Turkije heeft Öcalan plotseling nodig

De Turkse regering onderhandelt met de gevangen leider van de PKK, de Koerdische afscheidingsbeweging. Maar met welk doel?

Sinds zijn spectaculaire arrestatie en veroordeling in 1999 heeft de Turkse regering er alles aan gedaan van Abdullah Öcalan de eenzaamste man van Turkije te maken. De oprichter van de gewelddadige Koerdische afscheidingsbeweging PKK wordt zielsalleen vastgehouden op het eiland Imrali voor de kust van Istanbul. In de afgelopen 15 maanden mochten zelfs zijn advocaten hem niet bezoeken.

Maar plotseling is het druk bij de aanlegsteigers van het gevangeneneiland. Gisteren kreeg hij voor het eerst in 14 jaar bezoek van twee Koerdische politici. En volgens premier Tayyip Erdogan zijn agenten van de geheime dienst al maanden druk met bootdiplomatie. „Ik kan zulke ontmoetingen natuurlijk niet zelf houden, maar de staat heeft agenten en die houden besprekingen”, bevestigde hij voor de Turkse staattelevisie.

Dat is een opmerkelijke draai van deze regering. Erdogan gaf de hoofdredacteuren van de grote media in dit land vorig jaar nog persoonlijk de opdracht al het nieuws rond de PKK zo veel mogelijk te negeren. Toen vorig jaar vijf Koerdische parlementsleden zich aansloten bij een hongerstaking van honderden Koerdische gevangenen die betere leefomstandigheden eisten voor Öcalan, schamperde de premier dat die kamerleden „een serieus dieet wel konden gebruiken”.

Maar juist die hongerstaking heeft Öcalan uit zijn isolement gered en teruggebracht aan de onderhandelingstafel. Toen de eerste hongerstakers dreigden te bezwijken gaf Öcalan via zijn broer opdracht tot beëindiging van de staking. Daarna volgden de geheim agenten om te praten over ontwapening van de PKK, 29 jaar na het begin van de strijd.

„De onderhandelingen zijn een effectieve manier om leider en organisatie te verwarren en te verdelen”, zegt schrijver en analist Gareth Jenkins. „Het ego van Öcalan is zo groot dat hij gemakkelijk concessies voor zich zelf kan afdwingen, en de strijders in de bergen voor een voldongen feit plaatst.”

De veertien jaar eenzame opsluiting hebben de mythe rond Öcalan versterkt. Zijn gezicht danst op alle t-shirts en posters van betogende Koerden in Turkije en daar buiten. De strijders in de PKK-kampen in de bergen van Noord-Irak kunnen zijn woord alleen al daarom niet negeren, hoewel splintergroepen binnen de PKK al vaker lieten zien zijn wil niet langer als wet te beschouwen.

In de Turkse pers wordt breeduit gespeculeerd over zijn inzet. Een huisarrest, zoals Nelson Mandela kreeg in de laatste jaren van zijn 27 jaar durende straf in Zuid-Afrika? „Of zien we Öcalan straks nog terug in het parlement”, vroeg columnist Mehmet Ali Birand.

De redenen voor de Turkse regering om nu met hem in gesprek te gaan zijn evident. Turkije beleefde zijn bloedigste zomer sinds Öcalans arrestatie. De PKK ziet zich gesterkt door de strijd in Syrië, waar de Koerden in het oosten zelfbestuur cadeau kregen van een wankelende president Bashar al-Assad. In buurland Irak bouwen de Koerden hun zelfbestuur sinds de val van Saddam Hussein voortvarend uit tot een handelsgrootmacht. In die omstandigheden is haast voor de Turken geboden. „Maar ik ben zeer pessimistisch over de vraag of de [regeringspartij] AKP serieus is met deze onderhandelingen”, zegt Aliza Marcus, auteur van het boek Blood and Belief, over de Koerdische onafhankelijkheidsstrijd. Er is geen signaal dat het door de AKP beheerste parlement bereid is de Koerdische wens voor zelfbestuur in het zuidoosten van het land, een federaal systeem, in te willigen.

Het werkelijke obstakel voor een oplossing is de premier zelf. Geïnspireerd door zijn Russische collega Poetin hoopt Erdogan in 2014 president te worden van Turkije. Om de macht te verkrijgen waar hij in die positie op hoopt, heeft hij de steun nodig van de nationalisten die zich al decennia verzetten tegen toenadering tot de PKK. „Dit is de laatste winter waarin Erdogan kan veinzen het Koerdische probleem op te willen lossen”, zegt Jenkins. „Alles draait om Erdogan. Het zou me niks verbazen als de regering nu een stap vooruit zet, om straks weer twee stappen achteruit te kunnen zetten.”