC Radio 4, gepresenteerd door British Museum-directeur Neil MacGregor, en de titel van een gelijknamige boek. ‘Voorwerpen hebben het vreemde vermogen om mensen te veranderen’, schrijft (en zegt) MacGregor. Als je iemand je er goed naar laat kijken, word je ook echt even iemand anders.

MacGregor deed het eerder met zijn ‘Wereldgeschiedenis in honderd voorwerpen’ uit de British Museum-collectie. Nu kiest hij voorwerpen en beelden uit de tijd van Shakespeare (1564-1616), zoals een rapier, luxe eetvork, een uitgestoken oog van een monnik, een verkleedkist en een scheepsmodel. Het is geen poging de toneelstukken ‘dichterbij te brengen’. Al maakt hij duidelijk waarom hedendaagse regisseurs er op blijven teruggrijpen: ze zijn zo ‘open’ en stellen vragen – over identiteit, en loyaliteit – zo algemeen, dat je er altijd alle kanten mee uit kunt. Met de voorwerpen dringt MacGregor vooral door in de snel veranderende wereld van het theaterpubliek. Wat zagen de Londenaars, van arm tot rijk, die Shakespeare’s stukken voor het eerst zagen? Het lange antwoord is ingewikkeld: afstand, tijd, macht, geld, de kerk betekenden allemaal iets anders dan voor hun ouders. Het korte antwoord is: ze zagen zichzelf.

De twintig afleveringen van de BBC Radio4-serie zijn te beluisteren via nrch.nl/p39

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Wat zag men toen in Shakespeare? (4 januari, Boeken, pagina 14) staat dat Engeland en Schotland in 1707 een politieke unie aangingen onder de naam Groot-Brittannië, onder druk van hun „gemeenschappelijke vijand, Napoleon”. Dit moet zijn: hun gemeenschappelijke vijand, Frankrijk.