Slow Food

Wij Nederlanders zijn een volk van handelaars en het maakt daarbij geen verschil wat we precies over de grens schuiven. Op het gebied van voedsel is die handelsgeest veel sterker dan de trots op een plaatselijk product of de kwaliteit daarvan. Een Nederlands voedselproduct is goed zodra en zolang het verkoopt. Een inmiddels nogal uitgesleten voorbeeld is de tomaat. Dat was heel lang geen product om trots op te zijn. Ze waren weliswaar kogelrond, mooi glanzend en met een fris groen kroontje, er pasten er precies 24 in een kistje en de afzet ervan naar onze grootste handelspartner Duitsland leek geen plafond te kennen. Tot de oosterbuur nog eens goed ging proeven en er het dodelijke predikaat Wasserbombe aan hing. Dat was even schrikken, maar geen nood: de technici werd gevraagd om een nieuwe tomaat te produceren, nu één met smaak. Dat konden ze ook, het was ze alleen eerder nooit gevraagd.
Inmiddels is de tomatenexport allang weer naar tevredenheid. Wie wel eens heeft rondgekeken op Rungis, de centrale markt bij Parijs die een groot deel van het land van verse waar voorziet, heeft zich kunnen verbijsteren over de onvoorstelbare hoeveelheden Hollandse tomaten die er verhandeld worden. En dat in een land waarvan de lokale tomaten grote faam en uitstekende smaak hebben.
Een treuriger verhaal is dat van de Frankenthaler druiven, een smaakvol ras van blauwe tafeldruiven dat in de kassen van het Westland ooit in grote hoeveelheden geteeld werd, maar het veld moest ruimen voor Griekse en Italiaanse importdruiven die een langer shelf life in de supermarkt hebben.
Verkopen geblazen is het met de uitstekende Zeeuwse platte oesters, waarvan we nog geen twintig procent zelf opeten, de kokkels en de scheermessen die we linea recta de grens over schuiven.
Voor plaatselijke producten, die per definitie schaars zijn, is minder animo. In Frankrijk, Italië en Spanje weet men van denominaties, van beschermde herkomstbepalingen en appelations controlées , in Nederland is er maar een achttiental ambachtelijke, oorspronkelijke producten dat zo’n label draagt.


Die kwaliteit wordt beloond door opname in de ‘Ark van de Smaak’ van Slow Food. Op ‘Terra madre dag’ vraagt Slow Food wereldwijd aandacht voor wat moeder natuur te bieden heeft. In december 2012 was dat tijdens een bijeenkomst in restaurant Merkelbach in Amsterdam, waar een viertal hoofdstedelijke koks zich geallieerd had met Slow Food.